Nóg oudere DJ-handelsnaamrecht niet in kort geding aannemelijk

25-06-2026 Print this page
IEPT20260324, Rb Amsterdam, DJ Rossi v DJ Rossi. (2)-Meanwhile
(Met dank aan Michiel Odink en Meredith Hom, Leeway)

Geschil over het gebruik van de naam ‘DJ Rossi’. Eisers stellen (samengevat) dat zij eerder waren met het gebruik van deze naam als merk én als daarvoor nog als (oudere) handelsnaam en dat gedaagden hierop inbreuk maken door deze naam ook te gebruiken. Gedaagden stellen dat er DJ Rossi niet als handelsnaam voor onderneming wordt gebruikt, met slechts incidenteel of sporadisch gebruik. De ene uitleg is niet zodanig meer overtuigend dan de andere. Geen nader onderzoek en/of bewijslevering. Bij Benelux Merkenbureau ligt doorhalingsprocedure voor. Afwijzing.

 

HANDELSNAAMRECHT - MERKENRECHT
 

Eiser DJ Rossi treedt sinds 1990 op in de techno scene en heeft zijn naam sinds 2003 als Benelux woordmerk gedeponeerd, echter deze is sinds 2013 komen te vervallen; dat in 2022 weer is gedeponeerd, in 2025 is EU woordmerk aangevraagd. De Britse "DJ Rossi" of "Rossi." - met een punt) ook en sinds 2018 ook in Nederland. Meanwhile is het Nederlandse boekingskantoor van gedaagde DJ 2.

 

Uit het boek ‘Bacardi DJ Guide 2003’ en ‘Dance Valley a decade of dance (2004)’ volgt dat onder de naam (DJ 1) eiser actief is sinds 1990. Ook door overzichten uit de Partyflock uitgaansagenda van de periode 2018-2026, volgt dat DJ 1 al ruim 35 jaar optreedt onder de naam DJ 1. De facturatie is uitbesteed aan een ander, echter dat hoeft het handelsnaamgebruik volgens niet in de weg te staan.


Omdat de merkregistratie van 2022 is, doet DJ 2 beroep op ouder handelsnaamrecht. Voor een beroep op 2.23 lid 2 BVIE dient DJ 1 aannemelijk te maken dat zij nóg oudere handelsnaamrechten hebben.

Gedaagde stelt dat DJ 1 niet als handelsnaam voor zijn onderneming wordt gebruikt. Incidenteel of sporadisch gebruik (2 á 3x per jaar)van de naam is niet voldoende voor bescherming als handelsnaam.


De ene uitleg is niet zodanig meer overtuigend dan de andere dat daar in dit kort geding op vooruit gelopen kan worden. Kort geding leent zich niet voor nader onderzoek en/of bewijslevering. Ook speelt mee dat dit bij het Benelux Merkenbureau voorligt vanwege de gestarte doorhalingsprocedure. Er is dan ook geen reden om in dit kort geding op dat oordeel vooruit te lopen en de uitkomst van die procedure zal dus moeten worden afgewacht.


De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen en veroordeeld eisers DJ 1 in proceskosten €16.557 van DJ 2 en €12.497 van Meanwhile.

 

ECLI:NL:RBAMS:2026:6010