Ondanks bezwaren deskundigenbenoeming billijke vergoeding ex 25c Aw

19-06-2026 Print this page
IEPT20260520, Rb Amsterdam, Filmcredits

Partijen zijn beiden filmmaker en het geschil ziet op de credits bij eisers naam op de aftiteling en de hoogte van zijn vergoeding. Eiser vordert coregisseurschap en €48.400. De rechtbank overweegt een deskundigenonderzoek te bevelen. Het bezwaar tegen de benoeming van prof. mr. D.J.G. Visser wordt afgewezen: ondanks zijn werkzaamheden als advocaat bestaat geen reden te twijfelen aan zijn deskundigheid en onpartijdigheid. De rechtbank volgt de voorkeur voor twee deskundigen met productie- en regie-ervaring. Het bezwaar tegen de gekozen producent-deskundige wordt eveneens afgewezen.


AUTEURSCONTRACTENRECHT


Partijen zijn beiden filmmaker, waarbij eiser heeft meegewerkt aan de totstandkoming van de door gedaagde bedachte film. Het geschil gaat over de credits die bij eisers naam vermeld moet worden, op de aftiteling en de hoogte van zijn vergoeding. Eiser vordert coregisseurschap en €48.400. Uit het tussenvonnis (IEPT20260121) volgt dat de rechtbank voornemens is een deskundigenonderzoek te bevelen.


Eiser maakt bezwaar tegen benoeming van prof. mr. D.J.G. Visser; hoewel Visser ontegenzeggelijk deskundige is op het gebied van auteursrecht en filmwerken, is hij ook als advocaat verbonden aan een advocatenkantoor dat filmproducenten, uitgevers en platenmaatschappijen bijstaat. [eiser] voorziet dat het eindvonnis in deze zaak verstrekkende gevolgen kan hebben voor niet alleen [gedaagde 1] als producent die de vergoeding betaalt, maar ook een precedent schept voor uitgevers en platenmaatschappijen. Dit zal mogelijk afdoen aan de onafhankelijkheid van Vissers oordeel, aldus [eiser] .

De rechtbank gaat hier niet in mee, er is geen reden om aan de deskundigheid en onpartijdigheid van Visser te twijfelen. Visser is niet alleen advocaat, maar ook hoogleraar IE waar een vereiste onafhankelijkheid van mag worden verwacht.


De rechtbank kan zich vinden in de voorkeur van [eiser] om van beide partijen één deskundige te kiezen, van wie één productie-ervaring heeft en de ander regie-ervaring. Het bezwaar dat dat Jacobs slechts een uitvoerend producent is geweest, die gaat over budgetbeheer en planning en daarmee niet als producent in de zin van artikel 45a Aw kwalificeert, wordt afgewezen. Zij heeft wel degelijk ervaring als producent.


De rechtbank benoemt drie deskundigen (Visser, Jacobs en Ruven) heeft de volgende vragen:

Billijke vergoeding artikel 25c Aw

1. Hoe moet de billijke vergoeding van artikel 25c Aw worden bepaald?

2. Wat zijn de elementen die relevant zijn om die billijke vergoeding te bepalen?

3. Is het mogelijk om voor een maker een billijke lumpsum vergoeding overeen te komen? Zo ja,

a. is daarbij de hoedanigheid van de maker relevant, en meer in het bijzonder: of sprake is van een regieassistent, een coregisseur of aan andere maker?

b. moet daarbij uitdrukkelijk overeenstemming worden bereikt omtrent de vergoeding voor de feitelijke werkzaamheden van de maker enerzijds en een vergoeding voor de rechtenoverdracht door de maker anderzijds?

4. Is de overeengekomen vergoeding van € 1.600,- (lumpsum) in dit geval een billijke vergoeding voor de werkzaamheden die [eiser] daadwerkelijk heeft verricht?

5. Is het daarbij relevant wat het productiebudget van de film was? (volgens [gedaagde 1] € 85.000).

6. Indien de overeengekomen vergoeding niet billijk is,

a. wat zou dan wel een billijke vergoeding zijn voor deze werkzaamheden van [eiser] ?

b. welke financiële informatie omtrent de film en/of andere informatie is nodig om te kunnen bepalen wat een billijke vergoeding voor de werkzaamheden van [eiser] zou zijn?

Aanvullende billijke vergoeding artikel 25d Aw

7. Hoe moet de aanvullende billijke vergoeding van artikel 25d Aw worden bepaald?

8. Wat zijn de elementen die relevant zijn om die aanvullende billijke vergoeding te bepalen?

9. Welke financiële informatie over de exploitatie(resultaten) van de film zijn nodig om de hoogte van deze vergoeding te kunnen bepalen?

10. Welke inkomsten zijn relevant voor het bepalen van deze vergoeding? Zijn dat (alleen) de netto-inkomsten van de producent of alle bruto-opbrengsten in de gehele keten, dus ook bij (bioscoop)exploitanten, distributeurs, sales agents, etc., in binnen- en in buitenland?

11. Welke aanvullende billijke vergoeding is in dit geval redelijk voor [eiser] ? Moet daarbij rekening worden gehouden met het aantal bij de productie van de film betrokken personen (volgens [gedaagde 1] ongeveer 65 crewleden en 66 acteurs en figuranten) en, zo ja, op welke wijze?

12. Moet de aanvullende billijke vergoeding volledig door [gedaagde 1] als producent worden gedragen of ook door andere partijen in de keten?

Regieassistent of coregisseur

13. Wat houdt bij films de functie van regieassistent in?

13. Wat houdt bij films de functie van coregisseur in? Kunt u aangeven wat bij de productie van een film

a. het verschil is tussen een regieassistent en een (co)regisseur en

b. de grens is tussen het zijn van (co)regisseur en regieassistent, althans wat het doorslaggevende criterium is om te kunnen spreken van (co)regisseurschap?

15. Hoe verhoudt zich bij films een coregisseur zich tot de andere (co)regisseur?

a. Is er een hiërarchie tussen deze twee of is dat niet noodzakelijkerwijs het geval? (anders geformuleerd: is het mogelijk dat een film naast een hoofdregisseur ook een aan deze regisseur ondergeschikte (co)regisseur kent?)

Indien 15a ontkennend wordt beantwoord:

b. hoe functioneren twee coregisseurs dan naast elkaar?

c. wie draagt dan de eindverantwoordelijkheid?

16. Hoe ziet de verhouding tussen producent en regisseur in het algemeen eruit, en in het bijzonder in het geval waarin beide functies door dezelfde persoon worden vervuld (zoals hier door [gedaagde 1] )?

16. Is voor de beantwoording van deze vragen nog van belang dat [gedaagde 1] ook de hoofdrol speelt in de film?

16. Is het mogelijk dat vastomlijnde delen van een film door een ander dan de hoofdregisseur worden geregisseerd? Zo ja,

a. hoe zou de rol van een dergelijke regisseur dan moeten worden genoemd?

b. welke vermelding ten aanzien van de credits past daarbij?

19. Wat is de rol van een (co)regisseur tijdens de pre- en postproductie?

a. Kun je (co)regisseur zijn als je niet of nauwelijks betrokken bent geweest bij de pre-productie?

b. Kun je (co)regisseur zijn als je niet of nauwelijks betrokken bent geweest bij de post-productie?

20. De daadwerkelijke werkzaamheden van [eiser] in ogenschouw nemend, zou u zijn rol kwalificeren als regieassistent of als coregisseur?

20. Betekent dit dat [eiser] als coregisseur moet worden vermeld op de intro credits, aftiteling en IMDb?

Tot slot

22. Heeft u nog aanvullende informatie die van belang kan zijn voor de beslissing(en) die de rechtbank in deze zaak moet nemen?

 

Zaak komt op de rol van 1 juli 2026 voor vonnis vaststelling voorschot.


ECLI:NL:RBAMS:2026:5771