HvJEU over de weigeringsgronden voor vormmerken

24-04-2020 Print this page
IEPT20200423, HvJEU, Gömböc

Onderzoek of een teken uitsluitend bestaat uit de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen hoeft niet te worden beperkt tot de grafische voorstelling van dit teken: ook andere gegevens zoals informatie over de perceptie van het betrokken teken door het doelpubliek kunnen worden gebruikt om de wezenlijke kenmerken ervan vast te stellen, bij het onderzoek of deze kenmerken beantwoorden aan een technische functie kunnen gegevens die niet uit de grafische voorstelling van het teken blijken slechts in aanmerking worden genomen voor zover die gegevens voortkomen uit objectieve en betrouwbare bronnen en niet uit de perceptie van het teken door het doelpubliek. De weigeringsgrond voor tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, is niet beperkt tot de vorm van waren die uitsluitend een artistieke of sierwaarde hebben: de perceptie of de kennis die het doelpubliek heeft van de waar - in casu is de vorm het symbool geworden van een wiskundige ontdekking - kan in aanmerking worden genomen om een wezenlijk kenmerk van die vorm vast te stellen. De weigeringsgrond voor tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, moet niet systematisch worden toegepast op tekens die worden beschermd door het modelrecht: dat de verschijningsvorm van een waar wordt beschermd als model sluit inschrijving als merk niet uit. Hetzelfde geldt voor tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm van een siervoorwerp: geenszins uitgesloten dat de wezenlijke waarde van dergelijke artikelen voortvloeit uit andere factoren dan de vorm zoals met name de ontstaansgeschiedenis, de wijze van vervaardiging, de gebruikte materialen en de identiteit van de ontwerper.

 

MERKENRECHT

 

Gömböc heeft in Hongarije een aanvraag ingediend tot inschrijving van het afgebeelde driedimensionale teken als merk voor onder meer siervoorwerpen en speelgoed. Het afgebeelde voorwerp betreft het product “Gömböc”; een convex, uit homogeen materiaal vervaardigd monostatisch lichaam dat slechts één stabiel en één instabiel evenwichtspunt, dus in totaal twee evenwichtspunten bezit en waarvan de vormgeving waarborgt dat het lichaam telkens naar de evenwichtspositie terugkeert (u wist dit). De verwijzende rechter stelt uiteindelijk een aantal prejudiciële vragen over de weigeringsgronden voor vormmerken, meer specifiek over de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen en de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft.

 

Het HvJEU oordeelt dat het onderzoek of een teken uitsluitend bestaat uit de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen,  niet hoeft te worden beperkt tot de grafische voorstelling van dit teken. Ook andere gegevens zoals informatie over de perceptie van het betrokken teken door het doelpubliek kunnen worden gebruikt om de wezenlijke kenmerken ervan vast te stellen. Bij het onderzoek of deze kenmerken beantwoorden aan een technische functie, kunnen gegevens die niet uit de grafische voorstelling van het teken blijken slechts in aanmerking worden genomen voor zover die gegevens voortkomen uit objectieve en betrouwbare bronnen en niet uit de perceptie van het teken door het doelpubliek.

 

Daarnaast oordeelt het Hof dat de weigeringsgrond voor tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, niet is beperkt tot de vorm van waren die uitsluitend een artistieke of sierwaarde hebben. De perceptie of de kennis die het doelpubliek heeft van de waar - in casu is de vorm het symbool geworden van een wiskundige ontdekking - kan in aanmerking worden genomen om een wezenlijk kenmerk van die vorm vast te stellen.

 

Tot slot oordeelt het hof dat de weigeringsgrond voor tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, niet systematisch moet worden toegepast op tekens die worden beschermd door het modelrecht. Dat de verschijningsvorm van een waar wordt beschermd als model sluit inschrijving als merk niet uit.

 

Hetzelfde geldt voor tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm van een siervoorwerp: geenszins uitgesloten dat de wezenlijke waarde van dergelijke artikelen voortvloeit uit andere factoren dan de vorm zoals met name de ontstaansgeschiedenis, de wijze van vervaardiging, de gebruikte materialen en de identiteit van de ontwerper

 

IEPT20200423, HvJEU, Gömböc 

 

C237/19 - ECLI:EU:C:2020:296

 

Deze uitspraak wordt besproken in de volgende webinar:

2019-2021 Industriële vormgeving - design

Merkenrecht 2020 deel 2