2025 Hof Amsterdam

Print this page

IEPT20251014, Hof Amsterdam, Disney v Buma-Stemra
Subscription video on demand. SVOD-aanbieder heeft recht op inzage in door Buma/Stemra gehanteerde tariefcriteria, maar niet in concrete tarieven en kortingen van andere aanbieders. Voldoende aannemelijk is dat Buma/Stemra niet alle criteria, factoren en omstandigheden die zij bij tariefbepaling toepast aan Disney heeft verstrekt en aldus onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Disney heeft daarom rechtmatig belang bij kennisname van de criteria, factoren en omstandigheden die Buma/Stemra heeft gehanteerd bij de bepaling van tarieven voor andere SVOD-aanbieders. Voor kortingen, afslagen en aftrekposten bestaat alleen rechtmatig belang bij kennisname van de redenen daarvoor, niet van de concrete percentages of bedragen. Gewichtige redenen in de zin van artikel 843a lid 4 (oud) Rv staan aan inzage in vertrouwelijke bedrijfsgegevens van andere SVOD-aanbieders in de weg. Het in de WTCBO neergelegde systeem van extern toezicht sluit een civielrechtelijke vordering wegens schending van artikel 2l WTCBO niet uit. 

 

IEPT20250805, Hof Amsterdam, Ronnie Flex v Top Notch
Artiestenovereenkomst met aanspraak op drie toekomstige albums en eeuwigdurend exploitatierecht is niet in strijd met artikel 25f(1) Aw. Geen sprake van onvoldoende bepaalde looptijd in de zin van artikel 25f(1) Aw indien het aantal werken en de termijnen waarbinnen daarop aanspraak kan worden gemaakt voldoende zijn begrensd, ook al bestaat bij het aangaan geen zekerheid over het moment waarop deze zal eindigen. Geen sprake van onredelijk lange looptijd in de zin van 25f(1) Aw. Geen sprake van een onredelijk bezwarende looptijd bij een eeuwigdurend exploitatierecht indien dat recht betrekking heeft op een begrensd aantal werken dat binnen een voldoende afgebakende periode moet worden vervaardigd en de artiest deelt in de exploitatieopbrengsten. Artikel 25f(1) Aw ziet op de periode waarin aanspraak bestaat op exploitatie van toekomstige werken en niet op de periode waarin reeds tot stand gebrachte werken mogen worden geëxploiteerd. Bovendien rust op een exploitant geen mededelingsplicht om een artiest te wijzen op de mogelijkheid juridische bijstand in te schakelen indien de overeenkomst en algemene voorwaarden duidelijk zijn, de artiest wordt bijgestaan door een manager en geen onduidelijkheid over de inhoud van de overeenkomst kenbaar maakt. 

 

IEPT20250603, Hof Amsterdam, VAAAM v EEN Media c.s.
Vaaam heeft onvoldoende onderbouwd dat zij bevoegd is vorderingen tot handhaving namens auteursrechthebbenden in te stellen. Een vordering tot staking van auteursrechtinbreuk is een vordering tot handhaving van auteursrechten waarop artikel 4 Handhavingsrichtlijn van toepassing is. Vaaam kan zich niet beroepen op volmachten die voorzien in het instellen van een gerechtelijke procedure in the name of the client, nu zij de procedure op eigen naam aanhangig heeft gemaakt. Door Vaaam is dus onvoldoende gesteld dat zij de onderhavige vordering tot handhaving heeft ingesteld namens de auteursrechthebbenden zodat zij in deze vordering niet-ontvankelijk is.
 

IEPT20250513, Hof, Amsterdam, Edicola
Geen auteursrechtinbreuk door auteur bij uitgave in eigen beheer van deel 3 van hondenboekenreeks. Het hof oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat vormgever in opdracht van uitgever maker is van de kaften. Het hof oordeelt dat uitgever noch heeft onderbouwd welke keuzes zij heeft gemaakt voor het formaat, de indeling, de opmaak en de typografie om te komen tot het binnenwerk, noch dat die zodanig van aard zijn dat het resultaat als een auteursrechtelijk beschermd werk moet worden aangemerkt waarvan de uitgever de maker is. Beroep op inbreuk auteursrecht eerdere hondenboeken faalt eveneens omdat niet is onderbouwd welke (combinatie van) elementen maakt dat het ontwerp als werk heeft te gelden en waarom het ontwerp van deel 3 daarop inbreuk maakt. Uitgaveovereenkomst en non-concurrentie: Geen tekortkoming in nakoming van de uitgave-overeenkomsten door uitgever. Uitgave-overeenkomsten bevatten geen bepaling die uitgever verbiedt boeken uit te geven over hetzelfde onderwerp van die reeks. 

 

IEPT20250128, Hof Amsterdam, Een Amerikaanse nachtmerrie

Spoed kort geding na arrest van het hof van 19 juni 2023 (IEPT20230619). Openbaarmaking of beschikbaarstelling aan derden van een documentaire-aflevering van Submarine, onder dwangsom, verboden. Uitzending onrechtmatig jegens een in de VS gedetineerde Surinaamse Nederlander. Aangepaste versie valt ook onder het verbod en het eerdere arrest moet worden gehandhaafd. Niet aannemelijk dat een rechter zou oordelen dat de nieuwe versie buiten het eerdere verbod valt. Het verzoek van Submarine tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest wordt afgewezen.

 

IEPT20250121, Hof Amsterdam, appellanten v Sony
Finale kwijting in vaststellingsovereenkomst staat aan vernietiging van exploitatieovereenkomsten in de weg. De vraag of de VSO eraan in de weg staat dat [appellanten] vorderingen uit de door de VSO vervangen exploitatieovereenkomsten geldend maken, moet worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Partijen hebben met de VSO een regeling getroffen voor hun gehele exploitatiegeschil en daarmee alle eerdere overeenkomsten vervangen. Sony moet over via Vevo gerealiseerde inkomsten alsnog “at source” afrekenen. Vanwege de rechtskeuze van partijen moet het begrip “local affiliate” worden uitgelegd volgens de Nederlandse regels voor uitleg van overeenkomsten. Beslissend is of [appellanten] de gemaakte afspraken redelijkerwijs zo mochten begrijpen dat opbrengsten gerealiseerd door een economisch en juridisch met Sony verbonden partij “at source” zouden worden doorbetaald. Nu Sony een niet onaanzienlijk economisch belang in Vevo houdt, de CEO van Vevo heeft aangesteld en het begrip “local affiliate” niet nader heeft gedefinieerd, mochten [appellanten] redelijkerwijs ervan uitgaan dat Vevo als “local affiliate” moest worden aangemerkt. Sony is wettelijke handelsrente verschuldigd. Nu partijen in de VSO geen renteafspraken hebben gemaakt, is beslissend of de VSO kwalificeert als handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW. Dat is het geval. 

 

IEPT20250415, Hof Amsterdam, Calcasa v Matrixian
Bescherming op grond van ingeschreven merk DESKTOP TAXATIE afgewezen. DESKTOP TAXATIE geen onderscheidend vermogen voor waren en diensten die betrekking hebben op de taxatiedienst. Evenmin is gebleken dat DESKTOP TAXATIE als merk is ingeburgerd. 

 

IEPT20250114, Hof Amsterdam, Invorderingsbedrijf v Follow The Money

IVB’s vordering tot afgifte van de opnames niet toewijsbaar. Aannemelijk dat FTM niet de beschikking heeft over de gevorderde opnames en daar ook niet op een andere wijze toegang toe kan krijgen. IVB schendt artikel 21 Rv. Niet in dagvaarding vermeldt dat FTM al had aangegeven niet meer over de gevorderde opnames te beschikken. Schending niet ernstig genoeg om IVB te veroordelen in de volledige proceskosten van FTM. Veroordeling IVB tot proceskosten op hoogste liquidatietarief in het principaal hoger beroep, met compensatie van de proceskosten in het incidenteel hoger beroep.