Geschil tussen broers over de rechtsgevolgen van een splitsing van hun voormalige gezamenlijke onderneming. Medegerechtigdheid tot en verdeling van kwekersrechten tot de helft van de netto-opbrengst. Het hof verbindt rechtsgevolgen aan het negeren van een instructie in het tussenarrest door zekerstelling van vestiging van pandrecht op dat aandeel in die kwekersrechten.
KWEKERSRECHT - VASTSTELLINGSOVEREENKOMST
Broers runden samen een tulpen- en pioenenbedrijf via hun eigen vennootschappen. Na een conflict in 2017 besloten ze de onderneming te splitsen, maar de afwikkeling verliep moeizaam en leidde tot deze rechtszaak. De rechtbank deed grotendeels uitspraak in een deel- en eindvonnis inzake medegerechtigdheid tot en verdeling van kwekersrechten en uitleg vaststellingsovereenkomst (IEPT20250128).
Het hof veroordeelt [geïntimeerden] om:
(i) bij vervreemding van (enig deel van) haar aandeel in de kwekersrechten waartoe Mastenbroek en World Flower medegerechtigd zijn, binnen zeven dagen na de ontvangst van de netto-opbrengst de helft daarvan aan [appellant 2] BV te (doen) betalen;
(ii) deze betaling binnen vier weken na betekening van dit arrest zeker te stellen door de vestiging van een pandrecht op dat aandeel in die kwekersrechten ten gunste van [appellant 2] BV, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat [geïntimeerden] daarmee in gebreke blijven, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 50.000,00;
(iii) aan [appellant 2] BV een “pseudolicentievergoeding” ter zake van het ras Negrita Double te betalen, op basis van € 1,80 per Reinlandse Roede over de jaren 2019 en 2020, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 oktober 2020, en op basis van het bedrag van de gebruikelijke licentievergoeding vanaf 2021 over de helft van het door haarzelf geëxploiteerde areaal, en tot opgave van dat areaal over de jaren vanaf 2019
ECLI:NL:GHAMS:2025:1891
voeging van deze zaak: ECLI:NL:GHAMS:2023:241