HvJ EU over weerleggen vermoeden inzake verplichte billijke compensatie bij levering opslagmedia aan niet-particulieren

09-02-2026 Print this page
IEPT20260115, HvJEU, Blue Chip v ZPÜ

Het HvJEU oordeelt dat een nationale regeling die een heffing oplegt op opslagmedia die aan professionele afnemers worden verkocht, verenigbaar is met de InfoSoc-richtlijn, mits er een weerlegbaar vermoeden bestaat. Producenten, importeurs of distributeurs mogen verplicht worden billijke compensatie te betalen, tenzij zij aantonen dat de media niet of slechts in minimale mate door natuurlijke personen voor privé-kopieën zullen worden gebruikt. De kern is dat een nationale regeling is toegestaan zolang het vermoeden van gebruik voor privé-kopieën kan worden weerlegd door bewijs dat de schade voor rechthebbenden minimaal is.


Zaak C-822/24 Bluechip

 

COLLECTIEF BEHEER

Uit de samenvatting minbuza.nl :

In het hoofdgeding heeft verzoekster, de Zentralstelle für private Überspielungsrechte (ZPÜ), tegen verweerster, bluechip Computer Aktiengesellschaft, een schadevergoedingsactie met schadestaatprocedure ingesteld, wegens het op de markt brengen van personal computers (pc’s), notebooks en werkstations met ingebouwde harde schijf.
 

Volgens verzoekster had verweerster een vergoeding moeten betalen ter financiering van de billijke compensatie uit hoofde van de uitzondering op het reproductierecht voor kopieën voor privégebruik.
 

In eerste aanleg is geoordeeld dat, op grond van nationaal recht, voor de door verweerster op de markt gebrachte apparaten en opslagmedia inderdaad een vergoeding moet worden betaald. Verweerster kan zich niet beroepen op het feit dat overgrote meerderheid van de apparaten niet aan particuliere eindgebruikers wordt verkocht en dus niet in relevante mate voor het kopiëren voor privégebruik wordt gebruikt. Volgens de rechter in eerste aanleg bestaat er bij de terbeschikkingsstelling van apparaten en opslagmedia, wanneer deze niet duidelijk bestemd zijn voor andere doelen dan voor het kopiëren voor privégebruik, namelijk een vermoeden dat de apparaten en opslagmedia zullen worden gebruikt voor het maken van toelaatbare en vergoedingsplichtige kopieën. Dit vermoeden geldt wanner de apparaten ter beschikking worden gesteld van natuurlijk personen en bij terbeschikkingsstelling van opslagmedia aan een commerciële afnemer of een rechtspersoon. Dit vermoeden kan alleen worden weerlegd door te bewijzen dat met behulp van deze apparaten hoogstens in beperkte mate daadwerkelijk reproducties zijn vervaardigd of bij een normale gang van zaken zullen worden vervaardigd.


Gestelde vragen (B9 16750):

Is het verenigbaar met artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29, dat een nationale regeling producenten, importeurs of distributeurs die opslagmedia verkopen aan professionele eindafnemers (rechtspersonen of natuurlijke personen die – voor de producent, importeur of distributeur als zodanig herkenbaar – als eindgebruikers voor commerciële doeleinden een bestelling plaatsen), verplicht een vergoeding ter financiering van de billijke compensatie uit hoofde van de uitzondering op het reproductierecht voor kopieën voor privégebruik te betalen, voor zover zij overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht niet bewijzen dat met behulp van deze apparaten hoogstens in beperkte mate daadwerkelijk door een natuurlijke persoon voor privégebruik reproducties van een werk op enige drager zijn vervaardigd of bij een normale gang van zaken worden vervaardigd?


Antwoord HvJEU:

Artikel 5, lid 2, onder b) [InfoSocRichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan de producenten, importeurs en distributeurs van opslagmedia die voor reproductiedoeleinden kunnen worden gebruikt, de in deze bepaling bedoelde billijke compensatie moeten betalen wanneer zij die opslagmedia aan professionele eindafnemers verkopen, tenzij deze producenten, importeurs of distributeurs aantonen dat die opslagmedia niet door natuurlijke personen zullen worden gebruikt om reproducties te maken voor privégebruik en zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk of dat dit slechts zal gebeuren in een mate die wordt geacht voor de rechthebbenden slechts minimale schade te doen ontstaan.

 

IEPT20260115, HvJEU, Bluechip v ZPÜ
ECLI:EU:C:2026:13