Verwarringsgevaar tussen het oudere merk myfid en IFID voor boekhoudkundige diensten: gemiddeld tot hoog aandachtsniveau, visuele overeenstemming en fonetisch in zekere mate overeenstemming en identieke diensten voor financiële controles, boekhoudkundige advisering.
Op 18 augustus 2021 heeft de verzoekende partij, I-FID, een Benelux-merkaanvraag gedaan van het woordmerk "IFID". De verwerende partij, MyFid, heeft oppositie ingesteld tegen de inschrijving gebaseerd op de Benelux-inschrijving van het woordmerk "myfid".
Het Hof is van oordeel dat het reelvante publiek een basiskennis van de Engelse taal heeft en een gemiddeld tot hoog aandachtsniveau heeft, omdat de diensten zowel consumenten als een gespecialiseerd publiek betreft. Het Hof oordeelt daarnaast dat er sprake is van visuele overeenstemming door de lettergreep "fid", een zekere mate van fonetische overeenstemming en dat geen begripsmatige overeenstemming in acht moet worden genomen aangezien het louter fantasietermen zonder betekenis zijn. Het Bureau besloot volgens het Hof terecht dat de diensten financiële controles, boekhoudkundige advisering met betrekking tot belasting, etc., hetzelfde of in synonieme bewoordingen voorkomen, en er dus sprake is van identieke diensten. Het Hof oordeelt verder dat het oudere merk een normaal onderscheidend vermogen heeft omdat het geen kenmerk van de diensten beschrijft en komt tot de conclusie dat het relevante publiek in de Benelux kan menen dat de betrokken diensten afkomstig zijn van dezelfde onderneming of economisch verbonden ondernemingen.
IEPT20260318, BenGH, myfid v IFID