Cassatie in het belang der wet: informatieverzoeken van derden over civiele procedures honereren

25-04-2023 Print this page
IEPT20230421, HR, HBM v De Griffier

Het gaat in deze cassatieprocedure in het belang der wet om de openbaarheid van civiele procedures en in het bijzonder om de vraag of de gerechten verplicht zijn om aan anderen dan partijen informatie te verstrekken over civiele procedures die aanhangig zijn of zijn geweest. HR oordeelt van wel in een vierledig antwoord.


PUBLICATIE
 

Het cassatiemiddel houdt de klacht in dat het oordeel van de voorzieningenrechter dat geen ruimte bestaat voor het verstrekken door de griffier van een opgave van alle procedures waarin A partij is of was, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van het beginsel van openbaarheid van de zitting zoals bepaald in art. 6 EVRM, art. 121 Grondwet, art. 4 RO en art. 27 Rv. Zie brief voor de inzending van een brief aan de commissie cassatie in het belang der wet.

 

Het middel stelt aldus aan de orde in hoeverre uit het beginsel van openbaarheid van rechtspraak en daarmee verband houdende wettelijke bepalingen voortvloeit dat een gerecht verplicht is informatie te verschaffen over aanhangige civiele procedures aan derden, dat wil zeggen anderen dan de procespartijen en hun procesvertegenwoordigers. Bij de beantwoording van die vraag komt, behalve aan het beginsel van openbaarheid van rechtspraak, betekenis toe aan het recht op bescherming van persoonsgegevens.

 

Dit cassatieberoep heeft betrekking op de vraag welke informatie een gerecht desgevraagd aan derden moet verschaffen indien een informatieverzoek betrekking heeft op alle procedures waarin een bij naam genoemde natuurlijke persoon (A) partij is of was. Uit het bovenstaande volgt dat het antwoord op die vraag naar huidig recht vierledig is:

a. het gerecht dient opgave te doen van de aanhangige procedures – met uitzondering van de hiervoor in 3.6.8 bedoelde procedures – waarbij A partij is, tenzij zwaarwegende belangen als bedoeld in art. 15 lid 3 BODG zich daartegen verzetten;

b. indien A partij is in een procedure waarin een openbare zitting is bepaald, dient het gerecht aan de derde informatie te verschaffen die de derde in de gelegenheid stelt de openbare zitting bij te wonen, tenzij zwaarwegende belangen als bedoeld in art. 15 lid 3 BODG zich daartegen verzetten;

c. indien in een procedure waarin A partij is of was, een of meer uitspraken zijn gedaan, dient het gerecht, binnen de grenzen van art. 29 Rv, aan de derde afschrift daarvan te verstrekken;

d. het gerecht is niet gehouden aan de derde overige informatie te verschaffen, waaronder informatie over niet meer aanhangige procedures waarin A partij was.

De Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage (ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1768) en verstaat dat deze vernietiging geen nadeel toebrengt aan de door partijen verkregen rechten.

IEPT20230421, HR, HBM v De Griffier
ECLI:NL:HR:2023:658

Het advies van de Commissie aan de procureur-generaal van 27 augustus 2021 (pagina’s 5 en 6), leest u hier