Maximale indicatietarief eenvoudig IE-kort geding voor ingetrokken kort geding
17-10-2025 Print this page
Hof oordeelt dat gedaagde recht heeft op vergoeding van proceskosten op grond van artikel 1019h Rv tot de datum van intrekking van het kort geding. Deze vergoeding is het maximale indicatietarief voor een eenvoudig IE-kort geding (in casu € 6.000,-, plus griffierecht). De kosten in het hoger beroep worden berekend volgens het liquidatietarief.
In deze zaak had eiser een IE-kort geding tegen gedaagde aanhangig gemaakt. Enkele dagen vóór (3 april) de geplande behandeling (6 april)van dat kort geding trok eiser het beroep in. Gedaagde vorderde in eerste aanleg vergoeding van de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv gedurende de hele procedure IEPT20230515) https://www.boek9.nl/items/iept20230515-rb-den-haag-af-benelux-v-hidalgo . De vraag voor het hof was of gedaagde aanspraak kon maken op vergoeding van de proceskosten tot de datum van intrekking — en zo ja, in hoeverre (volledig of gemaximeerd) — en welke tarieven daarbij van toepassing zijn.
Het hof overweegt dat bij intrekking van een IE-kort geding vlak vóór de zitting in beginsel een toewijzing van de proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv mogelijk is, maar dat die vergoeding in de praktijk beperkt wordt tot de kosten tot die intrekkingsdatum en binnen de grenzen van de indicatietarieven voor IE-zaken bij eenvoudige kortgedingprocedures. Het hof wijst de vordering van gedaagde tot vergoeding van proceskosten toe, maar niet in het door haar gevorderde volledige bedrag. Het hof begroot de proceskosten tot de datum van intrekking op € 6.000,-, overeenkomstig het maximale indicatietarief in IE-zaken voor een eenvoudig kort geding, met daarboven het griffierecht.
Voor het hoger beroep past het hof het liquidatietarief toe voor de kostenomschrijving en begroting.