De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het medeplegen van witwassen (feit 1) en het in voorraad hebben van merk vervalste kleding (feit 2). Onttrekking aan het verkeer van merk vervalste kleding en tassen. Verbeurdverklaring diverse goederen.
De rechtbank stelt vast dat in maart 2024 tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte te Arnhem een grote partij kleding is aangetroffen waarvan werd vermoed dat deze merk vervalst was. Te weten een hoeveelheid kleding en tassen, valselijk voorzien van het beschermd woord- en beeldmerk ”Balenciaga” en “Louis Vuitton” en “Prada” en andere beschermde woord- en beeldmerken.
Verdachte heeft verklaard dat de aangetroffen kleding van hemzelf was en dat de merken echt waren. Uit onderzoek is gebleken dat de kleding merk vervalst was. De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van het onderzoek, dat is uitgevoerd door een buitengewoon opsporingsambtenaar die binnen de Douane is opgeleid tot deskundige op het gebied van de herkenning van inbreuk op intellectueel eigendomsrecht.
Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte geen beroep op de uitzonderingsgrond voor eigen gebruik, neergelegd in artikel 337, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht toekomt. Gelet op de grote hoeveelheid merk vervalste kleding die is aangetroffen. Door het in voorraad te hebben van merk vervalste goederen brengt verdachte de economie en de betreffende merkhouders schade toe. Bovendien houdt hij hiermee de handel in merk vervalste goederen in stand.
Ten aanzien van de inbeslaggenomen merk vervalste kleding en tassen is de rechtbank van oordeel dat deze vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat dit voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van in verzekering doorgebrachte dag die als 2 uur in mindering wordt gebracht op de taakstraf. Gevangenisstraf van 4 maanden, met proeftijd van 2 jaar.