Klacht over Marktafbakening onvoldoende onderbouwd

10-06-2026 Print this page
IEPT20260605, HR, Digital Revolution v HP

De klacht van Digital Revolution houdt in dat zij stelt dat cartridges voor elk HP-printermodel een eigen productmarkt vormen, maar dit onvoldoende heeft onderbouwd, terwijl het hof volgens haar te hoge eisen stelt aan de stelplicht. Zij betoogt dat op grond van art. 2 Verordening 1/2003 de bewijslast bij HP ligt om een andere markt af te bakenen. De rechter moet de markt “in voldoende mate kunnen doorgronden”, wat een zorgvuldige marktafbakening en inzicht in marktstructuur vereist; een algemene stelling volstaat niet. Digital Revolution heeft haar marktafbakening onvoldoende onderbouwd. In het incidentele beroep wordt geklaagd dat het hof de devolutieve werking miskent door HP’s betwisting over “best quality” niet te onderzoeken. Het principale beroep wordt verworpen; het incidentele slaagt, met vernietiging en verwijzing.

 

MEDEDINGINGSRECHT


In deze zaak vordert Digital Revolution dat HP stopt met het gebruik van Dynamic Security in haar printers. Met Dynamic Security wijzigt HP periodiek de geheime code in haar printers. Zij doet dit naar eigen zeggen om de printers te beschermen tegen illegale cartridges. Het wijzigen van de geheime code heeft echter ook tot gevolg dat legale huismerkcartridges van derden, zoals Digital Revolution, niet meer door de printer geaccepteerd worden. Volgens Digital Revolution is deze praktijk aan te merken als misbruik van machtspositie en daarom als strijdig met het mededingingsrecht (art. 102 VWEU/art. 24 Mw). Daarnaast betichten Digital Revolution en HP elkaar van misleidende en oneerlijke handelspraktijken.


Klacht 2.1.A. Digital Revolution stelt dat de cartridges voor elk model HP-printer een eigen productmarkt vormen, maar dat zij dit onvoldoende heeft uitgewerkt en onderbouwd. De klacht houdt in dat het hof te hoge eisen stelt aan de stelplicht en dat het oordeel, gelet op de in de memorie van grieven betrokken stellingen van Digital Revolution, onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd is.


Onderdeel 2.1.C klaagt onder meer dat op grond van art. 2 van Verordening (EG) nr. 1/20033 de bewijslast op HP rust van haar stelling dat de relevante productmarkt een andere is dan Digital Revolution heeft omschreven.


De partij die zich op het standpunt stelt dat een ander in strijd met het mededingingsrecht handelt, dient dit te onderbouwen met de relevante (economische) feiten en omstandigheden, opdat een voldoende adequaat en gefundeerd (economisch) partijdebat en daaropvolgend rechterlijk oordeel mogelijk worden gemaakt.

 

Uit art. 2 Verordening 1/2003 volgt dat de bewijslast van een gestelde inbreuk rust op degene die deze aanvoert. De rechter moet de werking van de markt “in voldoende mate kunnen doorgronden” om te beoordelen of de vrije mededinging is of kan worden verstoord.

 

Digital Revolution kan daarom niet volstaan met een “algemene aanduiding van mededingingsrechtelijke verboden”, aangevuld met summiere omschrijvingen van product- en geografische markten of niet nader toegespitste marktaandelen. Vereist zijn onder meer inzicht in een “zorgvuldige marktafbakening”, de “relevante marktstructuur en marktkenmerken”, het daadwerkelijke functioneren van de markt en het effect van de gestelde inbreuken.

 

Deze afbakening gebeurt met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Het is in deze zaak aan Digital Revolution, die stelt dat HP misbruik maakt van een machtspositie, om die relevante feiten en omstandigheden te stellen. Bij een gemotiveerde betwisting door HP nader te onderbouwen. Digital Revolution heeft haar stellingen over de relevante markt onvoldoende onderbouwd.


Incidentele beroep
In rov. 4.15 heeft het hof geoordeeld dat HP niet heeft gesteld, laat staan onderbouwd, dat en op grond waarvan haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof daarmee de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend. De klacht slaagt.


Partijen discussieerden over de HP-uiting dat “HP-printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability”. Digital Revolution kwalificeert dit als ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW). HP betwistte dit gemotiveerd en stelde onder verwijzing naar de Consumentenbond dat haar producten “van de hoogste kwaliteit zijn” en dat huismerkcartridges niet gelijkwaardig zijn.


De rechtbank kwam aan deze betwisting niet toe en wees de vordering op andere grond af. Het hof oordeelde dat de grief van Digital Revolution slaagde, zodat de vordering opnieuw beoordeeld moest worden. Het hof had daarom de betwisting van HP alsnog moeten onderzoeken, maar uit rov. 4.15 blijkt niet dat dit is gebeurd.

 

Het principale beroep wordt verworpen; in het incidentele beroep wordt het arrest vernietigd en verwezen naar Hof Den Haag ter behandeling en beslissing

 

IEPT-versie volgt later
ECLI:NL:HR:2026:847

Conclusie AG B9 16845; Hof Amsterdam (2024)