Dash Berlin betaling licentievergoeding geldig opgeschort wegens (nog) niet-afgewikkelde Amerikaanse belastingen
30-01-2026 Print this pageNa een eerdere samenwerking binnen DJ-act Dash Berlin ontstond een geschil dat werd beëindigd met een vaststellingsovereenkomst (VSO). Daarin werd voortzetting van de act door appellant toegestaan tegen betaling van licentievergoedingen, met sancties bij niet-betaling. Appellant schortte de betalingen op omdat geïntimeerden volgens hem tekortschoten in hun verplichting om de voorzienbare Amerikaanse belasting 2017 te voldoen. Geïntimeerden vorderden daarop in kort geding teruglevering van activa, een verbod op inbreuk en betaling van achterstallige vergoedingen. Het hof aanvaardde het opschortingsberoep, wees de vorderingen af, vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde geïntimeerden tot afwikkeling van de Amerikaanse belastingen en het gedogen van merkgebruik zolang appellant aan de VSO voldoet of rechtsgeldig opschort.
VASTSTELLINGSOVEREENKOMST - GEBRUIKSOVEREENKOMST - LICENTIE - IE-VERBINTENISSEN
Na een eerdere samenwerking in het kader van DJ-act Dash Berlin is tussen partijen een geschil ontstaan dat zij hebben opgelost door middel van een vaststellingsovereenkomst. Die voorzag in voortzetting van de act door [appellant] c.s. tegen betaling van een licentievergoeding, op straffe van teruglevering activa van de act, beëindiging licentiegebruik van merk- en handelsnaamrechten. Appellant c.s. heeft de betaling van die licentievergoedingen op enig moment gestaakt in afwachting van de nakoming c.s. van een verbintenis die op [geïntimeerde 1] c.s. rustte.
Volgens hem was hij bevoegd om die betaling en die inzage op te schorten omdat geïntimeerde c.s. daarvóór was tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit artikel 21 VSO om de Amerikaanse belasting 2017 te betalen die in mei 2020 voorzienbaar voortvloeide uit de Amerikaanse aangifte 2017 van 28 april 2020.
Geïntimeerden 1 t/m 4 vorderen in kort geding teruglevering van de betrokken activa en een verbod op inbreuk en [geïntimeerde 1] c.s. vordert betaling van de nog niet betaalde licentievergoeding. Het hof aanvaardt het beroep van [appellant 1] op opschorting en wijst deze vorderingen daarom af. De tegenvorderingen worden toegewezen.
Appellant c.s. heeft gesteld dat [geïntimeerde 1] c.s. als eerste de op hem rustende verplichtingen uit artikel 21 VSO niet is nagekomen, waardoor hij gerechtigd was om de nakoming van zijn eigen licentiebetalingsverplichtingen uit de artikelen 3 en 4 VSO op te schorten.49
Omdat het opschortingsrecht een verweermiddel is dat zowel in als buiten rechte kan worden ingeroepen, kan het niet laat - pas bij het pleidooi in eerste aanleg - worden beschouwd.
De inwerkingtreding van de terugleverplicht van artikel 7 VSO en het verval van de licentie van artikel 6 VSO kan niet een geldig beroep op verrekening dan wel opschorting blokkeren.
Het hof vernietigd het vonnis IEPT20210317 en veroordeelt geïntimeerden hoofdelijk om Amerikaanse belastingen af te wikkelen en te gehengen en gedogen dat appellant tekens en hashtags gebruikt zo lang hij voldoet aan de VSO of een geldig beroep kan doen op opschorting.
IEPT volgt later
ECLI:NL:GHDHA:2026:25