Strafrechtelijke auteursrechtinbreuk door met Spybril opnames te maken van theorie-rijexamens

19-10-2021 Print this page
IEPT20210609, Hof Amsterdam, Spybril Verkeersschool

Strafrecht. Inbreuk maken op het auteursrecht van het CBR en IBKI met commercieel oogmerk. Verdachte heeft met spybril examens op laten nemen, anderen gebruikt om zijn persoonlijk geldelijk gewin te kunnen bereiken en bijgedragen aan het ondermijnen van het stelsel van examinering. De verdachte heeft ook andere strafbare feiten gepleegd.

Strafrecht

 
Verdachte heeft opzettelijk verschillende personen opdracht gegeven om met een spybril examenvragen op te nemen bij het CBR en daar vervolgens gebruik van gemaakt, door het beeldmateriaal te gebruiken bij de theorielessen van zijn verkeersschool.


Verweer: Het enkel filmen levert nog geen inbreuk van het auteursrecht op, nu daarmee nog geen informatie is verspreid, verveelvoudigd of geopenbaard. Er is geen blijk van verspreiding tijdens lessen, hooguit een aantal opnames in strijd met de huisregels van het CBR en het IBKI.


Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) en IBKI, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk tijdens meerdere theorie-examens met behulp van een spybril opnames gemaakt van examenvragen en voornoemde opnames van die examenvragen vervolgens gebruikt voor de theorielessen, en voornoemde opnames van examenvragen ter verveelvoudiging en/of verspreiding voorhanden gehad en/of gehouden en uit winstbejag bewaard, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader van het plegen van voornoemd misdrijf zijn/hun beroep heeft/hebben gemaakt en/of bovengenoemd misdrijf als bedrijf heeft/hebben uitgeoefend.


Inbreuk op artikel 31a en artikel 31b van de Auteurswet. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 (zeventien) dagen; en tot een taakstraf voor de duur van 220 (tweehonderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 110 (honderdtien) dagen hechtenis.

ECLI:NL:GHAMS:2021:2934