Aflevering 'Moord of zelfmoord' onrechtmatig jegens [eiser]

08-09-2020 Print this page
IEPT20200902, Rb Amsterdam, Talpa

Aflevering 'Moord of zelfmoord' onrechtmatig jegens [eiser]: blurren is onvoldoende om [eiser] onherkenbaar te maken nu [eiser] door verschillende karakteristieken nog steeds herkenbaar is voor zijn directe omgeving, gebruik van verborgen camera leidt tot een criminaliserend effect en betrokkenheid van [eiser] wordt gesuggereerd, mogelijke betrokkenheid van [eiser] vindt niet voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal.

 

PUBLICATIE

 

Talpa TV exploiteert SBS 6. Op die zender werd het tv-programma 'Moord of zelfmoord' uitgezonden, waarin zaken werden onderzocht die door de politie als zelfmoord zijn bestempeld. De aflevering waar het in de onderhavige zaak om gaat, besteedt aandacht aan de dood van [slachtoffer] die om het leven kwam na een val uit het raam van zijn woning. Volgens de presentator van het programma volgt uit het feit dat het raam van [slachtoffer] in kiepstand werd aangetroffen, dat een tweede persoon in de woning aanwezig moet zijn geweest die het raam op die stand heeft gezet na de val van [slachtoffer]. Er worden gesprekken getoond waarbij aangegeven wordt dat [eiser], de buurman van [slachttoffer], sleutels had van het huis van [slachtoffer] en door een ooggetuige mogelijk is gezien in de kamer ten tijde van de val. [Eiser] komt geblurred in beeld in de uitzending.

 

[Eiser] stelt dat de aflevering onrechtmatig is jegens hem, ook in aangepaste vorm waarbij naast zijn gezicht ook zijn naam is 'weggebliept' en ook een deel van zijn lichaam is geblurred. De rechtbank volgt eiser in dit betoog. Hiertoe overweegt de rechtbank dat het blurren onvoldoende is om [eiser] onherkenbaar te maken nu hij door andere karakteristieken, bijvoorbeeld zijn onvervormde stem en de vermelding van persoonlijke details, nog steeds herkenbaar is. Daarbij leidt het gebruik van een verborgen camera tot een criminaliserend effect, nu bij de andere gesprekken een gewone camera is gebruikt en een verborgen camera in deze situatie bijdraagt aan een bepaald beeld van [eiser] bij de kijker. Daarbij wordt de betrokkenheid van [eiser] bij de door van [slachtoffer] gesuggereerd middels verschillende opmerkingen en de voice-over. Tenslotte stelt de rechtbank dat de mogelijke betrokkenheid van [eiser] niet voldoende steun vindt in het feitenmateriaal. Het beschikbare feitenmateriaal bestaat uit twee onzekere verklaringen en kan onvoldoende steun geven aan de verdachtmakingen jegens [eiser]. 

 

IEPT20200902, Rb Amsterdam, Talpa

 

ECLI:NL:RBAMS:2020:4247