Geen auteursrecht op voetbalsjaals

09-09-2022 Print this page
IEPT20220614, Hof Amsterdam, voetbalsjaals

Geen inbreuk door appellant op het Beneluxmerk van geïntimeerde: niet gesteld dat het verweten merkgebruik plaatsvond in de Benelux. Geen auteursrecht op onderhavige voetbalsjaals. Voetbalsjaals die bestaan uit naam en logo en eventuele andere bestaande kenmerken van een voetbalclub, betreft in het algemeen niet materiaal dat oorspronkelijk is in die zin dat het een eigen intellectuele schepping is van de maker die zijn persoonlijkheid weerspiegelt en tot uiting komt door zijn vrije creatieve keuzen bij de totstandkoming daarvan. Geen sprake van een door [geïntimeerde] bedongen en door [appellant] aanvaarde exclusiviteit. [appellant] is dus ook niet toerekenbaar tekortgekomen. [appellant] heeft onrechtmatig gehandeld door relaties te benaderen. [appellant] heeft min of meer direct na het feitelijk einde van de commerciële relatie tussen partijen ongeveer alle klanten en relaties van [geïntimeerde] benaderd met brieven.
 

 

NIET AUTEURSRECHTELIJK BESCHERMD WERK - MERKENRECHT - LICENTIE - RECLAME


De merkrechten zijn inmiddels overgegaan op een derde. Nu geïntimeerde geen merkhoudster is en in de akte tot overdracht geen licentie is gegeven aan geïntimeerde, noch dat zij toestemming heeft verkregen tot het instellen van een vordering wegens merkinbreuk, kan zij in haar vordering niet worden ontvangen. Artikel 2:32 lid 6 BVIE vereist dat een licentienemer slechts zelfstandig bevoegd is, indien hij dat van de merkhouder heeft bedongen.

 

Het hof is van oordeel dat het ontwerp de voetbalsjaals die bestaan uit naam en logo en eventuele andere bestaande kenmerken van een voetbalclub, in het algemeen niet EOK/PS bezit, dat wordt niet anders indien wordt gelet op de voor die sjaals gemaakte keuzen ten aanzien van de plaats, (letter)grootte en aantal weergaven van naam en logo, mede in hun onderlinge verhouding.

 

Dat bij bepaalde sjaals daar wel sprake van kan zijn, zoals van een ontwerp met bijkomende teksten of afbeeldingen of een ontwerp voor bijzondere gelegenheden. Maar dat deze sjaals zich ook onder de ontwerpen bevonden, is onvoldoende concreet onderbouwd, terwijl dat wel op de weg van geïntimeerde had gelegen.

 

Er was geen sprake van een door geïntimeerde bedongen en door appellant aanvaarde exclusiviteit, en dus ook niet van toerekenbare tekortkoming door appellant wegens schending daarvan. 

 

Appellant heeft min of meer direct na het feitelijk einde van de commerciële relatie tussen partijen ongeveer alle klanten en relaties benaderd met brieven. Dat hij achter de rug om gebruik maakt van tijdens de samenwerking verworven kennis en voor zijn prijsaanbod de prijzen gebruikte en om zich te 'legitimeren' kopieën meezond van verstrekt productie-orders komt neer op misbruik van vertrouwen. Ex 6:194a lid 2 en onder e is vergelijkende reclame geoorloofd op voorwaarde dat deze niet de goede naam schaadt van of zich niet kleinerend uitlaat over onder andere de goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van de concurrent. De brieven voldoen niet aan deze voorwaarde. Daarin wordt namelijk concreet gesuggereerd dat geïntimeerde niet te vertrouwen is, leugenachtige en smadelijke mededelingen verspreid, etc. .

 

Het hof geeft een verklaring voor recht en veroordeelt appellant tot het betalen van schadevergoeding op te maken bij staat.


IEPT20220614, Hof Amsterdam, voetbalsjaals


ECLI:NL:GHAMS:2022:1745