Octrooirecht. Een naaldgeleider die in combinatie met een handheld ultrasone sonde wordt gebruikt bij de uitvoering van transperineale prostaatbiopsies. Toegangsnaald vormt geen structureel kenmerk van de geclaimde naaldgeleider. Naaldgeleider werd volledig door stand van de techniek geanticipeerd door UA1232. Niet nieuw en dus nietig octrooi.
Volgens Corbin pleegt Pelvitec directe of indirecte inbreuk op het octrooi van Corbin EP3125811B1 dat een naaldgeleider omvat die kan worden gebruikt bij het nemen van biopten uit de prostaat. Pelvitec bestrijdt dat en meent dat het octrooi van Corbin niet geldig is. Partijen verschillen onder meer van mening over de uitleg van de enige onafhankelijke conclusie I van het octrooi, met name of een toegangsnaald zelfstandig onderdeel uitmaakt van de naaldgeleider. Het hof is met de voorzieningenrechter (IEPT20220203) voorshands van oordeel dat dit niet zo is. Daarop stranden de vorderingen van Corbin ook in hoger beroep.
De kern van de zaak betreft de uitleg van conclusie I van het octrooi, in het bijzonder de vraag of een toegangsnaald onderdeel uitmaakt van de onder conclusie I onder beschenning gestelde naaldgeleider. Zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen moet een functioneel kenmerk in een productconclusie worden opgevat als een impliciete definitie van de structurele kenmerken die nodig zijn om een bepaald effect te krijgen wanneer het product wordt gebruikt volgens de leer van de octrooiconclusie.
Iedere naaldgeleider die voldoet aan de structurele kenmerken van conclusie I en die verder geschikt is voor het ondersteunen dan wel geleiden dan wel ontvangen van een toegangsnaald, valt onder de beschermingsomvang. De combinatie van een naaldgeleider en een toegangsnaald is niet onder bescherming gesteld in conclusie I.
Tot de stand van de techniek behoort ook UA1232 die alle structurele kenmerken van conclusie l anticipeert, en voorts geschikt is voor gebruik met een (bepaalde) toegangsnaald. Het Hof acht het octrooi dan ook voorshands niet nieuw en dus nietig en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.
Kopie van oorspronkelijk afschrift
IEPT20230328, Hof Den Haag, Corbin v Pelvitec
ECLI:NL:GHDHA:2023:1600