Merkuitputting en geen ontploffingsgevaar champagneflessen door decodering

18-12-2025 Print this page
IEPT20251216, GHvJ, Hennessy v Zhung Kong

In dit geding verzetten merkhouders van alcoholhoudende drank zich ertegen dat detailhandelaars gedecodeerde flessen drank onder de merken van de merkhouders aanbieden aan het publiek via parallelimport. Het Gerecht IEPT20241120 heeft alle vorderingen van de merkhouders afgewezen met verwijzing naar eerdere rechtspraak over parallelimport in het Caribisch deel van het Koninkrijk, wereldwijde uitputting en etikettering. Het verwijderen van identificatiecodes en het gevar dat een fles champagne ontploft. Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep.

 

MERKENRECHT - UITPUTTING


Hennessy heeft merkrechten in verband met Hennessy cognac. MHCS heeft merkrechten in verband met Moët & Chandon champagne en Veuve Clicquot champagne. Polmos heeft merkrechten in verband met Belvedere wodka. De flessen cognac, champagne en wodka die Hennessy c.s. op de markt brengen zijn gecodeerd. In 2021 en 2022 zijn flessen Moët & Chandon champagne en Belvedere wodka in de supermarkt van Zhung Kong verkocht die gedecodeerd waren.


Uitputting
Het juridische kader dat is geschetst is grotendeels ontleend aan de conclusies van advocaat-generaal en de overwegingen HR in de Diageo-arresten (IEPT20070601, IEPT20121019).


Het recht van de merkhouder dient – als regel – niet om hem daarmee controle over de afzetkanalen te verschaffen. Dat is de kern van het leerstuk van de ‘uitputting’ van het merkrecht.


Het Hof verwerpt het hoger beroep van Hennessy c.s. en bevestigt het vonnis. Uitgangspunt zijn de uitspraken van de Hoge Raad over wereldwijde uitputting van merkrechten onder de Mlv. De wetgever in de Caribische delen van het Koninkrijk heeft bewust gekozen voor wereldwijde uitputting en het belang van parallelimport, en er is geen aanwijzing dat die opvatting is gewijzigd. Het Hof hoeft EU-rechtspraak over uitputting niet rechtstreeks toe te passen, al spelen de functies van het merk wel een rol bij de belangenafweging.


Het Hof gaat ervan uit dat de aangetroffen flessen in beginsel door of met toestemming van Hennessy in het verkeer zijn gebracht; het ontbreken van codes is daarvoor onvoldoende betwisting. Parallelimport dient een zwaarwegend economisch belang, doordat detailhandel goedkopere producten kan aanbieden. Dat belang weegt zwaar en prevaleert boven de belangen van Hennessy c.s. bij handhaving van codering.


De bezwaren van Hennessy c.s. over kwaliteitsverlies, reputatieschade, volksgezondheid, veiligheid, namaak en recalls worden grotendeels onvoldoende onderbouwd geacht. Decodering tast de kwaliteit van de drank doorgaans niet aan en levert geen onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid of veiligheid op. Ook het gestelde gevaar van beschadiging van champagneflessen door verwijdering van lasercodes is onvoldoende aangetoond. Het risico op namaak en de beperkingen bij recalls wegen slechts beperkt mee.


Alles afwegend heeft Hennessy c.s. geen “gegronde reden” voor verzet tegen verdere verhandeling als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv. Er is evenmin sprake van onrechtmatige daad jegens Hennessy c.s. Het hoger beroep faalt en Hennessy c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.

 

IEPT-versie volgt later
ECLI:NL:OGHACMB:2025:311