HvJ EU: Collectieve auteursrechtlicentie zonder rekening te houden met bezettingsgraad hotels kan misbruik van machtspositie opleveren
03-02-2026 Print this page
Misbruik machtspositie collectieve beheersorganisatie: indien zij geen rekening houdt met de bezettingsgraad van hotels bij de berekening van vergoedingen voor verlening van een licentie om auteursrechtelijke werken beschikbaar te stellen kan dit - naar gelang de relevante omstandigheden - bijdragen tot de vaststelling dat sprake is van misbruik van machtspositie vanwege toepassing van onbillijke (te hoge) prijzen als bedoeld in artikel 102 lid 2 onder a VWEU. Voor de vaststelling van misbruik machtspositie volstaat dat wordt aangetoond dat de betrokken praktijk kan ingrijpen in een structuur van daadwerkelijke mededinging en is niet vereist dat wordt bewezen dat de praktijk consumenten daadwerkelijk of rechtstreeks kan schaden. Om aan te tonen dat het als misbruik aangemerkte prijsbeleid de handel tussen lidstaten wezenlijk ongunstig kan beïnvloeden volstaat het vast te stellen dat de collectieve beheersorganisatie naast de rechthebbenden uit de lidstaat waar zij een monopolie bezit ook die van rechthebbenden uit andere lidstaten beheerst. Aangezien haar tariefpraktijk de handel tussen lidstaten ongunstig kan beïnvloeden.
COLLECTIEF BEHEER
zaak C-161/24 (Conclusie AG)
Gestelde vragen:
1) Kan artikel 102, [tweede alinea,] onder a), [VWEU] aldus worden uitgelegd dat sprake is van misbruik van een machtspositie in de zin van dat artikel wanneer een collectieve beheersorganisatie met een feitelijk monopolie in een lidstaat aan accommodatieverstrekkende inrichtingen vergoedingen in rekening brengt voor de verlening van licenties voor de mededeling van auteursrechtelijk beschermde werken met behulp van televisie- en radio-ontvangers die zijn opgesteld in kamers waarin op particuliere basis gasten kunnen worden ondergebracht, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de vraag of deze kamers daadwerkelijk worden gebruikt?2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: moet een dergelijke praktijk worden beoordeeld vanuit het oogpunt van a) de toepassing van onbillijke contractuele voorwaarden of b) het hanteren van te hoge prijzen?
[a)] Indien de relevante norm wordt gevormd door de toepassing van onbillijke contractuele voorwaarden: welke specifieke toets moet worden verricht om dat te beoordelen?
[b)] Indien de relevante norm wordt gevormd door het hanteren van te hoge prijzen: welke specifieke toets moet worden verricht om dat te beoordelen: de algemene „United Brands-toets” of een specifieke gewijzigde versie daarvan?
3) Moet ten bewijze van het feit dat in het kader van de in de eerste vraag bedoelde gedraging inbreuk is gemaakt op artikel 102, [tweede alinea], onder a), [VWEU] worden aangetoond dat sprake is van daadwerkelijke of potentiële nadelige gevolgen voor de mededinging (met inbegrip van gevolgen voor het welzijn van de consumenten en uitbuitingseffecten van het optreden van de entiteit met een machtspositie)?
4) Moet ten bewijze van het feit dat in het kader van de in de eerste vraag bedoelde gedraging inbreuk is gemaakt op artikel 102, [tweede alinea], onder a), [VWEU] worden aangetoond dat deze gedraging de handel tussen de lidstaten wezenlijk ongunstig beïnvloedt of volstaat de gegronde veronderstelling dat een dergelijke beïnvloeding zich kan voordoen, zonder dat de daadwerkelijke omvang daarvan hoeft te worden onderzocht?
Antwoord:
1) Artikel 102, tweede alinea, onder a), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat de omstandigheid dat een organisatie voor collectief beheer van auteursrechten bij de berekening van de vergoedingen die verschuldigd zijn als tegenprestatie voor de verlening aan hotels van een licentie om auteursrechtelijk beschermde werken beschikbaar te stellen, geen rekening houdt met de bezettingsgraad van die hotels, naargelang van de relevante omstandigheden kan bijdragen tot de vaststelling dat er sprake is van misbruik van een machtspositie door de toepassing van onbillijke prijzen, mits wordt gecontroleerd of de hoogte van die vergoedingen buitensporig is in verhouding tot de aard en de omvang van het gebruik van de werken, alsmede tot de economische waarde die door dit gebruik wordt gegenereerd.
2) Artikel 102, tweede alinea, onder a), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat de vaststelling dat er sprake is van misbruik van een machtspositie voldoende is onderbouwd wanneer wordt aangetoond dat de betrokken praktijk in een structuur van daadwerkelijke mededinging kan ingrijpen, zonder dat hoeft te worden bewezen dat deze praktijk de consumenten ook rechtstreeks kan schaden.
3) Artikel 102, tweede alinea, onder a), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat een mededingingsautoriteit moet aantonen dat misbruik de handel tussen lidstaten wezenlijk ongunstig kan beïnvloeden. Wanneer het prijsbeleid van een organisatie voor collectief beheer van auteursrechten als misbruik wordt aangemerkt, volstaat het, teneinde aan te tonen dat de handel tussen lidstaten door dit misbruik wezenlijk ongunstig kan worden beïnvloed, vast te stellen dat die organisatie voor collectief beheer van auteursrechten naast de rechten van rechthebbenden die ingezetenen zijn van de lidstaat waar zij een monopolie bezit, ook die van rechthebbenden uit andere lidstaten beheert.