Gerecht EU: Homogene warencategorie (niet)metalen ontluchters overstijgt Nice-classificatie

11-07-2025 Print this page
IEPT20250709, GEU, Bienenbeisser
(Met dank aan Herwin Roerdink en Nicky Brouwer, Vondst Advocaten)

Procedure inzake vervallenverklaring van Uniewoordmerk BIENENBEISSER. Bewijs van normaal gebruik voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven (klasse 6 - bouwmaterialen van metaal, waaronder ontluchtingskappen). Homogene warencategorie ontluchters - ongeacht het materiaal - hebben hetzelfde doel en dezelfde functie. Aldus zou normaal gebruik voor dezelfde waren (niet van metaal) in klasse ook normaal gebruik zijn. EUIPO houdt zich in eerste instantie vast aan de Nice-classificatie, maar zwakt betoog af. Kamer heeft ontoereikend gemotiveerd en Gerecht vernietigt de beslissing.
 

MERKENRECHT

 

Het geschil betreft de vraag of gebruik van een merk voor metalen ontluchtingskappen in klasse 6 ook als normaal gebruik geldt voor niet-metalen ontluchtingskappen in klasse 19. Verzoekster betoogt dat zij het merk normaal heeft gebruikt voor de homogene warencategorie "ontluchtingskappen", die zowel onder klasse 6 als onder klasse 19 valt. Volgens haar doen de verschillen in de Nice-classificatie daar niet aan af, aangezien deze classificatie voor louter administratieve doeleinden is vastgesteld. Metalen en niet-metalen ontluchtingskappen hebben immers hetzelfde doel en dezelfde functie, namelijk het voorkomen van ongedierte in bakstenen constructies terwijl ventilatie behouden blijft, en zijn dus onderling verwisselbaar.


Het EUIPO zwakte haar betoog af, erkende ter terechtzitting dat, hoewel de Nice-classificatie in beginsel leidend is voor de bepaling van de beschermingsomvang, ook moet worden nagegaan of de waren waarvoor het merk is gebruikt tot één en dezelfde homogene categorie behoren. Daarbij werd toegegeven dat de classificatie volgens de rechtspraak een beperkte relevantie heeft. Het EUIPO gaf bovendien aan dat de kamer van beroep deze kwestie niet heeft onderzocht.


Het Gerecht stelt vast dat de kamer van beroep zich enkel baseerde op het feit dat het gebruik van het merk was aangetoond voor metalen ontluchtingskappen van klasse 6, en dat de classificatie van Nice van cruciaal belang was voor de beoordeling. De kamer wees het argument van verzoekster af dat metalen en niet-metalen ontluchtingskappen een homogene categorie vormen, omdat volgens haar het bewijs van gebruik moet worden geleverd voor de waren zoals die voorkomen op de lijst van volgens de classificatie van Nice ingedeelde waren.


Het Gerecht oordeelt echter dat uit artikel 58, lid 1, onder a), van verordening 2017/1001 blijkt dat niet alleen de beschermingsomvang van het merk moet worden bepaald, maar ook moet worden nagegaan voor welke soort waren het merk tijdens de relevante periode daadwerkelijk op de markt is gebruikt, en of deze binnen die beschermingsomvang vallen. Het stelt vast dat de motivering van de kamer van beroep op dit punt ontoereikend is en vernietigt daarom de bestreden beslissing.

 

ECLI:EU:T:2025:700 in zaak T-144/24