Opposant heeft criteria erkenning niet-geregistreerde Tsjechisch merk niet duidelijk gemaakt
03-06-2026 Print this page
Het Benelux-Gerechtshof bevestigt de afwijzing van een oppositie tegen een Benelux-merkaanvraag. De oppositie was gebaseerd op de stelling dat verzoekster houdster was van oudere, niet-geregistreerde merken naar Tsjechisch recht. Het hof oordeelt dat het aan verzoekster is om aan te tonen dat niet-geregistreerde merken onder Tsjechisch recht worden beschermd, welke voorwaarden daarvoor gelden en dat aan die voorwaarden is voldaan. Hoewel uit de Tsjechische Merkenwet volgt dat oppositie door de gebruiker van een niet-geregistreerd merk mogelijk is, heeft verzoekster niet duidelijk gemaakt welke specifieke criteria gelden voor erkenning van een dergelijk merk. Daarom kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een ouder merk. De oppositie is terecht afgewezen en het beroep wordt verworpen.
Verzoekster stelde oppositie in tegen een Benelux-woord-/beeldmerk voor rijstepap en rijstproducten. Zij beriep zich daarbij op artikel 2.2ter lid 3 onder b BVIE en stelde houdster te zijn van oudere, niet-geregistreerde merken die volgens Tsjechisch recht bescherming genieten. Het BBIE wees de oppositie af omdat verzoekster niet had aangetoond dat het ingeroepen teken onder Tsjechisch recht als niet-geregistreerd merk wordt erkend en beschermd.
Het hof bevestigt dat het begrip “houder van een merk” ook een niet-geregistreerd merk kan omvatten, maar uitsluitend voor zover het recht van het land van oorsprong dergelijke rechten erkent. Daarbij rust de bewijslast op verzoekster. Zij moet aantonen dat niet-geregistreerde merken onder Tsjechisch recht worden erkend, welke voorwaarden daarvoor gelden en dat in haar geval aan die voorwaarden is voldaan.
Volgens het hof volgt uit artikel 7 lid 1 onder e van de Tsjechische Merkenwet wel dat oppositie door de gebruiker van een niet-geregistreerd merk mogelijk is, maar niet welke voorwaarden gelden voor erkenning van een dergelijk merk. Ook de door verzoekster overgelegde rechtspraak en literatuur verschaffen daarover onvoldoende duidelijkheid. Uit die stukken lijkt juist te volgen dat eisen worden gesteld aan onder meer de duur, plaats en intensiteit van het gebruik en aan de bekendheid van het teken bij consumenten.
Verzoekster heeft echter nagelaten aan te geven welke specifieke eisen gelden voor erkenning als niet-geregistreerd merk in Tsjechië. Nu deze criteria onduidelijk zijn gebleven, kan het hof niet toetsen of daaraan in dit geval is voldaan en dus ook niet vaststellen of verzoekster zich kan beroepen op een ouder merk. Reeds daarom faalt het beroep op artikel 2.2ter lid 3 onder b BVIE. Het beroep wordt verworpen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.
IEPT-versie volgt later
Kopie oorspronkelijke uitspraak