Hoger Beroep appellant slaagt ten dele

13-04-2021 Print this page
IEPT20210209, Hof Amsterdam, Foto bij blog

Hoger beroep appellant slaagt ten dele. Tegen geïntimeerde is verstek verleend. Hof wijst schadevergoeding van € 500 alsnog toe: Het bedrag is niet onredelijk als gevolg van de auteursrecht inbreuk. Het hof deelt het oordeel van de kantonrechter dat appellante onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat zij als gevolg van de publicaties van ‘onrechtmatige’ publicaties van geïntimeerde opdrachten is misgelopen: Het hof acht het onvoldoende onderbouwd dat mensen die haar niet kennen, niet eens meer moeite doen contact op te nemen om haar een opdracht te geven. Publicaties zijn niet onrechtmatig: Hof gaat mee in de beoordelingsmaatstaf van de kantonrechter, de geplaatste berichten door geïntimeerde waren voldoende duidelijk voor de lezer. Hof veroordeeld geïntimeerde alsnog in de proceskosten eerste aanleg in reconventie: vordering betreffende onrechtmatige publicaties hangt niet samen met vordering van appellant betreffende auteursrechtinbreuk. 

 

AUTEURSRECHT

 

Appellante komt in hoger beroep tegen het het  vonnis van de kantonrechter Amsterdam (IEPT20191015).  Appellante heeft in september 2011 een foto gemaakt van [columnist] De foto stond in 2017 op de website van appellante.  Op 23 maart 2017 heeft geïntimeerde een column van [columnist] uit 1992 geplaatst op zijn weblog. Bij deze column stond de hiervoor genoemde foto afgebeeld. Hier had geïntimeerde geen toestemming voor van de fotograaf. Zijn reacties op communicatie met appellante plaatst hij in een blogpost opgenomen op zijn weblog, welke hij ook op zijn Facebookpagina tijdlijn heeft geplaatst. Uiteindelijk heeft hij haar  aangeduid als mevrouw [smaadwoord]. 


De kantonrechter oordeelde dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat sprake is van auteursrechtinbreuk. Er werd een schadevergoeding van € 250 toegewezen voor de auteursrechtinbreuk, geen schadevergoeding voor het gehele gebrek aan naamsvermelding, omdat over de rechterzijde van de foto het pseudoniem en de handelsnaam van eiseres gedrukt staan. De kantonrechter was van oordeel dat geen sprake is van onrechtmatige publicaties. Hoewel de uitlatingen negatief en onnodig grof van toon zijn, zijn de uitlatingen niet zo onbetamelijk dat de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. Eiseres baseert een deel van haar vordering op de stelling dat gedaagde haar zou hebben aangeduid als oplichtster, fraudeur of nepfotograaf. [eiseres] heeft echter niet toegelicht waaruit blijkt dat gedaagde dergelijke bewoordingen over haar heeft gebruikt.

 

Tegen deze beslissing komt appellante in hoger beroep. Tegen geïntimeerde is verstek verleend. Ten eerste voert appellante aan dat een bedrag van € 500 redelijk zou zijn omdat appellante ook schade heeft geleden met betrekking tot haar persoonlijkheidsrechten. Het hof acht het door appellante gevorderde bedrag van € 500 niet onredelijk en zal dit bedrag alsnog toewijzen.

 

Het hof deelt het oordeel van de kantonrechter dat appellante onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat zij als gevolg van de publicaties van ‘onrechtmatige’ publicaties van geïntimeerde opdrachten is misgelopen. Bij de beantwoording van de vraag of de publicaties van geïntimeerde over appellante onrechtmatig zijn, volgt het hof de door de kantonrechter gehanteerde beoordelingsmaatstaf.

 

Het hoger beroep van appellante slaagt ten dele. Geïntimeerde draagt de proceskosten in eerste aanleg in reconventie en aan appellante is een schadevergoeding ten bedrage van € 500,-- in verband met inbreuk op haar auteursrecht alsnog toegewezen. 

 

De IEPT-versie volgt nog. 

 

ECLI:NL:GHAMS:2021:460