Verbolgen zijn over een stiekem verstuurde brief onvoldoende voor toewijzing vorderingen

07-09-2021 Print this page
Auteur:
Birgit Kunst-Verboon
IEPT20210824, Rb Amsterdam, Keizersvrouwen

Vorderingen Source om gedaagden te verbieden Netflix of andere relaties van Source te benaderen met negatieve uitlatingen met betrekking tot de rechten op de televisieserie Keizersvrouwen, afgewezen: brief van 23 maart 2021 is niet in strijd met distributieovereenkomst, correcte, zakelijke brief waarin gedaagde terecht uitlegt dat Source rechten heeft verleend aan Netflix die Source zelf niet heeft. Source niet aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden door deze brief: uit niets is gebleken dat Netflix enig aanstoot heeft genomen. Vorderingen van gedaagden in reconventie die zien op het staken van inbreuk op hun auteursrechten op de serie Keizersvrouwen door Source, afgewezen: geen belang meer nu Netflix heeft bevestigd geen vervolgserie aan te kopen. Source hoeft de volledige overeenkomst met Netflix inzake het eerste seizoen van Keizersvrouwen, waaronder de Moederovereenkomst en alle amendementen waarin bepalingen zijn opgenomen die zien op Keizersvrouwen niet aan gedaagden af te geven: gedaagden geen belang bij inzage nu vrees voor inbreuk is geweken.

DISTRIBUTIEOVEREENKOMSTAUTEURSRECHTEN - PUBLICATIE

Kort geding. Source is distributeur van onder andere de serie Keizersvrouwen. [Gedaagde 2], auteur en producent van deze serie. KVP is de productiemaatschappij die is opgericht voor de ontwikkeling van de serie. [Gedaagde 2] is bestuurder van KVP. [Gedaagde 2] heeft een brief aan Netflix verzonden waarin is opgenomen dat Source bepaalde rechten aan Netflix zou hebben verleend, waarover Source niet zelf beschikt op grond van de distributieovereenkomst met KVP.  Die brief kwam, aldus distributeur Source, na eerdere incidenten waarin [gedaagde 2], achter de rug van Source om, onder meer de onderhandelingen met de NPO zou hebben doorkruist.

Volgens de voorzieningenrechter wordt in de dagvaarding uitgebreid ingegaan op die eerdere incidenten, maar daaruit valt zonder nader onderzoek naar de feiten (waarvoor een kort geding zich niet leent) niet af te leiden of [gedaagde 2] en/of KVP enig verwijt kan worden gemaakt.

Van de brief van 23 maart 2021 kan evenmin naar het oordeel van de voorzieningenrechter worden gezegd dat die in strijd is met de distributieovereenkomst dan wel onrechtmatig. Het betreft, zoals KVP en [gedaagde 2] terecht hebben aangevoerd, een correcte en zakelijke brief, waarin Source geen negatieve kwalificaties worden toegedicht, en waarin [gedaagde 2] voorshands terecht uitlegt dat Source rechten heeft verleend aan Netflix, die Source zelf niet heeft. Als juist is dat gedaagde 2 in onderhandeling is met een Amerikaanse partij over een remake van Keizersvrouwen, een derivative work, dan heeft gedaagde een gerechtvaardigd belang bij dat hij duidelijkheid verkrijgt van Netflix. Dat Source gepikeerd is dat de brief achter haar rug om is verzonden en dat zij een groot belang heeft bij een onverstoorde relatie met Netflix, omdat dat dat haar grootste klant is, maakt niet dat de verstrekkende vorderingen die Source in dit geding heeft ingesteld toegewezen kunnen worden.

De IEPT-versie volgt

ECLI:NL:RBAMS:2021:4452