1 - Regelgeving handelsnaamrecht

Print this page

  Naar handboek IE-Beginselen

Rechtspraak 

 

Hof van Justitie EU

 

IEPT20250710, HvJEU, Purefun v Doggy
De Merkenrichtlijn beoogt niet het nationale recht inzake de handelsnaam, tot welke categorie een bedrijfsnaam kan behoren, op het niveau van de Unie te harmoniseren. Bij gebreke van harmonisatie valt bescherming van de handelsnaam onder het nationale recht. De Merkenrichtlijn en het vrij verkeer van goederen verzetten zich niet tegen een nationale regeling die de houder van een bedrijfsnaam toestaat een derde te verbieden een identiek of soortgelijk teken als handelsnaam of domeinnaam te gebruiken voor waren of diensten van dezelfde of soortgelijke aard als die welke vallen onder de activiteiten waarvoor zijn bedrijfsnaam is geregistreerd, en verzetten zich er niet tegen dat het feit dat die bedrijfsnaam niet wordt gebruikt, onder bepaalde voorwaarden kan leiden tot het verval van dit uitsluitende recht en dat die houder verplicht is de aard van de onder zijn maatschappelijk doel vallende activiteiten dermate nauwkeurig te beschrijven en af te bakenen dat derden er doeltreffend over kunnen worden geïnformeerd.

 

Hoge Raad

 

 IEPT20230908, HR, Meering v CCC

Het HvJEU IEPT20220602 heeft geoordeeld dat een handelsnaam voor de toepassing van art. 6 lid 2 Merkenrichtlijn een ouder recht kan vormen. Daarmee volstaat dat het oudere recht van slechts plaatselijke betekenis, zoals een handelsnaam, in de wetgeving van de betrokken lidstaat wordt erkend en in het economisch verkeer wordt gebruikt, om zich daarop te kunnen beroepen tegen de houder van het jongere merk. Voor de vaststelling dat sprake is van een “ouder recht” in de zin van genoemde bepaling niet vereist is dat de houder van dit recht het gebruik van het jongere merk door de houder ervan kan verbieden. Een nog ouder recht van de houder van het jongere merk kan invloed hebben op het bestaan van een ouder recht in de zin van art. 6 lid 2 Merkenrichtlijn, voor zover de houder van het merk en het nog oudere recht krachtens deze wetgeving de derde op basis van zijn nog oudere recht niet meer kan verbieden om gebruik te maken van zijn jongere recht.