Jammer dat twee drukfouten in boek staan, maar die rechtvaardigen ontbinding niet
19-11-2025 Print this page
Partijen sloten een uitgeefovereenkomst op basis waarvan het kinderboek van eiser is uitgegeven. In het boek staan twee fouten: een tikfout in hoofdstuk 4 (“persten” i.p.v. “pesten”) en een gewijzigde ondertitel. Volgens eiser is gedaagde tekortgeschoten in haar zorgplicht en zijn haar auteurs- en morele rechten geschonden; daarom ontbond zij de overeenkomst buitengerechtelijk en eist zij vernietiging van de resterende boeken. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze fouten vervelend maar niet ernstig zijn, de strekking van het boek niet wijzigen en geen reputatieschade opleveren. Ontbinding kan bovendien alleen via de rechter en verwijten over communicatie spelen in dit kort geding geen rol. Zelfs als alle fouten aan gedaagde toe te rekenen zijn, rechtvaardigen zij de gevorderde maatregelen niet. De vordering wordt afgewezen.
Partijen hebben een uitgeefovereenkomst gesloten. Gedaagde heeft daarna het door eisende geschreven kinderboek uitgegeven. In het boek staan twee kapitale blunders: (druk)fout in hoofdstuk 4 en de ondertitel is anders. Zij is tekortgeschoten in haar zorgplicht als uitgever en zijn haar auteursrechten en morele rechten geschonden, aldus eiser.
Om die reden heeft eiser de uitgeefovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en wil onder meer dat de niet verkochte boeken worden vernietigd. Gedaagde is het niet eens met de ontbinding van de uitgeefovereenkomst en wil ook de boeken niet vernietigen.
De voorzieningenrechter: Het is jammer dat de twee fouten in het boek staan, maar dit zijn geen fouten die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen. De eerste fout is (niet meer dan) een vervelende tikfout; persten in plaats van pesten in hoofdstuk 4. En in de ondertitel: Hoewel vertrouwen niet hetzelfde is als zelfvertrouwen, betekent dit niet dat het gehele boek daardoor een andere strekking krijgt. Zelfvertrouwen ligt ook in het verlengde van vertrouwen.
De door eiser gestelde reputatieschade is op geen enkele wijze onderbouwd.
De uitgeefovereenkomst bepaalt dat ontbinding alleen via de rechter kan. Hoewel [eisende partij] dit beding buitengerechtelijk wilde omzeilen en zich “subsidiair” beriep op vernietiging op grond van art. 6:236 sub b BW, kan dit onbesproken blijven omdat de vordering sowieso niet toewijsbaar is. Verwijten over denigrerend of grensoverschrijdend gedrag raken niet aan de grondslag van de vordering en vallen buiten dit kort geding. Zelfs als alle fouten aan [gedaagde partij] zijn toe te rekenen, zijn deze niet ernstig genoeg om de gevorderde maatregelen te rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de twee fouten onvoldoende grond is om de uitgeefovereenkomst te ontbinden. De vordering van eiser wordt afgewezen.