Accountant maakt zich niet schuldig aan oneerlijke concurrentie met het kantoor waarvoor hij werkzaam was, wel aan handelsnaaminbreuk

Print this page 18-05-2020
IEPT20200514, Hof Den Bosch, Handelsnaaminbreuk accountant

Geen sprake van oneerlijke concurrentie van accountant jegens accountantskantoor waarvoor hij werkzaam was: gebruik maken van kennis, ervaring en persoonlijke goodwill die tijdens de werkzaamheden zijn opgebouwd niet zonder meer onrechtmatig, niet deugdelijk onderbouwd dat door het benaderen van klanten van het accountantskantoor ‘stelselmatig en substantieel’ afbreuk is gedaan aan het bedrijfsdebiet van het accountantskantoor. Inbreuk op handelsnaam van het accountantskantoor: met tape afplakken van de handelsnaam op het bordje naast de deur gelet op herhaaldelijke verwijdering van de tape niet genoeg om inbreuk te voorkomen, dat het accountantskantoor de handelsnaam niet meer gebruikt is niet van belang.

 

ONEERLIJKE CONCURRENTIE - HANDELSNAAMRECHT

 

Hoger beroep. Eerste aanleg niet gepubliceerd. In het IE-deel van deze zaak oordeelt het Hof Den Bosch dat geen sprake is van oneerlijke concurrentie van een accountant jegens het accountantskantoor waarvoor hij werkzaam was. Het gebruik maken van kennis, ervaring en persoonlijke goodwill die tijdens de werkzaamheden zijn opgebouwd is volgens het Hof niet zonder meer onrechtmatig. Er is niet deugdelijk onderbouwd dat door het benaderen van klanten van het accountantskantoor ‘stelselmatig en substantieel’ afbreuk is gedaan aan het bedrijfsdebiet.

 

Wel is sprake van inbreuk op handelsnaam van het accountantskantoor. Het met tape afplakken van de handelsnaam op het bordje naast de deur is gelet op de herhaaldelijke verwijdering van de tape niet genoeg geweest om inbreuk te voorkomen. Dat het accountantskantoor de handelsnaam niet meer gebruikt is naar het oordeel van het Hof niet van belang.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:GHSHE:2020:1526