Voorlopige voorzieningen uit 2017 verliezen kracht, proceskostenveroordeling niet

05-01-2026 Print this page
IEPT20251211, Rb Den Haag, Executiegeschil

Eiser vordert een verbod op tenuitvoerlegging van het vonnis van 29 augustus 2017 en op executie van wettelijke rente wegens verjaring. De rechter oordeelt dat alleen de voorlopige voorzieningen hun kracht verloren door het uitblijven van een bodemprocedure ex 1091i Rv; de proceskostenveroordeling blijft geldig en uitvoerbaar. Executie daarvan is toegestaan en geen misbruik van recht. Alle vorderingen worden afgewezen; proceskosten volgens IE-indicatietarieven tot € 6.000.

 

HANDHAVING-PROCESRECHT - TRIPs-termijn hoofdzaak  - EXECUTIEGESCHIL

 

Eiser vordert verbod op tenuitvoerlegging van vonnis van 29 augustus 2017 en [gedaagde] verbod executiemaatregelen ter inning van wettelijke rente die is verschenen tussen 29 augustus 2017 en 15 december 2018, in verband met verjaring. De executoriale kracht is op 2 januari 2024 definitief komen te vervallen/verjaard. Er is geen bodemprocedure ingesteld binnen de termijn, wel een verklaring afgegeven op laatstgenoemde datum.

 

Wanneer de eis in de hoofdzaak niet binnen de gestelde termijn is ingesteld en verklaring is gedaan, verliezen slechts de voorlopige voorzieningen bedoeld in artikel 1019i Rv hun kracht. Dat zijn de op aan gedaagde toekomende auteursrechten en handelsnaamrechten uitgesproken verboden.


De proceskostenveroordeling hebben niet hun kracht verloren. Zolang de proceskostenveroordeling niet wordt vernietigd, blijft deze in stand en mag gedaagde deze executeren. Artikel 1019i Rv staat toe dat gedaagde executiemaatregelen neemt om betaling te verkrijgen van de kostenveroordeling. Het wisselen van deurwaarder omdat de eerste de executie niet aandurfde, is geen misbruik van recht.


Vorderingen worden afgewezen. Deze zaak is ter handhaving van IE-rechten ex 1019 Rb en hiervoor wordt aansluiting gezocht bij Indicatietarieven in IE-zaken, tot het maximum van € 6.000.


ECLI:NL:RBDHA:2025:23583