Brand Outlet houdt zich bezig met in- en verkoop van (zeer) goedkope kleding aan de consument. Toen SHEIN bemerkte dat Brand Outlet zonder haar toestemming in pop-up stores SHEIN-kleding verkocht, heeft ze een kort geding dagvaarding uitgebracht. Brand Outlet heeft daarop een Onthoudingsverklaring ondertekend. Daarop heeft SHEIN het kort geding ingetrokken. Vervolgens zijn diverse overtredingen van de Onthoudingsverklaring geconstateerd. In dit geding strijden SHEIN en Brand Outlet met name over de vragen of de Onthoudingsverklaring geldig is, of Brand Outlet een beroep op uitputting toekomt omdat zij uitsluitend handelde in communautaire retourwaren en of en hoeveel boetes zijn verbeurd. Voorraadlevering ter donatie aan Leger des Heils.
VASTSTELLINGSOVEREENKOMST - MERKENRECHT
SHEIN is wereldwijd opererende moderetailer via online webwinkels. Brand Outlet in- en verkoopt (zeer) goedkope kleding aan consumenten. Eind september 2024 zijn diverse artikelen gepubliceerd over de opening van winkels met SHEIN-kleding. Na dagvaarding is een schikking overeengekomen met een Onthoudingsverklaring vanwege merkinbreuk. hierna is er door een deurwaarder meermaals geconstateerd dat er geen bord hing dat de winkel niet aan SHEIN gelieerd zou zijn, zijn er SHEIN labels aangetroffen en stond SHEIN op de kassabon.
Brand Outlet beroept zich op de nietigheid vanwege strijd met mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt dat de Onthoudingsverklaring niet bedoeld was om de mededinging te beperken, maar om een geschil over vermeende merkinbreuk tussen SHEIN en Brand Outlet te beëindigen. Toch gaat artikel II van de verklaring volgens de rechtbank te ver: het verbiedt Brand Outlet om alle SHEIN-producten te verhandelen, ook producten die rechtmatig in de handel zijn gebracht (uitgeputte producten). Dat algemene handelsverbod belemmert de toegang tot de markt en is daarom in strijd met het mededingingsrecht (art 101 VWEU en art 6 Mw). Het verbod blijft wél geldig voor zover het betrekking heeft op merkinbreukmakende producten. De overige bepalingen van de Onthoudingsverklaring blijven ook geldig.
Ex 1:88 BW
De rechtbank verwerpt het beroep van Brand Outlet op vernietiging van de Onthoudingsverklaring door de echtgenotes van de betrokken heren. Brand Outlet heeft niet bewezen dat zij ten tijde van het sluiten van de verklaring getrouwd waren, en bovendien was toestemming van echtgenoten niet vereist omdat de afspraken zijn gemaakt in het kader van de normale bedrijfsuitoefening. De Onthoudingsverklaring is daarom (behoudens het eerder nietig verklaarde deel van artikel II) rechtsgeldig en bindend.
Artikel I
Brand Outlet kan zich niet verweren met de stelling dat het teken SHEIN niet merkbeschermd zou zijn. Zij heeft contractueel toegezegd geen inbreuk te maken op de SHEIN-merken, en die afspraak moet worden nagekomen. Het element “SHEIN” geldt als onderscheidend bestanddeel, zodat het gebruik daarvan op kleding voldoende is om merkinbreuk aan te nemen.
De rechtbank oordeelt dat artikel I van de Onthoudingsverklaring breed moet worden uitgelegd: het ziet op alle vormen van merkinbreuk, niet alleen op winkelinrichting. Brand Outlet heeft dit artikel geschonden door SHEIN-kleding te verkopen (ook met verwijderde labels) zonder toestemming en zonder bewijs van uitputting. Het beroep op uitputting faalt omdat Brand Outlet geen bewijs heeft geleverd van de verkoopketen en eerste rechtmatige verhandeling binnen de EER.
Artikel II
Brand Outlet zou op grond van artikel II van de Onthoudingsverklaring toegestaan tot en met 27 december 2024 de nog aanwezige voorraad van SHEIN-producten uit te verkopen, mits zij op al haar wanden en op de ruiten van haar winkels de volgende tekst zou plaatsen: "Deze winkel is niet gelieerd aan SHEIN. This store is not related to SHEIN". De uitleg van "bearing the SHEIN Trademarks" is te beperkt aangezien de formulering betreft: "any SHEIN product", daaronder valt ook het aanbieden van SHEIN-kleding waaruit de merklabels zijn verwijderd.
Verschuldigde boetes
Brand Outlet stelt dat er sprake is van dubbeltelling wegens overlap van schendingen van artikel I en II. De overeengekomen boetes voor schending van artikel I is becijferd op €125.000. Gelet op grote aantal SHEIN-producten is het volstrekt onaannemelijk dat het niet om (incidentele) foutjes gaat, en er geen onderscheid is tussen kledingstukken voorzien van merklabel en kleding waaruit het label verwijderd was, levert de schending van artikel II een boete van €280.500 op. Vanwege schending artikel IV - opgaveplicht - is er eveneens een bedrag aan €112.500 verschuldigd. Boetes worden niet gematigd.
Merkinbreuk en stakingsbevel tegen natuurlijke personen
SHEIN heeft - ook naast de Onthoudingsverklaring - belang bij een inbreukverbod om toekomstige inbreuken te voorkomen. Ook na ondertekening van de onthoudingsverklaring werd SHEIN-kleding onder toestemming aangeboden. De merkinbreuk zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 aanhef (en onder b) UMVo. Stakingsbevel wordt ook opgelegd tegen de natuurlijke personen als bestuurders en feitelijke beleidsbepalers van de vennootschappen.
Beslissing
Toewijzing van €518.000 voor schending van de Onthoudingsverklaringen, EU-stakingsbevel merkinbreuk voor Brand Outlet en bestuurders, beleidsbepalers, opgave van de herkomst en distributiekanalen, voorraadaanbod bij Leger des Heils onder last van dwangsommen, winstafdracht en buitengerechtelijke kosten€13.861,01 proceskosten €23.799,82.
IEPT-versie volgt later
Lees kopie van oorspronkelijke vonnis hier.