HvJ EU: Effectieve geoblocking voorkomt mededeling aan het publiek; verantwoordelijkheid bij publicerende partij, niet bij VPN-aanbieder

09-07-2026 Print this page
IEPT20260709, HvJ EU, Anne Frank Fonds v Anne Frank Stichting

Een werk dat in sommige landen auteursrechtvrij is maar elders nog beschermd wordt, vormt geen “mededeling aan het publiek” in dat beschermde land als toegang via een effectieve geoblockingmaatregel wordt verhinderd, ook al kan die blokkade met een VPN worden omzeild. Wanneer geoblocking niet doeltreffend is en daardoor sprake is van een mededeling aan het publiek, is daarvoor de partij aansprakelijk die het werk op de website heeft gepubliceerd, en niet de aanbieder van een VPN of vergelijkbare dienst.


Zaak C-788/24 Anne Frank Fonds

 

AUTEURSRECHT

 

Dit geding betreft de publicatie van een nieuwe wetenschappelijke online editie van het dagboek van Anne Frank door de Vereniging op haar website. Het Fonds heeft in Nederland nog auteursrechten op delen van de versies A en B van het dagboek (hierna: het werk) tot 2037. In enkele andere landen, waaronder België (publieke domeinlanden, hierna PD-landen), is het auteursrecht op het werk echter al in 2016 vervallen.

 

De kern van dit geding is of de Stichting c.s. door deze publicatie inbreuk maakt op de auteursrechten van het Fonds in Nederland. Hierbij moet worden beoordeeld of geografische toegangsblokkering (hierna: geo-blocking), die ervoor zorgt dat de website vanuit Nederland niet toegankelijk is, voorkomt dat er een mededeling aan het Nederlandse publiek wordt gedaan, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn).

 

De voorzieningenrechter oordeelde dat daarvan geen sprake is (IEPT20220201). Het hof (IEPT20230307) oordeelde hetzelfde omdat de website, in belangrijke mate vanwege gebruik van state of the art geoblokkeringsmaatregelen waarmee toegang tot de website in Nederland is geblokkeerd, niet is gericht op Nederland.


De vraag is hierbij of het gebruik van een VPN of soortgelijke diensten om vanuit Nederland toegang te krijgen tot de website van de Vereniging, ondanks de geo-blocking, betekent dat er toch een mededeling aan het Nederlandse publiek wordt gedaan. Dit brengt ook de kwestie met zich mee of het relevant is of de mededeling specifiek op dat publiek is gericht, en wat de rol is van de intentie van de publiceerder en de genomen beperkingsmaatregelen.

 

Gestelde vragen [IEPT20241108]

1)      Moet art. 3 lid 1 [Auteursrechtrichtlijn] zo worden uitgelegd dat een publicatie van een werk op internet slechts kan worden aangemerkt als een mededeling aan het publiek in een bepaald land als de publicatie tot het publiek in dat land is gericht? Zo ja, welke factoren moeten bij de beoordeling daarvan in aanmerking worden genomen?

2)      Kan sprake zijn van een mededeling aan het publiek in een bepaald land als door middel van (state of the art) geo-blocking is bewerkstelligd dat de website waarop het werk is gepubliceerd door het publiek in dat land alleen kan worden bereikt door het omzeilen van de blokkeringsmaatregel met behulp van een VPN- of soortgelijke dienst? Is daarbij van belang in welke mate het publiek in het geblokkeerde land bereid en in staat is zich via zodanige dienst toegang tot de desbetreffende website te verschaffen? Maakt het voor de beantwoording van deze vraag verschil of naast de maatregel van geo-blocking nog andere maatregelen zijn getroffen om de toegang tot de website voor het publiek in het geblokkeerde land te belemmeren of te ontmoedigen?

3)      Indien de mogelijkheid tot omzeiling van de blokkerende maatregel meebrengt dat het op internet gepubliceerde werk aan het publiek in het geblokkeerde land wordt medegedeeld in de zin van art. 3 lid 1 [van richtlijn 2001/29], wordt die mededeling dan gedaan door degene die het werk op internet heeft gepubliceerd, hoewel voor het kennisnemen van die mededeling de tussenkomst van de aanbieder van de betrokken VPN- of soortgelijke dienst vereist is?


Antwoord HvJEU:

1) Artikel 3, lid 1, [InfoSoc-Richtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat een werk dat in bepaalde lidstaten tot het publieke domein is gaan behoren maar in een andere lidstaat nog auteursrechtelijk beschermd is en met het oog op kosteloze raadpleging is gepubliceerd op een website waarvan de toegang met een maatregel van geoblocking wordt geblokkeerd voor internetgebruikers die deze website vanuit deze lidstaat raadplegen, in die lidstaat niet het voorwerp is van een „mededeling aan het publiek” in de zin van die bepaling wanneer deze maatregel „doeltreffend” is als bedoeld in artikel 6, lid 3, van die richtlijn in die zin dat hij „state-of-the-art” is, zelfs indien deze internetgebruikers die maatregel kunnen omzeilen door gebruik te maken van een VPN (virtueel particulier netwerk) of een soortgelijke dienst.


2) Artikel 3, lid 1, [InfoSocrichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat wanneer de publicatie op een website van een werk dat in bepaalde lidstaten tot het publieke domein is gaan behoren maar in een andere lidstaat nog auteursrechtelijk beschermd is, een „mededeling aan het publiek” in die lidstaat is omdat de op die website getroffen maatregel van geoblocking niet „doeltreffend” is in de zin van artikel 6, lid 3, van die richtlijn, een dergelijke mededeling kan worden toegerekend aan degene die het werk op die website heeft gepubliceerd, en niet aan de aanbieder van een VPN (virtueel particulier netwerk) of een soortgelijke dienst die de gebruiker ervan in staat heeft gesteld om deze ondoeltreffende maatregel te omzeilen.


 


IEPT-versie volgt later
ECLI:EU:C:2026:559 en zaak C-788/24