Aanwijzingen over gebruik vertrouwelijke stukken binnen 'Confidentiality club'

05-12-2023 Print this page
IEPT20230802, Rb Rotterdam, Organik v Argon

Aanwijzing van ongeredigeerde versies van stukken als vertrouwelijk en dus als (vermeend) bedrijfsgeheim in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (WBB). Er worden twee twee onderscheiden vertrouwelijkheidsregimes ingesteld. De bedoelde informatie mag uitsluitend aan Nederlandse advocaten én één door Argon aan te wijze natuurlijke persoon, niet zijnde een commerciële, R&D of productieafdelingslid. Een dwangsom van €100.00 voor elke keer dat een partij of aangewezen partij in strijd handelt met een maximum van 5 miljoen euro. Tevens verbod op mededelingen aan derden en stukken mogen enkel voor lopende rechtszaken worden gebruikt.

BEDRIJFSGEHEIMEN - BEVEL TOT GEHEIMHOUDING

 

Organik vordert in de hoofdzaak een wereldwijd verbod (Turkije uitgezonderd) op onrechtmatig (inbreukmakend) handelen door Argon. Er zijn op onrechtmatige wijze bedrijfsgeheimen van haar gebruikt en openbaar gemaakt.

 

Er zijn twee vertrouwelijkheidregimes. De eerste gaat over stukken op de computer van Argon zijn aangetroffen die zij onrechtmatig heeft verkregen die eerder in deze procedure zijn ingebracht, over het openbaarmaken van een geredigeerd vonnis en een mededelingenverbod ten aanzien van vertrouwelijk informatie en processtukken. Het verzoek heeft betrekking op informatie die niet geheim is en/of reeds zonder vertrouwelijkheidsbeperkingen is ingediend. Bovendien is in de lopende procedure(s) in Turkije geen vertrouwelijkheidsregime opgelegd.

 

Het tweede vertrouwelijkheidsregime gaat over stukken die Argon (nog) niet kent en gaat over ongeredigeerde versies van stukken. 

 

De rechtbank zal op grond van artikel 1019ib lid 3 Rv sub a Rv bepalen dat de kennisneming van de als vertrouwelijk aangemerkte (vermeende) bedrijfsgeheimen uitsluitend is voorbehouden aan de Nederlandse advocaten van Argon c.s. en aan één door Argon c.s. aan te wijzen andere natuurlijke persoon per partij (confidentiality club).

 

Dat vloeit voort uit artikel 1019ib lid 5 Rv, en hij heeft als procespartij recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, op grond waarvan alle procespartijen over dezelfde informatie moeten kunnen beschikken.

 

ECLI:NL:RBROT:2023:9012