CC is groothandel in consumentenartikelen en souvenirs, waaronder ‘I Amsterdam’-producten, die zij met toestemming van A&P vervaardigt en verkoopt. A&P, een stichting met exclusieve merkrechten van de gemeente Amsterdam, exploiteert zelf een winkel en gebruikt het merk ook voor campagnes.
MERKENRECHT - BEËINDIGING LICENTIE
In 2015 sloten partijen een sublicentie- en distributieovereenkomst voor vijf jaar, verlengd in 2020. CC had exclusief het recht om merchandise te bedenken, maken en distribueren. De overeenkomst verlengt automatisch tenzij tijdig wordt opgezegd en bevat regels over voorraadopgaven en afwikkeling bij beëindiging.
A&P zegt in oktober 2022 op en in november 2024 vroeg zij om een voorraadopgave. CC leverde die te laat en met afwijkende peildatum. A&P ontbond daarop de overeenkomst partieel. CC betwistte de opzegging en beriep zich op verlenging per februari 2025, maar A&P wees dit af. Verdere opgaven vond A&P onvoldoende; een aangekondigde accountantscontrole en schikkingspogingen liepen op niets uit.
De voorzieningenrechter laat producties buiten beschouwing omdat die op schikkingsonderhandelingen zien. Het gevorderde verbod tegen de partiële ontbinding is te onbepaald en wordt afgewezen. Voor geldvorderingen geldt dat aannemelijkheid en spoedeisendheid vereist zijn; CC heeft een onverkoopbare voorraad en lijdt schade, zodat spoedeisend belang aanwezig is.
De partiële ontbinding zal waarschijnlijk geen stand houden, maar de opzegging van 3 oktober 2022 is rechtsgeldig, waardoor de overeenkomst per 1 februari 2025 is geëindigd. CC moet een voorraadopgave doen en A&P moet de resterende voorraad overnemen. Partijen zijn het eens dát A&P de voorraad moet overnemen, maar verschilden over prijs en omvang. Uiteindelijk is afgesproken dat het gaat om de voorraad uit productie 15, door CC gewaardeerd op € 210.779 excl. btw. A&P heeft zich bereid verklaard dit bedrag te betalen, wat de rechter redelijk acht en toewijst als voorschot (€ 210.800).
Daarmee wordt de primaire vordering I afgewezen, vordering II toegewezen en III niet behandeld. Buitengerechtelijke incassokosten zijn niet verschuldigd. De proceskosten worden gecompenseerd.