Eiseres exploiteert een supermarkt voor tropische levensmiddelen. Gedaagde is haar groothandel en toeleverancier. De vraag is of eiseres met de verkoop van door gedaagde geleverde producten inbreuk maakt op merkenrecht van familienaam van C en D en daarom gehouden was verkoop te staken. Kantonrechter kan de vraag niet beantwoorden en verlangt nadere bewijslevering partijen.
Eiseres exploiteert een supermarkt voor tropische levensmiddelen. Gedaagde is haar groothandel en toeleverancier. Eiseres koopt in het najaar van 2023 voor € 9.515,70 aan ijsjes. Volgens gedaagde zijn de ijsjes ingevoerd vanuit Suriname via een plaatselijke producent, waarmee zij samenwerkt en door wie zij als ‘partner’ wordt aangeduid. De medemerkhouders, familie C en D, sommeren eiseres onmiddellijk te stoppen met ieder gebruik van de merkrechten voor andere producten dan frisdranken.
Eiseres legt de sommatiebrief voor aan gedaagde en verzoekt terugname en vergoeding van de onverkochte ijsjes. Gedaagde weigert. Eiseres vordert daarop € 6.713,65 aan schadevergoeding (restantvoorraad minus openstaande facturen). Gedaagde vordert in reconventie betaling van € 2.327,15 voor aan eiseres geleverde maar nog niet betaalde goederen.
De rechtbank stelt dat de eerste vraag is of eiseres met de verkoop van de door gedaagde geleverde ijsjes merkinbreuk pleegt. Indien gedaagde gerechtigd was de ijsjes in Nederland te verhandelen, is geen sprake van inbreuk. Zo niet, dan komt de vordering van eiseres voor toewijzing in aanmerking.
Het is in beginsel aan eiseres te bewijzen dat sprake is van een inbreuk op het merkenrecht. De sommatiebrief is daarvoor zonder nadere toelichting vooralsnog onvoldoende. Aan het product ijs wordt niet (specifiek) gerefereerd. De brief vermeldt dat vier merkhouders gezamenlijk eigenaar zijn van de merken en er een interne afspraak bestaat dat alleen frisdranken binnen de EER mogen worden verhandeld. Bewijs van die afspraak ontbreekt echter. En toelichting welke merkrechterlijke overtreding precies ziet op de verkoop van ijsjes. Eiseres krijgt de gelegenheid die verduidelijking alsnog te verschaffen.
Aan de andere kant kan gedaagde niet volstaan met de enkele mededeling dat zij gerechtigd was de ijsjes te importeren en op de markt te brengen. Zij wordt in de gelegenheid gesteld dit alsnog (gedocumenteerd) te onderbouwen.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 20 augustus 2025.