Schorsingsincident in procedure omtrent gestelde inbreuk op merk Casa gedeeltelijk toegewezen

03-06-2020 Print this page
IEPT20200520, Rb Den Haag, Casa v Interstyle

Procedure inzake gevorderd inbreukverbod op het Uniemerk CASA ex artikel 132 lid 1 UMVo geschorst wegens samenloop met eerder ingestelde nietigheidsprocedure tegen dat merk bij het EUIPO, geen bijzondere redenen die een voortzetting van de procedure rechtvaardigen. Geen grond voor schorsing van de procedure ten aanzien van de CASA-Beneluxmerken: geen vordering tot vervallen- of nietigverklaring, zelfs bij het aan het Uniemerk identieke Beneluxmerk geen mogelijkheid van onverenigbare beslissingen. Vorderingen gebaseerd op artikel 5a Hnw geschorst voor zover hieraan inbreuk op het Uniemerk ten grondslag ligt: grondslag impliceert geldigheid van het merk, hetgeen tot een onverenigbare beslissing met een beslissing in de procedure voor het Bureau kan leiden.

 

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT

 

De procedure inzake een gevorderd inbreukverbod op het Uniemerk CASA wordt door de rechtbank Den Haag ex artikel 132 lid 1 UMVo geschorst wegens samenloop met eerder ingestelde nietigheidsprocedure tegen dat merk bij het EUIPO. Volgens de rechtbank zijn er geen bijzondere redenen die een voortzetting van de procedure rechtvaardigen.

 

De rechtbank oordeelt rechter dat geen grond bestaat voor schorsing van de procedure ten aanzien van de CASA-Beneluxmerken. Dit omdat geen vordering tot vervallen- of nietigverklaring is ingesteld en zelfs bij het aan het Uniemerk identieke Beneluxmerk geen mogelijkheid van onverenigbare beslissingen bestaat. De vorderingen gebaseerd op artikel 5a Hnw worden geschorst voor zover hieraan inbreuk op het Uniemerk ten grondslag ligt. Deze grondslag impliceert namelijk geldigheid van het merk, hetgeen tot een onverenigbare beslissing met een beslissing in de procedure voor het Bureau kan leiden, zo overweegt de rechtbank.

 

IEPT20200520, Rb Den Haag, Casa v Interstyle

 

ECLI:NL:RBDHA:2020:4510