HvJEU: Over samenloop van auteurs- en modelrecht: de oorspronkelijkheidstoets, het werkbegrip en de inbreuktoets

04-12-2025 Print this page
IEPT20251204, HvJEU, Mio - Konektra

Er bestaat geen regel-uitzondering-relatie tussen modelrechtelijke bescherming en auteursrechtelijke bescherming in die zin dat bij het onderzoek van de oorspronkelijkheid van voorwerpen van toegepaste kunst hogere eisen moeten worden gesteld dan die welke gelden voor andere soorten werken. 

 

Samenloop Auteursrecht en Modellenrecht is beperkt tot bepaalde gevallen, aangezien een auteur een uniek werk dient te creëren dat zijn persoonlijkheid weerspiegelt en als zodanig beschermd is. 

Werk: weerspiegeling van de persoonlijkheid auteur doordat uiting wordt gegeven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur, is […] doorslaggevend voor „oorspronkelijkheid” en bijgevolg voor auteursrechtelijke bescherming. 

Model: nieuwheid en eigen karakter wordt beoordeeld ten opzichte van de oudere modellen en hierbij komt elk model dat zich voldoende van de oudere modellen onderscheidt om een andere algemene visuele indruk te wekken, in aanmerking voor bescherming. 

Modelrecht heeft ten doel voorwerpen te beschermen die niet alleen nieuw zijn en een eigen karakter hebben, maar daarnaast ook een utilitair karakter hebben en bedoeld zijn om op grote schaal te worden geproduceerd. Bovendien geldt deze bescherming gedurende een beperkte, maar voldoende lange periode om de investeringen die nodig zijn voor de creatie en vervaardiging van die voorwerpen te laten renderen, zonder de concurrentie echter al te zeer te belemmeren. 

 

Auteursrechtelijke bescherming is voorbehouden aan voorwerpen die het verdienen om als werk te worden gekwalificeerd. De verlening van auteursrechtelijke bescherming aan een als model beschermd voorwerp mag er niet toe leiden dat het doel en de doeltreffendheid van deze twee vormen van bescherming worden aangetast.

Hieruit volgt, 

ten eerste, dat voorwerpen die zijn beschermd als model in beginsel niet vergelijkbaar zijn met auteursrechtelijk beschermde voorwerpen

ten tweede dat er geen enkel automatisme bestaat tussen de verlening van modelrechtelijke bescherming en de verlening van auteursrechtelijke bescherming; 

ten derde dat de voorwaarden voor die bescherming, te weten nieuwheid en eigen karakter, enerzijds, en oorspronkelijkheid, anderzijds, niet met elkaar mogen worden verward

 

Vrije en creatieve keuzes auteur. 

Mag niet worden verondersteld. De rechter moet de creatieve keuzen onderzoeken en identificeren om het als auteursrechtelijk beschermd te kunnen aanmerken, met dien verstande dat, zelfs wanneer de auteur ervan keuzen heeft gemaakt die niet door technische of andere beperkingen zijn ingegeven, de creatieve aard van die keuzen in de zin van het auteursrecht niet mag worden verondersteld. 

Niet vrij en creatief zijn niet alleen keuzen die zijn ingegeven door verschillende – met name technische – beperkingen waaraan de auteur gebonden is tijdens het creëren van dat voorwerp, maar ook keuzen die weliswaar vrij zijn maar niet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen door aan het voorwerp een uniek aspect te geven

Omstandigheden zoals de bedoelingen van die auteur tijdens het scheppingsproces, zijn inspiratiebronnen, het gebruik van reeds beschikbare vormen, de mogelijkheid dat gelijkaardige voorwerpen onafhankelijk worden gecreëerd of de erkenning van dat voorwerp in de vakkringen, kunnen in voorkomend geval in aanmerking worden genomen, maar zijn in elk geval noch noodzakelijk noch doorslaggevend om de oorspronkelijkheid van het voorwerp waarvoor aanspraak op bescherming wordt gemaakt vast te stellen. 

 

Om inbreuk op het auteursrecht vast te stellen, dient te worden bepaald of creatieve elementen van het beschermde werk op een herkenbare manier zijn overgenomen in het vermeend inbreukmakende voorwerp. Het feit dat dezelfde algemene visuele indruk wordt gewekt door de twee conflicterende voorwerpen en de mate van oorspronkelijkheid van het betrokken werk zijn irrelevant. Het mogelijke bestaan van een gelijkaardig voorwerp kan niet rechtvaardigen dat bescherming wordt geweigerd.
 

 

IEPT20251204, HvJEU, Mio v Asplund & USM v Konektra

ECLI:EU:C:2025:941 en Zaak C-580/23 (Mio e.a.) en C-795/23 (Konektra)


Zie AG conclusie (B9 16782)