Het Gerecht verduidelijkt dat “genuine use” van een Uniemerk door lokale vestigingen niet automatisch wordt aangenomen. Gebruik op het niveau van een winkel of vestiging (bijv. als handels- of winkelnaam) volstaat alleen indien een concrete link wordt aangetoond tussen het merk en de verhandelde goederen/diensten. Die link wordt casuïstisch beoordeeld en kan niet worden verondersteld, zelfs niet bij single-brand stores. De uitspraak past in een strengere lijn waarbij territorium, aard van gebruik en perceptie door het publiek centraal staan.
1. Juridisch kader: genuine use en territoriale dimensie
Volgens art. 18 EUTMR vereist “genuine use” dat het merk daadwerkelijk commercieel wordt gebruikt om een afzetmarkt te creëren of te behouden. Daarbij moeten tijd, plaats, aard en omvang van het gebruik gezamenlijk worden beoordeeld. De plaats van gebruik ziet niet enkel op fysieke verkoop, maar ook op marktgerichte activiteiten binnen de EU.
2. Kern van de uitspraak: lokale vestiging ≠ automatisch gebruik
Het Gerecht maakt duidelijk dat gebruik van een merk op het niveau van een lokale vestiging (bijv. gevel, winkelnaam) niet automatisch geldt als gebruik voor alle verkochte goederen. Doorslaggevend is of de consument een verband legt tussen het merk en de concrete producten of diensten.
3. De “link”-toets centraal
De uitspraak bouwt voort op Céline-jurisprudentie: gebruik als handelsnaam kan voldoende zijn, mits er een herkomstfunctie wordt vervuld. Nieuw is dat het Gerecht expliciet afstand neemt van een ruime interpretatie bij single-brand stores:
- Geen vermoeden van een link
- Beoordeling per geval
- Meerdere merken binnen één winkel kunnen de link juist verzwakken
4. Afbakening t.o.v. eerdere rechtspraak
Waar eerdere zaken ruimte lieten voor indirect gebruik (bijv. reclame gericht op EU-consumenten of voorbereidende handelingen), benadrukt deze uitspraak een striktere bewijsdrempel voor lokale exploitatie. Gebruik moet zichtbaar bijdragen aan de commerciële positionering van de specifieke goederen/diensten.
5. Praktische implicaties
- Merkhouders moeten hun merk op of bij de producten zelf gebruiken (labels, verpakking)
- Bewijs van gebruik moet expliciet de link met de goederen aantonen
- Lokale aanwezigheid alleen (storefront) is onvoldoende zonder aanvullende context
6. Conclusie
De uitspraak bevestigt een trend naar functionele en consumentgerichte beoordeling van 'genuine use'. Lokale vestigingen spelen een rol, maar alleen indien zij aantoonbaar bijdragen aan de herkomstaanduiding van de betrokken goederen of diensten.