HR: Geen proceskosten voor deel voorwaardelijke incidentele beroep indien niet aan voorwaarde voldaan

08-03-2024 Print this page
IEPT20240308, HR, Novartis v Mylan

Cassatieberoep verworpen (artikel 80 RO): de Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld en de uitkomt hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO). Kosten incidentele beroep niet in aanmerking genomen: deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld en het incidentele beroep op die grond niet is behandeld. 
 

PROCESKOSTEN

 

Novartis wordt in het ongelijk gesteld in het principale beroep. Zij dient daarom te worden veroordeeld in de proceskosten van dit beroep. Mylan c.s. hebben een kostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv gevorderd en hun kosten begroot op € 45.790,50. Daarvan is volgens Mylan c.s. 75% toe te schrijven aan het principale beroep en 25% aan het voorwaardelijke incidentele beroep. Mylan c.s. maken mede aanspraak op vergoeding van de kosten die zijn toe te rekenen aan het voorwaardelijke incidentele beroep. Novartis maakt daartegen bezwaar op de grond dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld, en het incidentele beroep op die grond dus niet is behandeld.


Mylan c.s. hebben geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding kunnen zijn om af te wijken van het uitgangspunt dat de kosten van het voorwaardelijke incidentele beroep niet voor vergoeding in aanmerking komen als niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder dat beroep is ingesteld.1 De omstandigheden die Mylan c.s. hebben aangevoerd in hun reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal neemt de Hoge Raad niet in aanmerking. Na de conclusie van de Advocaat-Generaal is geen plaats meer voor debat tussen partijen. Novartis kon dus op die naar voren gebrachte omstandigheden niet meer reageren. De Hoge Raad zal daarom bij de bepaling van de proceskosten 75% van de kosten waarvan Mylan c.s. vergoeding hebben gevorderd, zijnde € 34.342,86, in aanmerking nemen.
 

IEPT20240308, HR, Novartis v Mylan

ECLI:NL:HR:2024:341