Inzagevordering Bacardi moet in de huidige beroepsprocedure niet in apart kort geding

24-12-2025 Print this page
IEPT20251217, Rb Rotterdam, Bacardi v Excellent Drinks
(Met dank aan Chantal Bakermans , Penrose Law)

Bacardi is merkhouder van Grey Goose wodka en Polmos is merkhouder van Belvedere wodka. Excellent Drinks, groothandel in fris en alcoholhoudende dranken, is eerder betrokken geweest bij de handel in flessen wodka waarop zonder de vereiste licentie of toestemming de merken van Bacardi c.s. waren aangebracht. Excellent Drinks heeft daarmee inbreuk gemaakt op de merken van Bacardi c.s.. Via een vaststellingsovereenkomst heeft Excellent Drinks zich tegenover Bacardi en Polmos verbonden tot onthouding van verdere merkinbreuk. Bacardi vermoedt echter dat Excellent Drinks opnieuw merkinbreuk pleegt door de handel in nagemaakte flessen wodka. Daarom hebben Bacardi ex 205 Rv conservatoir bewijsbeslag gelegd onder Excellent Drinks. Bacardi c.s. vorderen in deze zaak ieder voor zich inzage in en afschrift van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens onder druk van een dwangsom. Excellent Drinks voert verweer, onder meer ten aanzien van de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om op de vorderingen van Bacardi c.s. te beslissen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Bacardi c.s. af.

 

MISBRUIK VAN PROCESRECHT - MERKENRECHT

 

De inzagevordering van Bacardi is in strijd met de goede procesorde.


Het meest ver strekkende verweer van Excellent Drinks tegen de inzagevordering van Bacardi is dat Bacardi die vordering had moeten instellen in een al tussen Bacardi en Excellent Drinks aanhangige hoger beroepsprocedure.

 

In een eerder niet-gepubliceerd vonnis rechtbank Den Haag is geoordeeld dat Excellent Drinks zich niet heeft gehouden aan wat was overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst. De vordering van Bacardi wegens merkinbreuk is afgewezen, omdat Bacardi niet zowel nakoming van de vaststellingsovereenkomst als schadevergoeding wegens merkinbreuk kan vorderen. Bacardi is in hoger beroep gekomen van het hiervoor genoemde vonnis.


Er loopt op dit moment dus al een bodemprocedure tussen Bacardi en Excellent Drinks over tekortkomingen in de nakoming van de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst en merkinbreuk, waaronder de handel in nagemaakte flessen Grey Goose.


In de situatie waarin al een bodemprocedure tussen partijen aanhangig is over feitelijk hetzelfde onderwerp als waar de inzagevordering betrekking op heeft, is het in strijd met de goede procesorde om die inzagevordering in een afzonderlijke (kort geding)procedure in te stellen. Die inzagevordering kan dan enkel nog in de al aanhangige bodemprocedure worden ingesteld. Dit volgt uit artikel 196, lid 2 sub c, Rv. De gedachte van de wetgever hierachter is dat bewijsverrichtingen zoveel mogelijk worden geconcentreerd en dat wordt voorkomen dat over hetzelfde geschilpunt gelijktijdig meerdere procedures bij verschillende rechters worden gevoerd.


Dat de hoger beroepsprocedure betrekking heeft op flessen in 2023 aangetroffen en het huidig conservatoir beslag voor flessen die in 2025 zijn aangetroffen, volgt de voorzieningenrechter niet dat dit twee volstrekt verschillende feitencomplexen zijn.

 

Zowel de hoger beroepsprocedure als de inzagevordering gaan in wezen over hetzelfde geschil: de handel van Excellent Drinks in nagemaakte Grey Goose-flessen, in strijd met de vaststellingsovereenkomst en/of het merkenrecht. Het verschil zit alleen in de periode en de lotcodes van de aangetroffen flessen. Het huidige bewijsbeslag ziet op een periode die begint vóór het sluiten van de vaststellingsovereenkomst en doorloopt tot 2025, waardoor de in beslag genomen gegevens ook relevant zijn voor het hoger beroep. Omdat Bacardi deze gegevens kan gebruiken ter onderbouwing van haar vorderingen in die lopende procedure, kan zij haar inzagevordering alleen nog binnen de al aanhangige hoger beroepsprocedure instellen.


De inzagevordering van Bacardi in strijd is met de goede procesorde. Dit leidt echter niet tot onbevoegdverklaring van de voorzieningenrechter, maar tot afwijzing van de vordering.


De inzagevordering van Polmos kan wel inhoudelijk worden behandeld, omdat tussen hen geen bodemprocedure aanhangig is. Polmos maakt echter onvoldoende aannemelijk dat een redelijk vermoeden bestaat dat er nog handel is. De verklaring van een of twee slijterijen waar nog één of twee nagemaakte flessen zijn aangetroffen, levert een te magere aanwijzing over de herkomst van de aankoop.

 

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt Bacardi c.s. in de proceskosten van 15.892,00.
 

Lees kopie van oorspronkelijke afschrift

ECLI:NL:RBROT:2025:14965

Eerder: ECLI:NL:RBDHA:2025:27273