Offline streaming copy valt niet onder de thuiskopie-exceptie en geeft geen recht op thuiskopievergoeding. De beschikbaarstelling van een offline streaming copy door een streamingdienst op verzoek van een gebruiker vormt een beschikbaarstelling van een werk voor het publiek in de zin van artikel 3(1) Auteursrechtrichtlijn 2001. Dit kwalificeert daarmee niet als een reproductiehandeling in de zin van artikel 2 Auteursrechtrichtlijn 2001, zodat zij ook niet onder de thuiskopie-exceptie van artikel 5(2)(b) van die richtlijn kan vallen. Daarbij is beslissend dat de gebruiker pas toegang krijgt tot het werk nadat de aanbieder een kopie heeft gemaakt, zodat die kopie niet door die gebruiker wordt vervaardigd en de bron van de kopie in handen is van de aanbieder en niet van de gebruiker; En dat de rechthebbende door technische voorzieningen de controle behoudt en de toegang zo nodig kan blokkeren. Onder die omstandigheden is geen sprake van schade als gevolg van ongecontroleerd kopiëren, maar van een door de rechthebbende toegestane en gecontroleerde exploitatie, zodat geen billijke compensatie verschuldigd is en het bestaan van een licentievergoeding hieraan niet afdoet.
Uit MinBuza samenvatting:
Verzoekende partij is Stichting De Thuiskopie, welke op grond van de Auteurswet belast is met de inning en verdeling van de thuiskopievergoeding. De thuiskopievergoeding is een vergoeding voor artiesten en auteurs die inkomsten mislopen omdat hun werk wordt gekopieerd voor eigen gebruik. Op grond van artikel 16c van de Auteurswet is voor het reproduceren van het werk op een voorwerp dat bestemd is om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, een billijke vergoeding verschuldigd ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden. Verwerende partijen zijn HP en Dell, producenten van ICT-apparatuur zoals computers en smartphones. Zij vorderen een verklaring voor recht dat voor ‘offline streaming copies’ geen billijke compensatie verschuldigd is in de zin van artikel 16c van de Auteurswet. Offline streaming copies zijn downloads of kopieën van werken die offline beschikbaar worden gesteld aan een gebruiker van een betaalde streamingdienst (zoals Spotify).
Gestelde vragen (IEPT20240517, HR, SONT v HP):
1) Kan een [offline streaming copy], mede gelet op de driestappentoets [van] art. 5 lid 5 [van richtlijn 2001/29], worden aangemerkt als een ‚reproductie [...] door een natuurlijke persoon voor privégebruik gemaakt, en zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk’ als bedoeld in art. 5 lid 2, onder b, [van deze richtlijn]?
2) Verzetten de doelstellingen van [richtlijn 2001/29], waaronder een hoog niveau van auteursrechtbescherming, een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van de rechthebbende en de belangen van de gebruiker, en een coherente en techniekneutrale toepassing door de lidstaten van de beperkingen en restricties, zich tegen een nationale regeling op grond waarvan de uitzondering voor thuiskopieën niet mede offline streaming copies omvat?
3) Is voor het antwoord op een of meer van de voorgaande vragen van belang of de rechthebbenden een vergoeding per gemaakte offline streaming copy ontvangen, dan wel of zij een vergoeding ontvangen die is gebaseerd op het aantal keren dat een offline streaming copy door de gebruiker van de streamingdienst wordt afgespeeld?
Conclusie AG (B9 16814): Offline downloads via streamingdienst gelden niet als privékopie als alleen aanbieder bestanden technisch beheert
Antwoord HvJEU:
1) Artikel 5, lid 2, onder b), [InfoSoc-Richtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat wanneer de aanbieder van een streamingdienst een beschermd werk door middel van een offline streaming copy beschikbaar stelt op het apparaat van de eindgebruiker die erom verzoekt, zonder dat deze gebruiker technisch in staat is om buiten die dienst om over die kopie te beschikken en waarbij wordt gewaarborgd dat de houder van het auteursrecht op dat werk er controle over behoudt, zodat hij eventueel de toegang tot die kopie kan blokkeren, deze beschikbaarstelling niet onder de in die bepaling neergelegde uitzondering voor kopieën voor privégebruik valt.
2) Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het voor de toepassing van de in die bepaling neergelegde uitzondering van geen belang is dat voor het maken van een offline streaming copy van het betrokken werk of voor het gebruik ervan een vergoeding is betaald aan de houder van het auteursrecht op dat werk uit hoofde van een licentie die deze kopie toestaat, voor zover de houder van het auteursrecht op het betrokken werk geen technische voorzieningen heeft getroffen en die houder dus geen toestemming voor die handeling heeft kunnen geven.
IEPT20260416, HvJEU, SONT v HP
ECLI:EU:C:2026:296 en Zaak C-496/24