Cassatieberoep Sandoz-Astrazeneca (octrooien behandeling borstkanker - Fulvestrant) verworpen

Print this page 26-06-2020
IEPT20200626, HR, Sandoz v Astrazeneca

Principale beroep verworpen (artikel 81(1) RO): de Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 Wet RO). Klacht van Astrazeneca in incidentele beroep, dat het hof heeft miskend dat schade ook het gevolg kan zijn van andere inbreuken dan het op de markt brengen van een inbreukmakend product, slaag niet: voor schadevergoeding op te maken bij staat is het voldoende dat eiser aannemelijk maakt dat mogelijk is dat er schade is of zal worden geleden. AstraZeneca heeft dit onvoldoende aannemelijk gemaakt. Overige klachten in incidenteel beroep verworpen (artikel 81(1) RO).

 

OCTROOIRECHT - SCHADE

 

Cassatieberoep ingesteld door Sandoz tegen het arrest van het hof Den Haag van 27 november 2018. Astrazeneca heeft incidenteel beroep ingesteld. In het principale beroep komt Sandoz op tegen de vaststelling van het objectieve technische probleem met onder meer de stellingname dat de positieve effecten “werking tegen borstkanker”, “niet-precipitatie” en “vertraagde afgifte” niet uit de verschilmaatregelen volgen en daarom geen onderdeel kunnen zijn van de probleemstelling. Voor Sandoz is het verder onbegrijpelijk waarom “geen precipitatie” tot het objectieve technische probleem behoort.

 

Het incidenteel beroep is gericht tegen het oordeel van het hof dat de generieke fulvestrant-variant van Sandoz niet in Nederland op de markt is geweest, zodat de vorderingen met betrekking tot de opgave van afnemers en genoten winst, de recall en de schadevergoeding niet toewijsbaar zijn. A-G van Peursem concludeerde tot verwerping van het beroep.

 

De Hoge Raad verwerpt het principale beroep ingevolge artikel 81 lid 1 RO. De klacht van Astrazeneca in incidentele beroep, dat het hof heeft miskend dat schade ook het gevolg kan zijn van andere inbreuken dan het op de markt brengen van een inbreukmakend product, slaag niet. Voor schadevergoeding op te maken bij staat is het voldoende dat eiser aannemelijk maakt dat het mogelijk is dat er schade is of zal worden geleden. AstraZeneca heeft dit vervolgens zelf onvoldoende aannemelijk gemaakt. De overige klachten van AstraZeneca vinden hun lot eveneens in artikel 81 lid 1 RO.

 

IEPT20200626, HR, Sandoz v Astrazeneca

 

ECLI:NL:HR:2020:1141