Voorzieningenrechter niet bevoegd ten aanzien van Vision-Box SA en geen spoedeisend belang

09-06-2021 Print this page
Auteur:
Nelisa de Bruin
IEPT20210604, Rb Den Haag, Idemia v Vision-Box

Niet bevoegd ten aanzien van Vision-Box SA: geen sprake van zodanig nauwe band met vorderingen met medegedaagde en geen spoedeisend belang bij (neven)voorzieningen: onvoldoende voortvarend opgetreden door Idemia.

 

OCTROOIRECHT - IPR

 

Kort geding. Idemia is actief op het vlak van het beveiligen van de identiteit van personen op basis van biometrische technieken. Vision-Box SA en Vision-Box BV zijn actief op het gebied van totaaloplossingen voor onder meer biometrische toegangssystemen voor luchthavens. Vision-Box BV is de dochteronderneming van Vision-Box SA. Idemia is houdster van het Europese octrooi EP 704 en stelt dat Vision-Box c.s. met het Seamless Flow-systeem inbreuk maakt op alle conclusies van EP 704, direct dan wel bij wege van equivalentie. 

 

Ten aanzien van Vision-Box BV is de rechter bevoegd op grond van artikel 4 Brussel I bis-Vo en artikel 80 lid 2 onder a ROW, aangezien Vision-Box BV in Nederland is gevestigd. Vision-Box c.s. betwist de grensoverschrijdende bevoegdheid van de voorzieningenrechter ten aanzien van Vision-Box SA. Naar voorlopig oordeel is niet voldaan aan het vereiste dat sprake is van een zodanig nauwe band met de vorderingen tegen de medegedaagde dat een goede rechtsbedeling vraagt om een gelijktijdige behandeling en berechting teneinde tegenstrijdige beslissingen te voorkomen. Idemia heeft niets gesteld waaruit kan volgen dat Vision-Box BV de handelingen buiten Nederland heeft verricht of zal verrichten. De enkele opmerking dat sprake is van "gezamenlijk (internationaal) handelen" door Vision-Box c.s. is derhalve onvoldoende. De voorzieningenrechter is niet bevoegd kennis te nemen van de vorderingen tegen Vision-Box SA.

 

Vision-Box c.s. betwist dat Idemia spoedeisend belang heeft bij de gevorderde (neven)voorzieningen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Idemia onvoldoende voortvarend heeft opgetreden en dat Vision-Box c.s. zelf geen voortdurende voorbehouden handelingen verricht bij het gebruik van het Seamless Flow-systeem door Schiphol. De vorderingen worden op basis van gebrek aan spoedeisend belang afgewezen.

 

IEPT20210604, Rb Den Haag, Idemia v Vision-Box

 

ECLI:NL:RBDHA:2021:5671