Gerecht EU: BVG Jingle is wel een geldig klankmerk

08-10-2025 Print this page
IEPT20250910, Gerecht EU, BVG v EUIPO

Aanvraag voor een Uniemerk dat bestaat in een klank van een melodie, ingeschreven voor vervoersdiensten. In de vervoersector worden steeds vaker jingles gebruikt om een herkenbare klankidentiteit te creëren. De melodie bestaat uit vier waarneembare klanken, houdt geen rechtstreeks verband met de diensten en is niet functioneel. Het Gerecht oordeelde dat de kamer van beroep ten onrechte het onderscheidend vermogen ontkende: de korte jingle kan juist de commerciële herkomst van de diensten aanduiden.

 

MERKENRECHT - ABSOLUTE WEIGERINGSGROND - ONDERSCHEIDEND VERMOGEN


Het betreft hier een aanvraag voor een Uniemerk dat bestaat in een klank van een melodie, ingeschreven voor vervoersdiensten, waarbij sprake is van een mogelijke absolute weigeringsgrond wegens gebrek aan onderscheidend vermogen.
 

Wat de gewoonten in de betrokken economische sector betreft, is het algemeen bekend dat marktdeelnemers in de vervoersector steeds vaker gebruikmaken van „jingles”, korte klankmotieven die een herkenbare klankidentiteit creëren. Zulke klankmerken worden onder meer gebruikt in luchthavenlobby’s en op perrons van trein- en busstations, om de aandacht van het publiek te trekken.
 

Het aangevraagde merk bestaat uit vier verschillende waarneembare klanken en houdt geen rechtstreeks verband met vervoersdiensten, noch is het ingegeven door technische of functionele overwegingen. De melodie vormt een oorspronkelijk werk en is niet louter functioneel.
 

Gelet op de duur, melodie en waarneembare klanken oordeelde het Gerecht dat de kamer van beroep ten onrechte had geconcludeerd dat het merk elk onderscheidend vermogen miste. De klank heeft juist tot doel als jingle te dienen, die de commerciële herkomst van de diensten aanduidt, overeenkomstig wat in de vervoersector gebruikelijk is.


T-288/24 en ECLI:EU:T:2025:847