Geen spoedeisend belang bij publicatieverbod en rectificatie van rapport over seksueel misbruik binnen Jehovah's getuigen gemeenschap

10-08-2020 Print this page
IEPT20200803, Hof Arnhem-Leeuwarden, Jehovah's Getuigen v UU

Publicatieverbod en rectificatie van rapport over afhandeling van meldingen van seksueel misbruik binnen de Jehovah's getuigen gemeenschap hebben geen spoedeisend belang in hoger beroep: rapport is al gepubliceerd op verschillende websites en rectificatie vormt evenmin voldoende urgent belang. Vorderingen tegen de Staat zouden, indien spoedeisend belang werd aangenomen, alsnog afstuiten op parlementaire immuniteit: immuniteit geldt ook voor door minister aan het parlement overgelegde schriftelijke stukken. 

 

PUBLICATIE

 

Hoger beroep, kort geding. De Universiteit heeft op verzoek van de minister een onderzoeksrapport opgesteld over seksueel misbruik en het aangiftebeleid binnen de Jehovah's Getuigen gemeenschap. In eerste aanleg is het door de Jehovah's Getuigen gevorderde publicatieverbod afgewezen. In hoger beroep vorderen de Jehovah's Getuigen verwijdering van het rapport van een tweetal websites en een rectificatie op deze sites. 

 

Het hof wijst deze beide vorderingen af. Daartoe wordt overwogen dat de vorderingen geen spoedeisend belang meer hebben in hoger beroep. Het rapport is al gepubliceerd op verscheidene websites, niet alleen op het tweetal websites dat wordt genoemd door de Jehovah's Getuigen. De gevorderde rectificatie, met als doel het stigma te verminderen, vormt evenmin een urgent belang. 

 

Het hof stelt daarbij dat, zelfs indien een spoedeisend belang aangenomen wordt, de vorderingen afstuiten op de parlementaire immuniteit. Anders dan de Jehovah's Getuigen stellen, strekt de immuniteit van de minister zich uit tot aan het parlement overgelegde schriftelijke stukken zoals het rapport in deze.

 

IEPT20200803, Hof Arnhem-Leeuwarden, Jehovah's Getuigen v UU

 

ECLI:NL:GHARL:2020:6085