Prejudiciële vraag over databank KvK opgesplitst om reikwijdte ruimer te maken
31-10-2025 Print this page
Wet hergebruik overheidsinformatie. Vervolg op IEPT20241008. Het hof bespreekt de opmerkingen van partijen over de vragen die het hof gaat stellen aan het HvJ EU. Het hof stelt de tekst voor van het verwijzingsarrest en geeft partijen de gelegenheid daarop commentaar te leveren, met uitzondering van de prejudiciële vragen.
De KVK heeft in 2020 nieuwe gebruiksvoorwaarden vastgesteld waarin zij databankenrecht claimt voor het hergebruik van handelsregistergegevens, wat sinds 1 januari 2021 geldt. Volgens de KVK is voor het hergebruik van deze gegevens nu haar toestemming vereist, vooral om commerciële partijen, zoals de leden van VVZBI, te reguleren die op grote schaal handelsregistergegevens hergebruiken.
Eerder waren er al prejudiciële vragen voorgesteld (IEPT20241008).
De VVZBI voert aan dat vraag 2 slechts aan de orde is als vraag 1 bevestigend wordt beantwoord, namelijk dat aan de KVK een databankenrecht toekomt. De KVK bestrijdt dit, maar het hof oordeelt dat vraag 2 alleen speelt bij een bevestigend antwoord op vraag 1 en zal dat expliciet vermelden. Op voorstel van de VVZBI splitst het hof vraag 2 in drie onderdelen om de reikwijdte ruimer te maken. De voorgestelde toevoegingen over commerciële diensten en bescherming van persoonsgegevens worden niet overgenomen. De termen “verouderde uittreksels” en “schaduwregistraties” acht het hof voldoende duidelijk en neutraal.
In dit vervolg wordt besloten dat het hof de zaak naar de rol verwijst zodat partijen nog gelijktijdig kunnen reageren op de tekst van het verwijzingsarrest, met uitzondering van de prejudiciële vragen. Deze zijn:
1. Kan een openbaar lichaam dat een databank exploiteert, zoals het handelsregister, waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering, worden beschouwd als een fabrikant in de zin van artikel 7 lid 1 Databankenrichtlijn en daarmee rechthebbende op het sui-generisrecht als in dit artikellid bedoeld, als de databank door dat openbaar lichaam is gemaakt en wordt geëxploiteerd in de uitvoering van een wettelijke taak en met financiering volgens een goedgekeurde begroting uit overheidsmiddelen, voor zover de kosten niet kunnen worden gefinancierd uit de inkomsten uit de producten en diensten van dit openbaar lichaam?
2. a) Is sprake van “hergebruik” als bedoeld in artikel 2 onder 11 en sub a Open Data Richtlijn als de natuurlijke of rechtspersoon die documenten opvraagt geen openbaar lichaam is, maar een commerciële of niet-commerciële private partij, zodat er gezien het private karakter van die partij zonder meer sprake is van het nastreven van andere doeleinden dan de doelen van algemeen belang die het openbare lichaam nastreeft?
b) Als het antwoord op 2a negatief is: Valt het op commerciële basis in ongewijzigde vorm (één-op-één, op papier of in een portal, app of website, los of als bijlage bij een ander product)) ter beschikking stellen aan een derde van een uittreksel uit het door een openbaar lichaam beheerde set documenten door een aanvrager van dit uittreksel onder het in 2a genoemd “hergebruik”?
c) Onafhankelijk van het antwoord op vragen 2a en 2b: Als sprake is van hergebruik, zoals bedoeld in artikel 2 onder 11 en sub a Open Data Richtlijn, is dan een verbod van een dergelijk hergebruik, dat wordt gedaan met een beroep op een databankenrecht, objectief, evenredig en niet-discriminerend als bedoeld in artikel 8 van die richtlijn, als dit openbaar lichaam daarmee wil voorkomen dat verouderde uittreksels uit haar set documenten worden verhandeld (rechtszekerheidsbeginsel) en dat het inkomsten derft door het bestaan van schaduwregistraties van waaruit voor een lager bedrag deze uittreksels worden verhandeld (profijtbeginsel)?