Oppositie ARROW CLASSIC ROCK succesvol tegen Spotify's aanvraag MARROW

02-02-2026 Print this page
IEPT20260129, EUIPO, Marrow v Arrow Classic Rock
(Met dank aan Hugo Brautigam en Alexander van Laaren, Dentons)

De Oppositiedivisie van het EUIPO heeft de oppositie van CRN Management tegen de EU-handelsmerkaanvraag ‘MARROW’ van Spotify volledig toegewezen. Bij de vergelijking van de tekens werd met name gekeken naar een significant deel van het Franstalige Benelux-publiek, voor wie de woorden ‘ARROW’ en ‘MARROW’ geen betekenis hebben en daardoor een gemiddeld onderscheidend vermogen bezitten.
 

MERKENRECHT

De Oppositiedivisie van het EUIPO heeft op 29 januari 2026 de oppositie van CRN Management B.V. tegen de EU-handelsmerkaanvraag ‘MARROW’ van Spotify AB volledig toegewezen. De oppositie was gebaseerd op onder meer het Benelux-woordmerk ‘ARROW CLASSIC ROCK CAFÉ’ en gegrond op artikel 8, lid 1, onder b, EUTMR (gevaar voor verwarring).


De aangevraagde diensten van Spotify in klasse 41 (muziek- en entertainmentdiensten, waaronder het aanbieden en cureren van muziekafspeellijsten) werden identiek geacht aan de entertainmentdiensten van het oudere merk. Het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in de Benelux, met een aandachtsniveau dat varieert van gemiddeld tot bovengemiddeld.


Bij de vergelijking van de tekens werd met name gekeken naar een significant deel van het Franstalige Benelux-publiek, voor wie de woorden ‘ARROW’ en ‘MARROW’ geen betekenis hebben en daardoor een gemiddeld onderscheidend vermogen bezitten. Visueel en auditief zijn de tekens in beperkte mate vergelijkbaar, omdat zij grotendeels samenvallen in de letterreeks ‘ARROW/MARROW’, waarbij het verschil enkel bestaat uit de beginletter ‘M’. Het aanvullende element ‘CLASSIC ROCK CAFÉ’ in het oudere merk werd als zwak onderscheidend beschouwd, omdat het beschrijvend is voor entertainmentdiensten.


Hoewel de tekens conceptueel verschillen, weegt dit onvoldoende op tegen de identiteit van de diensten en de visuele en auditieve overeenkomsten. De Oppositiedivisie oordeelde dat het publiek kan denken dat de diensten afkomstig zijn van dezelfde of economisch verbonden ondernemingen. Daarom werd het bestaan van verwarringsgevaar aangenomen voor een relevant deel van het publiek.


De EU-handelsmerkaanvraag werd volledig geweigerd en Spotify werd veroordeeld tot betaling van de kosten, vastgesteld op EUR 620.

Lees hier de beslissing