Hof: Billijke vergoeding voor zover rechthebbende geen afspraken hebben gemaakt bij de verwerking in synchronisaties

08-04-2026 Print this page
IEPT20260407, Hof Arnhem-Leeuwarden, Sena v Ziggo

Sinds 2008 betaalde Ziggo een billijke vergoeding voor de doorgifte van fonogrammen in synchronisaties via buitenlandse radio- en tv-programma’s. Na opzegging van de kaderovereenkomst naar aanleiding van het Atresmedia-arrest volgt uit richtlijnconforme uitleg dat Ziggo alleen een vergoeding verschuldigd is indien rechthebbenden geen vergoeding hebben ontvangen of geen afspraken hebben gemaakt bij de verwerking van hun prestatie in de synchronisatie. Voor zover dat niet is gebeurd, maakt Ziggo inbreuk. Dit leidt tot praktische complicaties, omdat partijen niet belast willen worden met het achterhalen van individuele afspraken; het hof gaat ervan uit dat zij hierover in overleg treden. Er is sprake van wederzijdse dwaling, die voor 50% voor rekening van Ziggo blijft, zodat de betaalde vergoedingen voor 50% onverschuldigd zijn geweest.


NABURIGE RECHTEN

 

Op grond van artikel 15 Wnr heeft Sena de taak om de billijke vergoeding ex artikel 7 Wnr voor de uitzending of openbaarmaking van (reproducties) van fonogrammen te innen bij kabelexploitanten, zoals Ziggo. Ziggo is de grootste distributeur van radio- en televisiesignalen via vaste netwerken in Nederland. partijen hebben een kaderovereenkomst gesloten voor de doorgifte van buitenlandse radio-tv-programma's. Naar aanleiding van HvJEU-arrest Atresmedia (IEPT20201118) heeft Ziggo deze overeenkomst opgezegd.

 

De Nederlandse wetgever heeft volgens Sena de bedoeling gehad om synchronisaties ook onder de reikwijdte van artikel 7 Wnr te laten vallen. Volgens Ziggo biedt de Europese regelgeving en jurisprudentie geen ruimte om synchronisaties onder de reikwijdte van artikel 7 Wnr te laten vallen. Dat zou een uitleg zijn die tegen de richtlijn ingaat, wat volgens Ziggo niet is toegestaan.


In het Atresmedia-arrest overweegt het HvJ allereerst dat vaststaat dat de vragen geen betrekking hebben op de reproductie van fonogrammen op het ogenblik dat zij in audiovisuele opnamen (synchronisaties) worden verwerkt, maar dat de rechthebbenden daarmee hebben ingestemd en in ruil daarvoor een vergoeding hebben ontvangen.


Een richtlijn conforme uitleg ertoe dat artikel 7 Wnr op gelijke wijze moet worden uitgelegd als de uitleg die het HvJ geeft aan artikel 8 lid 2 VLN-richtlijn. De uitleg van het HvJ in het Atresmedia-arrest brengt mee dat -voor zover de rechthebbenden hebben ingestemd met de verwerking van hun prestatie in een synchronisatie en daarvoor een vergoeding (hebben) ontvangen- Ziggo geen billijke vergoeding is verschuldigd voor de doorgifte van die synchronisaties via buitenlandse televisieprogramma’s.


Het HvJ maakt in het Atresmedia-arrest duidelijk dat de vergoeding die de rechthebbenden moeten krijgen voor hun prestatie moet worden geregeld op het moment dat de rechthebbenden toestemming geven en afspraken maken over de samenvoeging van hun prestatie met beeld tot een audiovisueel werk. Hieruit volgt dat de rechthebbenden één keer een vergoeding moeten ontvangen. Dus als het ontvangen van een vergoeding niet is geregeld bij de verwerking van hun prestatie in een synchronisatie, dan zal de rechthebbende alsnog een billijke vergoeding moeten ontvangen bij de mededeling aan het publiek van die synchronisatie, bijvoorbeeld bij de openbaarmaking daarvan via televisiezenders.

 

Als de rechthebbenden wel een vergoeding hebben ontvangen of daarover afspraken hebben gemaakt, dan hebben zij geen recht meer op een vergoeding uit artikel 7 Wnr en kunnen zij niet terugvallen op hun verbodsrechten uit artikelen 2 en 6 Wnr. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Wnr toegelicht dat het verbodsrecht voor de rechthebbenden in artikel 7 Wnr is vervangen door een vergoedingsaanspraak.


Vordering Sena
Volgens Ziggo heeft Sena niet aangetoond dat zij een toereikend mandaat heeft om de verbodsrechten uit artikelen 2 (en 6) Wnr te handhaven. Het is niet relevant is of zij over een toereikend contractueel mandaat beschikt, vanwege de regels van artikel 14a Wnr in samenhang met artikel 26a Aw. Die artikelen bepalen dat artikel 26a van de Auteurswet ook geldt voor het recht om toestemming te verlenen voor de openbaarmaking via de kabel van prestaties die onder de Wnr vallen.


Inbreuk
Sinds 1 april 2022 betaalt Ziggo geen billijke vergoeding meer voor de doorgifte van synchronisaties via buitenlandse tv-programma's. Wanneer dus een prestatie van een rechthebbende in een dergelijke synchronisatie is verwerkt en deze rechthebbende geen afspraken heeft gemaakt over een vergoeding daarvoor of geen vergoeding heeft ontvangen, maakt Ziggo inbreuk.


Dit leidt tot complicaties in de praktijk. Beide partijen hebben toegelicht dat zij niet belast zouden moeten worden met het achterhalen van het al dan niet bestaan van (individuele) afspraken bij de vastlegging van de synchronisatie. Deze complicatie doet echter niet af aan de richtlijn conforme uitleg.

 

Richtlijnconforme interpretatie
De vorderingen van Sena zullen alleen worden toegewezen voor zover Ziggo synchronisaties doorgeeft via de buitenlandse televisieprogramma’s waarbij de rechthebbenden geen vergoeding hebben ontvangen of geen afspraken over een vergoeding hebben gemaakt voor de verwerking van hun prestatie in die synchronisatie. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, omdat voor partijen geen duidelijkheid bestaat om welke synchronisaties en rechthebbenden het hier gaat. Het hof gaat ervan uit dat partijen in overleg zullen treden over de wijze waarop zij tot nieuwe afspraken kunnen komen die recht doen aan deze veroordelingen. De vordering om in overleg te treden over een nieuwe overeenkomst zal echter worden afgewezen, omdat een grondslag daarvoor ontbreekt.  

 

Dwaling
Ziggo vordert wijziging van de kaderovereenkomst uit 2008 en terugbetaling van (gedeeltelijk) onverschuldigd betaalde vergoedingen, gebaseerd op dwaling (art. 6:228 BW). Volgens Ziggo is zij onjuist geïnformeerd door Sena.

 

Vaststaat echter dat partijen vóór het Atresmedia-arrest ervan uitgingen dat Sena gerechtigd was tot vergoeding en dat dit arrest voor beide partijen een verrassing was. Sena heeft daarom geen mededelingsplicht geschonden. Er is sprake van wederzijdse (rechts)dwaling, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is, tenzij de dwaling voor rekening van Ziggo blijft.

 

Het hof oordeelt dat de dwaling niet volledig voor rekening van Ziggo komt, mede omdat Sena deskundig is en het initiatief nam. Wel blijft een deel (50%) voor rekening van Ziggo, aangezien beide partijen professioneel zijn.

 

Conclusie
Het hof vernietigt het vonnis IEPT20240724 en verklaart voor recht dat Ziggo inbreuk maakt op de naburige rechten van de door Sena vertegenwoordigde naburig rechthebbenden, voor zover Ziggo synchronisaties doorgeeft via de buitenlandse televisieprogramma’s waarbij deze rechthebbenden voor de verwerking van hun prestatie in die synchronisaties geen vergoeding (hebben) ontvangen.

 

Het hof wijzigt de gevolgen van de kaderovereenkomst 2008 in zoverre dat de billijke vergoeding die is betaald, wordt verminderd met 50% en dat die vergoeding onverschuldigd is betaald. Partijen dragen eigen proceskosten.

 

IEPT-versie volgt later

ECLI:NL:GHARL:2026:2078