Geen rechtmatig belang bij exhibitie documenten rondom parfumtesters

27-11-2025 Print this page
IEPT20251119, Rb Den Haag, Coty v Prestige
(Met dank aan Paul Tjiam & Edwin van der Velde, Simmons & Simmons LLP)

Coty wil informatie ontvangen over de handel in testers door Prestige. Moet Prestige documenten aan Coty moet tonen, waarop beslag is gelegd? De rechtbank beslist dat Prestige dat niet hoeft te doen, omdat er onvoldoende aanwijzingen zijn om te vermoeden dat Prestige merkinbreuk heeft gemaakt met de handel in concrete testers. Ook zijn er onvoldoende aanwijzingen dat Prestige zich niet heeft gehouden aan een bevel om informatie te geven in een eerder vonnis. De zaak gaat ook over de vraag of het beslag op de documenten opgeheven moet worden. De rechtbank beslist dat het beslag mag blijven rusten op de documenten.


EXHIBITIE BEWIJSMATERIAAL - EXECUTIEGESCHIL

 

Coty is houdster van diverse parfums & cosmeticamerken waaronder BURBERRY, Calvin Klein en DAVIDOFF. Prestige is een wereldwijde groothandel en doet aan parallelhandel in luxeproducten. In eerdere bodemvonnis (IEPT20240515) heeft de rechtbank geoordeeld dat Prestige met het aanbieden van demonstratiemodellen, zonder voorbehoud dat het om goederen met de douanestatus T1 ging, merkinbreuk maakt (hoger beroep loopt). Prestige heeft een opgavebevel gekregen met betrekking tot de demonstratiemodellen met de Coty Merken.

 

Coty heeft haar inzagevorderingen ingesteld op grond van artikel 1019a Rv jo. 843a Rv (oud, nu 194 Rv).


Omdat het eerste bodemvonnis geen gezag van gewijsde heeft, volstaat een verwijzing naar dat vonnis niet. De rechtbank dient zelfstandig een oordeel te geven over deze grondslag. De toewijzing van een vordering om opgave te doen vormt op zich geen rechtsbetrekking die volstaat voor toewijzing van exhibitie. Is er onrechtmatige daad door niet te voldoen aan opgaveverplichting?


Het Opgavebevel kan niet worden uitgelegd dat ook leveranties van demonstratiemodellen omvat die Prestige geleverd kreeg op T1 en op T1 weer doorverkocht. Immers is geoordeeld dat de verhandeling van parfumflessen op T1 geen merkinbreuk vormt. Een redelijke uitleg van het vonnis houdt in dat de opgaveverplichting zich beperkt tot demonstratiemodellen die zich in het vrij verkeer van de Unie bevinden (T0) of ten aanzien waarvan voldaan is aan het Class-criterium. Gelet op de gemotiveerde betwisting, vormt de vermelding van ‘Available’ aantallen producten onvoldoende grond voor een redelijk vermoeden dat het Opgavebevel niet volledig is nageleefd.

 


De onduidelijkheden over de inhoud en uitleg van het Opgavebevel vormen aanleiding voor de rechtbank tot terughoudendheid bij het toelaten van exhibitie. Het bedrijfsvertrouwelijke karakter van de gevorderde gegevens zorgt er daarom voor dat Coty voorlopig geen rechtmatig belang heeft bij haar exhibitievordering.

 

Reconventie

De rechtbank oordeelt dat Coty de waarheidsplicht en substantiëringsplicht in het beslagrekest niet zodanig heeft geschonden dat dit tot opheffing van het beslag moet leiden. De voorzieningenrechter had voldoende informatie, inclusief het verweer van Prestige. Onjuistheden in het rekest zijn vooral  een weergave van het – naar haar aard partijdige - standpunt van Coty dan ernstige verdraaiingen van feiten of het niet informeren over het standpunt van Prestige. Ook zijn Coty’s ingeroepen rechten niet summierlijk ondeugdelijk; het eerdere vonnis laat ruimte voor interpretatie. Het beslag is voor Prestige nauwelijks belastend en Coty heeft een groter belang bij behoud ervan. Daarom worden de vorderingen tot opheffing, beëindiging van bewaring, een verbod op herhaalde beslaglegging en schadevergoeding afgewezen.


Coty's vorderingen in conventie worden afgewezen en wordt veroordeeld in de proceskosten €40.966,00. In reconventie worden de vorderingen van Prestige afgewezen en veroordeeld in €4.198,12.

 

IEPT-versie volgt later

ECLI:NL:RBDHA:2025:21744