Met kennis uit de dataroom van werkgever doen werknemer(s) zelf een bod op onderneming. Schending geheimhoudingsbedingen. Werkgever pleegt inbreuk op privacy door email van gedaagden te openen. Echter de mail wordt wel toegelaten als bewijs. Vordering 843a en afgifte bestanden uit bewijsbeslag.
Gedaagden hebben voorafgaand aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst in strijd gehandeld met het geheimhoudingsbeding. Gedaagde heeft in het kader van een specifiek project toegang gekregen tot een aan eisers ter beschikking gestelde dataroom. Uit de door hemzelf verzonden biedingsbrief blijkt dat in de dataroom informatie openbaar is gemaakt (“disclosed”). Dat kan niet anders begrepen worden dan dat het hier gaat om informatie die niet al openbaar was. Ook overigens is dat niet geloofwaardig, een dataroom wordt immers in zijn algemeenheid ingericht om in het kader van een beoogde transactie bedrijfsgevoelige – niet openbare – informatie te delen. Ook het feit dat er in het kader van dit project een geheimhoudingsovereenkomst is gesloten past daarbij.
Het openen door werkgever van de e-mail van werknemers moet als een inbreuk op de privacy worden beschouwd. Gedaagden waren op dat moment niet meer in dienst en e-mail zou vanwege verzoek daartoe en toegezegd vernietigd worden. Het belang van werkgever om de waarheid aan het licht te brengen weegt zwaarder dan het belang van gedaagden om bewijs dat hun handelen aan het licht brengt verborgen te houden. Het openen van de e-mail was dan ook gerechtvaardigd en daarmee is van onrechtmatig handelen geen sprake. Ook hoeft de e-mail niet vernietigd te worden.
Het is vast komen te staan dat het geheimhoudingsbeding is geschonden. Ex 843a Rv zal inzage en afschrift van relevante gegevens worden afgebakend tot correspondentie tussen beiden gedaagden onderling en tussen hen en de door eisers genoemde vennootschappen.
Foto Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.
https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/deed.en via Wikimedia.