Tussenvonnis over filmmaker over rolbenoeming in de credits en aanvullende billijke vergoeding
02-04-2026 Print this page
Tussenvonnis. Gedaagde heeft een super lowbudget film gemaakt. Onenigheid met filmmaker die vordert: (aanvullend) billijke vergoeding voor de filmproductie voor zijn regiewerkzaamheden bij de productie van de film. Ook vindt hij dat hij als coregisseur vermeld moet worden, niet als regieassistent. De rechtbank is voornemens een deskundigenbericht te bevelen. Partijen nemen akte over de vragen.
PERSOONLIJKHEIDSRECHT - AUTEURSCONTRACTENRECHT
[gedaagde 1] is acteur, regisseur, scenarioschrijver en producer en heeft in die hoedanigheden de film bedacht en gemaakt. Hij speelde de hoofdrol in zijn eigen super lowbudgetfilm. Eiser is filmmaker. Partijen hebben samengewerkt en er is onenigheid ontstaan. In de post-productie is er weinig contact, totdat er een filmposter verscheen en eiser hier niet op vermeld staat.
Eiser vordert:
I. voor recht verklaart dat hij kan worden aangemerkt als coregisseur;
II. voor recht verklaart dat artikel 45e Aw heeft geschonden;
III. veroordeling tot het aanpassen van de credits naar coregisseur in de intro en aftiteling van de film, en naar co-director op de website IMDb, op straffe van een dwangsom;
IV. voor recht verklaart dat [eiser] recht heeft op een aanvullende, billijke vergoeding;
Eiser heeft significante creatieve inbreng gehad niet alleen tijdens, maar ook voorafgaand aan en na afloop van de draaidagen. [gedaagde 1] had zelf de hoofdrol in de film en speelde in bijna driekwart van de scenes. Meestal moest [gedaagde 1] zich dus op zijn acteerwerk richten, waardoor veel regieverantwoordelijkheden bij [eiser] terechtkwamen. Anders dan aanvankelijk overeengekomen in de medewerkersverklaring heeft [eiser] dus veel meer bijgedragen aan het proces dan een regieassistent zou doen. Door dit niet te erkennen heeft [gedaagde 1] inbreuk gemaakt op zijn persoonlijkheidsrechten omdat hij recht heeft op een vermelding als coregisseur (artikel 45e sub a Auteurswet) en een daarbij passende billijke vergoeding (artikel 45d lid 1 Aw). Het honorarium van € 1.600,- dat hij heeft ontvangen is niet billijk. Bovendien heeft hij daarnaast recht op een draaidagvergoeding en een percentage van de winst (artikel 45d lid 7 jo. 25d lid 1 Aw). [eiser] licht dit als volgt nader toe.
[gedaagde 1] voert verweer. Hij erkent dat [eiser] creatieve inbreng heeft gehad bij de totstandkoming van de film en dus moet worden aangemerkt als ‘maker’ in de zin van de Auteurswet, maar hij betwist dat deze inbreng hem tot coregisseur maakt. [gedaagde 1] erkent daarnaast dat [eiser] recht heeft op een billijke vergoeding, maar het bedrag dat hij vordert is te hoog. € 1.600,- is inderdaad weinig, maar [eiser] heeft het latere aanbod van [gedaagde 1] voor een aanvullende vergoeding van € 10.000,- afgewezen. [eiser] heeft ermee ingestemd als regieassistent te werken en vermeld te worden, zo blijkt uit de medewerkersverklaring van 8 februari 2023. De bijdrage van [eiser] was bovendien bescheiden en hij was geen onderdeel van de hoofdcrew. Pas toen de film een commercieel succes werd, wilde [eiser] een vermelding als coregisseur en een hogere vergoeding.
Partijen zijn het erover eens dat [eiser] een creatieve bijdrage aan de film heeft geleverd waarmee hij een maker is in de zin van de Auteurswet. De discussie tussen partijen in de hoofdzaak ziet echter op de vragen (i) hoe deze bijdrage moet worden gekwalificeerd en (ii) welke vergoeding hiertegenover moet staan.
Ex 45e sub a Aw is het ontbreken van een naamsvermelding op gebruikelijke plaats een schending van persoonlijkheidsrecht. Volgens 25c lid 1 en 45d lid 1 Aw zou een billijke vergoeding op zijn plaats zijn. Volgens 25d lid 1 jo 45d lid 7 Aw deze bestsellersbepaling een aanvullende vergoeding kunnen opleveren, een groot succes terwijl het productiebudget zeer laag was. En ex 25cd Aw is er een informatieverplichting.
Doordat [gedaagde 1] [eiser] eerder al een aanvullende vergoeding van € 10.000,- heeft aangeboden, heeft [gedaagde 1] daarmee erkend dat [eiser] inderdaad recht heeft op een aanvullende vergoeding. [eiser] heeft dan ook in beginsel recht op de benodigde informatie over de exploitatie.
De rechtbank heeft dan ook behoefte aan deskundige voorlichting. Eiser draagt de bewijslast en zal voorschot op het salaris betalen. Prof. mr. D.J.G. Visser is voorzitter en daarbij komen nog twee deskundigen vanuit het werkveld. De rechtbank is voornemens de volgende vragen aan de deskundigen voor te leggen. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld wijzigingen en aanvullende vragen voor te stellen:
1. Hoe moet de billijke vergoeding van artikel 25c Aw worden bepaald?
2. Wat zijn de elementen die relevant zijn om die billijke vergoeding te bepalen?
3. Is de overeengekomen vergoeding van € 1.600 (lumpsum) in dit geval een billijke vergoeding voor de werkzaamheden die [eiser] heeft verricht?
4. Hoe moet de aanvullende billijke vergoeding van artikel 25d Aw worden bepaald?
5. Wat zijn de elementen die relevant zijn om die billijke vergoeding te bepalen?
6. Welke financiële informatie over de exploitatie(resultaten) van de film zijn nodig om de hoogte van deze vergoeding te kunnen bepalen?
7. Welke aanvullende billijke vergoeding is in dit geval redelijk voor [eiser] ?
8. Wat houdt de functie van regieassistent in?
9. Wat houdt de functie van coregisseur in?
10. Hoe verhoudt een coregisseur zich tot de andere (co)regisseur?
a. Is er een hiërarchie tussen deze twee of is dat niet noodzakelijkerwijs het geval?
Indien 10a ontkennend wordt beantwoord:
b. hoe functioneren twee coregisseurs dan naast elkaar?
c. wie draagt dan de eindverantwoordelijkheid?
11. Hoe ziet de verhouding tussen producent en regisseur in het algemeen eruit, en in het bijzonder in dit geval waarin [gedaagde 1] beide rollen vervult?
11. Wat is de rol van een (co)regisseur tijdens de pre- en postproductie?
11. De werkzaamheden van [eiser] in ogenschouw nemend (waarbij de Excel-sheet die als prod. 88 is overgelegd tot uitgangspunt kan dienen), zou u zijn rol kwalificeren als regieassistent of als coregisseur?
11. Betekent dit dat [eiser] als coregisseur moet worden vermeld op de intro credits, aftiteling en IMDb?
Partijen nemen akte over de gestelde vragen, dit is een tussenvonnis: ECLI:NL:RBAMS:2026:1669