2018 1e halfjaar Merkenrecht

Print this page

IEPT20180628, Hof Den Haag, Spirits v FKP

Hof stemt oordeel in zaak tussen FKP en Spirits af op oordeel bodemrechter (hof Den haag, IEPT20180109). STOLI is dominante bestanddeel STOLI-label, STOLICHNAYA is dominante bestanddeel STOLICHNAYA-merken. In zaak tussen FKP en Spirits wordt gelet op afstemmingsregel geoordeeld dat STOLI-label verwarringwekkend overeenstemt met 1973-STOLICHNAYA-merk. Afstemmingsregel geldt niet in zaak tussen FKP en ZHS en ten aanzien van 2003 STOLICHNAYA-merk. Visuele overeenstemming tussen STOLI-label en STOLICHNAYA-merken doordat meest bepalende woord uit STOLI-label “STOLI” gelijk is aan eerste deel woord “STOLICHNAYA”, gelijkenis versterkt doordat diverse elementen STOLI-label en plaatsing daarvan gelijkenis vertonen met elementen STOLICHNAYA-merken en plaatsing daarvan, Umfeld van andere wodkaflessen doet niet af aan visuele overeenstemming, nu dit deels niet op de Benelux-markt te koop is en deels aanzienlijk afwijkt. Redelijke mate van auditieve overeenstemming: ondanks andere klemtoon is “STOLI” in aanzienlijke mate bepalend voor totaalindruk. Geen begripsmatige overeenstemming: woorden STOLI en STOLICHNAYA hebben geen betekenis voor gemiddelde consument. Gelet op de overeenstemming is sprake van (directe en/of indirecte) verwarring. Voorshands oordeel dat Spirits zelf STOLI-flessen in zomer 2015 in Benelux op de markt heeft gebracht.

 

IEPT20180628, HvJEU, EUIPO v Puma

Terecht geoordeeld dat kamer van beroep EUIPO haar motiveringsplicht niet is nagekomen: ten onrechte niet ingegaan op eerdere EUIPO-beslissingen waarin bekendheid Puma was aangenomen onder de enkele stelling dat moet worden beslist op grond van de verordening zoals uitgelegd door de Unierechter en niet op grond van eerdere beslissingspraktijk EUIPO of nationale bureaus. Indien motiveringsplicht niet kon worden nakomen omdat kamer van beroep niet beschikte over de bewijzen die in de eerdere procedures waren overgelegd had gebruik moeten worden gemaakt van bevoegdheid om de overlegging van die bewijzen te verzoeken.

 

IEPT20180627, Rb Den Haag, Luxottica

Verstekvonnis inzake replica RayBan brillen: inbreukverbod, rekening en verantwoording, inleveren resterende voorraad, winstafdracht en dwangsom van € 500 per dag of € 250 per inbreukmakend product met een maximum van € 50.000.

 

IEPT20180627, Rb Den Haag, Novomatic v Betsoft

Rechtbank Den Haag internationaal en relatief bevoegd ten aanzien van vorderingen jegens Curaçaose en Costa Ricaanse rechtspersonen: voor auteursrecht ex artikel 6 onder e Rv nu vermeend inbreukmakende spellen via websites in Nederland raadpleegbaar waren, voor Uniemerken ex artikel 125 lid 2 UMVo, voor Beneluxmerken ex artikel 4.6 lid 1 BVIE.  Fronts van fysieke gokkasten ‘Hot Shot’, ‘Random Runner’, ‘Revolution’ en ‘Hell Raiser’ auteursrechtelijk beschermd: spelconcepten weliswaar niet beschermd, ruimte voor creatieve keuzes in vormgeving van de afzonderlijke elementen. De fronts van de gewraakte digitale versies van de spellen maken hierop inbreuk: zelfde totaalindruk nu vormgeving vrijwel één op één is overgenomen. Inbreukverbod beperkt tot Nederland: geen enkele nadere invulling gegeven aan stelling dat inbreuk is gemaakt in andere landen op basis van daar geldende auteurswetten. Merkinbreuk door overnemen als merk ingeschreven namen van de spellen: gelijke tekens gebruikt voor soortgelijke waren zodat verwarringsgevaar bestaat. Proceskosten begroot conform het liquidatietarief: kosten onvoldoende gespecificeerd.

 

IEPT20180619, Hof Amsterdam, Essegé v Ruby Decor

Essegé geslaagd in bewijs van normaal gebruik van merk RUBY in periode van 14 maart 2003 tot 14 maart 2008: met getuigenverklaringen aangetoond dat gemiddeld 382 RUBY verwarmingsproducten per jaar in Benelux zijn verkocht, waarbij naam RUBY op verpakking voorkomt. Getuigenverklaringen Ruby Decor dat dit een marginaal aantal is niet gevolgd. Sfeerhaarden zonder rookkanaal, waaronder bio-ethanol haarden van Ruby Decor soortgelijk aan kachels, radiatoren en terrasverwarmers van Essegé: zelfde gebruiksdoel, het verwarmen van een huiskamer of terras zonder rookkanaal, worden verkocht via zelfde distributiekanalen en bestemd voor zelfde eindgebruiker/consument die op zoek is naar verwarming of bijverwarming voor huiselijk gebruik. Verwarringsgevaar tussen merk RUBY FIRES en merk RUBY: grote mate van overeenstemming tussen RUBY FIRES en RUBY: enige verschil is “FIRES”, welke toevoeging beschrijvend is, grote mate van overeenstemming kan bij publiek indruk wekken dat  apparaten dezelfde herkomst hebben, waarbij Ruby Fires een bijzondere categorie of type van RUBY- afkomstige apparaten vormt. Merkinbreuk verbod en verbod om merk RUBY te gebruiken in handelsnaam en domeinnamen Ruby Decor.

 

IEPT20180615, Rb Den Haag, KT Group v Dé Beheermakelaar

Inbreuk op auteursrecht en merkenrecht KT Group door na beëindiging samenwerking zonder toestemming gebruik te maken van video’s en brochure en Uniemerk van The Resort Group. Proceskosten gecompenseerd: procedure was gelet op o.a. dat gedaagden telkens bereid waren aan verwijderverzoeken te voldoen en dat KT Group aan gedaagden geen onthoudingsverklaring heeft voorgelegd wellicht niet nodig geweest, twee vorderingen toegewezen, maar alle overige vorderingen afgewezen.

 

IEPT20180613, Rb Den Haag, Rolls-Royce v Rebel Rich

Rebel & Rich-merk maakt geen inbreuk ‘sub b’ op beeldmerken Rolls-Royce ingeschreven in klasse 14 (sierraden): slechts enige mate van visuele overeenstemming vanwege het gebruik van twee deels overlappende hoofletter R’s, visuele elementen en dominante en onderscheidende woordelement REBEL&RICH leiden tot andere visuele indruk, geen auditieve of begripsmatige overeenstemming, onderscheidend vermogen Rolls-Royce voor waren uit klasse 14 biedt onvoldoende tegenwicht aan geringe mate van overeenstemming, publiek zal RR element in Rebel & Rich merk niet koppelen aan Rolls-Royce. Geen inbreuk ‘sub c’ op Rolls-Royce beeldmerk ingeschreven in klaas 12 (auto’s): geen sprake van ongerechtvaardigd voordeel trekken uit onderscheidend vermogen of reputatie nu duidelijk is dat de twee RR-en zien op de afkorting Rebel & Rich, afbreuk aan onderscheidend vermogen onvoldoende onderbouwd, afbreuk aan reputatie eveneens onvoldoende onderbouwd. 

 

IEPT20180612, HvJEU, Louboutin v Van Haren

Een op de zool van een hooggehakte schoen aangebrachte kleur, is geen nietig merk op basis van artikel 3 lid 1 sub e Merkenrichtlijn 2008: een dergelijk teken bestaat niet uitsluitend uit de “vorm” in de zin van deze bepaling.

 

IEPT20180612, Hof Den Haag, Dow v Ceves

Depot Ceves van woordmerk PolyBlue niet nietig: dat het depot is verricht op niet bestaande handelsnaam (door kennelijke verschrijving) vormt geen grond voor oppositie op voet van artikel 2.14 BVIE. Geen verwarringsgevaar Kleurmerk Dow en woordmerk PolyBlue: Begripsmatige gelijkenis tussen Kleurmerk en woordmerk is beperkt, auditieve gelijkenis is niet aan de orde en iedere visuele gelijkenis ontbreekt en Kleurmerk Dow door gebruik zeer gering onderscheidend vermogen in Benelux verkregen. Dow’s klacht dat het oudere woordmerk BLUE wel normaal gebruikt is gaat niet op: partijstelling valt niet onder het begrip ‘stukken’ van artikel 2.16 lid 3 sub a BVIE en vormt geen bewijs van gebruik in de zin van artikelen 1.17 en 1.29 UR-BVIE.

 

IEPT20180605, Hof Den Bosch, BenB

Inbreuk op handelsnaam Sunsation door gebruik handelsnaam Sunsational Tanning voor zonnestudio’s: handelsnamen wijken in geringe mate af nu de verzonnen woordcombinatie ‘Sunsational’ het eerst zal opvallen en de toevoegingen geen relevante afwijking opleveren, verschillende vestigingsplaatsen doen niet af aan verwarringsgevaar. Geen merkinbreuk ex artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE: teken Sunsational Tanning en Sunsation niet gelijk. Wel inbreuk ex artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE wegens verwarringsgevaar: woordmerk Sunsational betreft creatieve woordcombinatie met zeker onderscheidend vermogen, woordcombinatie komt terug in het teken, toevoegingen zijn onbeduidend. Geregistreerd houden van domeinnaam en doorlinken naar nieuwe website niet onrechtmatig: geen gebruik als handelsnaam, geen gebruik ter onderscheiding van waren of diensten, merkinbreuk ‘sub d’ (ander gebruik) onvoldoende onderbouwd. Kosten voor hoger beroep begroot op liquidatietarief: geen opgave gedaan.

 

IEPT20180530, HvJEU, L'Oréal

HvJEU verwijst de vijf L’Oréal-zaken met betrekking tot de ‘Master’-merken terug naar het Gerecht: Gerecht heeft de feiten en het betoog van L’Oréal onjuist opgevat en artikel 8, lid 1, onder b), van de Uniemerkenverordening geschonden. Oordeel Gerecht dat het meest onderscheidend vermogen van het merk het element “Masters” is, is dubbelzinnig en onvolledig, motivering ontbreekt en wordt niet onderbouwd door jurisprudentie. Voorts heeft het Gerecht onvoldoende gemotiveerd waarom zij een vergelijking van alle onderscheidende kenmerken van de conflicterende merken buiten beschouwing heeft gelaten bij haar onderzoek naar het verwarringsgevaar.

 

IEPT20180530, HvJEU, Tsujimoto v EUIPO

GEU kon op goede gronden oordelen dat aangevraagde woordmerken KENZO ESTATE overeenstemden met oudere woordmerk KENZO: aangevraagde woordmerk bevat oudere merk + element zonder onderscheidend vermogen. Gebruik voornaam rekwirant (Kenzo Tsujimoto) aangevraagde merk geen geldige reden: afweging betrokken belangen mag geen afbreuk doen aan herkomstfunctie.

 

IEPT20180529, Hof Den Haag, KPN v KPP

Oppositie KPN tegen inschrijving Benelux woordmerk PN alsnog toegewezen wegens verwarringsgevaar: op zijn minst geringe visuele en auditieve overeenstemming, merken KPN hebben sterk onderscheidend vermogen, waren en diensten deels identiek en deels in hoge mate soortgelijk. 

 

IEPT20180522, Hof Arnhem-Leeuwarden, Glaxo v Sandoz

Hof gaat er in kortgedingprocedure anders dan voorzieningenrechter (IEPT20151230) van uit dat Benelux kleurmerk van Glaxo geldig is: op grond van afstemmingsregel wordt oordeel Belgische bodemrechter dat het merk is ingeburgerd gevolgd. Hof volgt oordeel Belgische bodemrechter dat Sanzoz geen inbreuk maakt op het kleurmerk: afstemmingsregel ook toegepast ten aanzien van Sandoz B.V., die geen partij was in Belgische procedure  beslissing berust niet op een misslag, marktonderzoek niet aangemerkt als nieuw feit. Ten overvloede wordt geoordeeld dat Glaxo onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat van haar niet kan worden gevergd dat zij het op korte termijn te wijzen Haagse bodemvonnis afwacht: uitspraak verwacht op 17 oktober.

 

IEPT20180517, HvJEU, Junek v Lohman & Rauscher

Merkhouder kan zich niet verzetten tegen parallelimport van medisch hulpmiddel in oorspronkelijke binnen- en buitenverpakking wanneer parallelimporteur een extra etiket aanbrengt dat gezien zijn inhoud, functie, formaat, presentatie en plaatsing geen risico vormt voor de herkomstgarantie van het medisch hulpmiddel. Voorwaarden uit arresten Bristol-Meyers Squibb (IEPT19960711) en Boehringer (IEPT20070426) enkel van toepassing als importeur product heeft omgepakt. Ompakken impliceert  dat de oorspronkelijke verpakking is geopend. Het enkele aanbrengen van een extra etiket op een onbedrukt deel van de oorspronkelijke verpakking betreft geen ompakking in de zin van deze arresten.

IEPT20180517, Rb Den Haag, Verstekvonnis inbreukmakende handelsnaam

Inbreukverbod en gebod tot wijziging handelsnaam bij verstekvonnis toegewezen: het gevorderde komt de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor en Indien [C] niet tijdig aan gebod tot wijziging handelsnaam voldoet, komt dit vonnis in plaats van de daartoe te verrichten handeling van [C] Proceskosten begroot volgens liquidatietarief: Proceskosten noch opgegeven en gespecificeerd in dagvaarding noch na de dagvaarding als zodanig kenbaar gemaakt aan niet verschenen gedaagde.

 

IEPT20180501, Rb Overijssel, Not Your Baby v Loavies

Woordmerk “Not Your Baby” heeft onderscheidend vermogen: niet beschrijvend voor kleding. Dat Not Your Baby wist van het voorgebruik Loavies leidt niet tot depot te kwader trouw: Not Your Baby is voor-voorgebruiker, niet aannemelijk dat merk slechts is ingeschreven om Loavies toegang tot de markt te verhinderen. Loavies maakt inbreuk door de tekst te gebruiken op een shirt: sprake van delfde waren, teken is gelijk aan merk, consument kan tekst als herkomstduiding opvatten. 

 

IEPT20180425, Rb Midden-Nederland, IT-Staffing v Staffing it

Gebruik teken Staffing it leidt tot verwarringsgevaar met beeldmerk IT-Staffing: visuele overeenstemming door gebruik zelfde woorden, auditieve en begripsmatige overeenstemming door het woord “Staffing”, kleine afwijkingen doen niet af aan grote mate van overeenstemming, diensten in grote mate soortgelijk, merk heeft grote mate van onderscheidend vermogen verworven door gebruik.

 

IEPT20180425, Rb Den Haag, AHK v NFo

Geen verwarringsgevaar tussen Dutch Filmers Academy en Uniewoordmerk Netherlands Film Academy voor opleidingen: grootste punt van overeenstemming is de begripsmatige, lichte auditieve overeenstemming, zeer beperkte visuele overeenstemming, onderscheidend vermogen van het Uniemerk is wegens de beschrijvendheid zeer gering, zeer hoge mate van oplettendheid bij relevante publiek. Ook geen verwarring met Uniewoordmerk Nederlandse Filmacademie: auditieve- en visuele overeenstemming hier nog kleiner en ook dit merk is in grote mate beschrijvend. Hetzelfde geldt voor Uniewoordmerk De Filmacademie: overeenstemming hier het kleinst en ook dit merk is zeer beschrijvend. Geen sprake van inbreuk op handelsnamen Nederlandse Filmacademie en Netherlands Film Academy door gebruik Dutch Filmers Academy: beperkte overeenstemming, beperkte beschermingsomvang, aard van de opleidingen is heel verschillend.

 

IEPT20180419, HvJEU, Peek & Cloppenburg

Geen basis in Unierecht voor stelling dat gebruik van een nationaal merk, nadat hiervan afstand is gedaan, een rechtsinstandhoudend effect kan hebben. Merkhouder zelf heeft verklaard afstand te doen van het merk of heeft het laten vervallen. Unierecht verzet zich tegen een uitleg van nationale wetgeving volgens welke de nietigheid of vervallenverklaring van een ouder nationaal merk, waarvan de anciënniteit wordt ingeroepen voor een Uniemerk, achteraf alleen kan worden vastgesteld indien het merk nietig of vervallen kan worden verklaard op zowel (1) het tijdstip waarop afstand is gedaan van dit oudere nationale merk of waarop het is vervallen als (2) op het tijdstip van de rechterlijke beslissing waarbij deze vaststelling plaatsvindt.

 

IEPT20180411, Rb Den Haag, DKH v Hermanex

Rechtbank stelt in hoofdzaak vast dat Hermanex merkinbreuk erkent en uit dien hoofde € 18.000 verschuldigd is aan DKH: geen verweer gevoerd tegen gewijzigde eis om verplichting uit hangende procedure overeengekomen regeling in vonnis op te nemen. Vrijwaring t.a.v Microsell en [A] bij verstek toegewezen: vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Hermanex niet-ontvankelijk in vrijwaringszaak t.a.v. Fashion Funding nu deze heeft opgehouden te bestaan: Fashion Funding is ontbonden,  geen heropening nu onvoldoende is onderbouwd dat er nog baten waren. Proceskosten in vrijwaringszaken krachtens liquidatietarief: vorderingen strekken blijkens grondslag (nakoming garantie en onrechtmatig handelen) niet tot handhaving IE-rechten.

 

IEPT20180405, Rb Noord-Holland, Kamer van Koophandel v F-Touch

Inbreuk op woordmerken KVK, Kamer van Koophandel en HANDELSREGISTER.NL door op domeinnamen kavk.nl en hethandelsregister.nl uittreksels aan te bieden: onjuiste pretentie gewekt dat originele KvK-uittreksels worden verstrekt. Ook merkinbreuk door gebruik merken KvK als adwords. Domeinnamen moeten worden overgedragen: gebruik is onrechtmatig en KvK heeft belang bij overdracht. Opgave overige mogelijk inbreukmakende domeinnamen toegewezen: risico van nieuwe inbreuken niet ondenkbeeldig. Opgave aantal verkochte uittreksels, winstafdracht en dwangsom eveneens toegewezen.

 

IEPT20180330, Rb Overijssel, Kronos

Merkinbreuk door invoeren flessen palmolie met daarop het teken Villageoise door Kronos: vast staat dat teken gelijk is aan woordmerk van eiser en dat het gaat om dezelfde waren, eventuele toestemming aan Koas betekent niet dat ook Kronos toestemming heeft gekregen voor gebruik, voldoende aannemelijk dat Kronos (en niet Koas) de flessen heeft ingevoerd.

 

IEPT20180328, Rb Den Haag, Stoffenmanager

Uniewoordmerk STOFFENMANAGER van Cosanta nietig verklaard voor applicatie voor beheersing gevaarlijke stoffen: woordmerk is beschrijvend voor de aangeboden diensten, geen sprake van inburgering nu publiek gebruik ‘stoffenmanager’ niet als merk zal hebben opgevat. Geen sprake van misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame: met gebruik woord ‘stoffenmanager’ wordt niet verwezen naar (de applicatie van) Cosanta.

 

IEPT20180314, Rb Den Haag, Footsie v Birkenstock

Benelux beeldmerk Birkenstock nietig verklaard voor (orthopedisch) schoeisel wegens gebrek aan onderscheidend vermogen: bij tekens die bestaan uit patroon dat is toepast op het oppervlak van de waar geldt strengere maatstaf, hiervan is in casu sprake, geclaimde patroon wijkt niet significant af van de norm of van wat in de betrokken sector gangbaar is zodat het de essentiële functie van herkomstaanduiding niet kan vervullen, inburgering onvoldoende onderbouwd nu onderzoek niet representatief is voor de Benelux en niet is gericht op spontane herkenning.

 

IEPT20180307, Rb Midden-Nederland, MIHN

Gebruik namen ‘Making It Happen Now’ en ‘Making It Happen Now Netherlands’ door gedaagden niet onrechtmatig: eiser heeft geen ouder recht. Inschrijving depot beeldmerk door gedaagde niet nietig: geen depot te kwader trouw van het beeldmerk door gedaagde. Eiser geen auteursrecht op beeldmerk: eiser is niet de maker en heeft onvoldoende gesteld dat het logo op naar zijn ontwerp of onder zijn leiding en toezicht tot stand is gekomen. Geen proceskostenvergoeding 1019h Rv voor eiser: eiser kan geen IE-rechten geldend maken.

 

IEPT20180307, Rb Den Haag, Vestival v Vestival

Overdracht merken na uitbrengen dagvaarding leidt niet tot niet-ontvankelijkheid eiser: wijziging van hoedanigheid heeft tijdens procedure plaatsgevonden zodat deze ex art. 225 lid 2 Rv op naam van eiser kan worden voortgezet. Inbreuk op VESTIVAL-beeldmerk door gebruik teken VESTIVAL voor dezelfde diensten: auditieve en conceptuele overeenstemming, aanduiding door afwijkende spelling niet zonder meer beschrijvend voor muziekevenementen of festivals, visuele verschillen wegen minder zwaar. Domeinnaam vestival.eu dient op naam eiser te worden gesteld: gebruik valt onder inbreukverbod, niet gebleken welk belang gedaagde heeft bij aanhouden inbreukmakende handelsnaam. Social-media-accounts hoeven niet te worden overgedragen: mogelijkheid tot naamswijziging, onvoldoende onderbouwd dat eiser recht heeft op overdracht volgers.

 

IEPT20180228, HvJEU, mobile.de v EUIPO

Gerecht heeft terecht geoordeeld dat Kamer van Beroep rekening mocht houden met aanvullende bewijzen van normaal gebruik die buiten door Kamer gestelde termijnen zijn overlegd: aanvulling bewijzen die zelf binnen door het EUIPO overeenkomstig regel 40(6), van de uitvoeringsverordening gestelde termijn zijn verstrekt mogelijk nadat termijn is verstreken, artikel 40(6) Uitvoeringsverordening is geen “andersluidende bepaling” ex artikel 76(2) UMeV, die tot gevolg zou hebben dat Kamer van Beroep geen rekening mag houden met aanvullende bewijzen van gebruik van betrokken oudere merk. Nietigheidsafdeling kan geen nieuwe bewijzen voor normaal gebruik van oudere merk onderzoeken voor diensten waarvoor Kamer van Beroep definitief heeft geoordeeld dat dit bewijs niet was geleverd.

 

IEPT20180221, Rb Den Haag, L’Oréal v NRS

Inzage afgewezen: inbreuk op IE-recht dient voldoende aannemelijk te zijn, hiervan is bij gestelde levering van gedecodeerde parfumproducten aan [A] geen sprake wegens ernstige twijfel aan authenticiteit factuur, ook levering gedecodeerde producten aan ANS onvoldoende aannemelijk, ongeautoriseerde parallelimport onvoldoende onderbouwd. Inbreukvorderingen gelet op het bovenstaande eveneens afgewezen: onvoldoende onderbouwd.

 

IEPT20180221, Rb Amsterdam, Royal Pro v Joba

Geen sprake van onrechtmatig handelen Joba door sluiten exclusieve distributieovereenkomst met Elit Bilardo: geen uitlokking- of profiteren van wanprestatie jegens Royal Pro nu bestaan duurovereenkomst tussen Royal Pro en Elit Bilardo niet is vast komen te staan. Geen inbreuk op Beneluxwoordmerk “Royal Pro” door gebruik woordmerk “Buffalo Royal Plus”: weliswaar geniet “Royal Pro” bekendheid voor synthetische biljartlakens en worden merken voor exact hetzelfde biljartlaken gebruikt, maar “Buffalo” is dominerend element en “Royal” en “Pro” kunnen ook kwaliteitsaanduidingen zijn waardoor onderscheidingskracht “Royal Pro” minder sterk is.

 

IEPT20180207, Rb Rotterdam, Flippin Burgers v Web & Vloed

Inbreukverbod op Flippin’ Burgers-beeldmerk: belang blijkt uit door gedaagde verstuurde e-mail, sprake van dreigende inbreuk. Inbreukverbod op handelsnaam Flippin’ Burgers: belang bij instellen vordering nu voorlopige voorziening uit (IEPT20161220) anders ex art. 1919i lid 1 Rv haar kracht zou verliezen, sprake van dreigende inbreuk. Geen inbreukverbod op logo: niet vast komen te staan dat auteursrecht op logo aan eiser is overgedragen.

 

IEPT20180131, Rb Midden-Nederland, Beckx v Rubik

Vormgeving Rubik’s Cube zonder decoratie niet auteursrechtelijk beschermd: vormgevingselementen in hoge mate technisch en functioneel bepaald of triviaal. Uitvoering in kleur wel auteursrechtelijk beschermd: algemene keuze om iedere deelkubus identificeerbaar te maken weliswaar voor de hand liggend en functioneel, keuze voor rand in specifieke vorm en dikte in combinatie met gekozen opvallende contrasterende kleuren is creatief. Magic Cube en Keychain Magic Cube zijn inbreukmakend: auteursrechtelijk beschermde trekken Rubik’s Cube vrijwel één op één overgenomen. Geen slaafse nabootsing van Rubik’s Cube zonder decoratie: overnemen van technisch/functioneel bepaalde vormgevingselementen staat vrij, aangebrachte afbeeldingen geven Kama Sutra Cube, Pink Cube en Sudoku Cube geheel ander aanzicht.

 

IEPT20180125, Rb Amsterdam, Otazu

Ongelimiteerde verhoging van dwangsommen bij verbod uit (IEPT20170308) op gebruik teken en logo afgewezen: vastgestelde maximum aan dwangsommen is bij lange na niet bereikt. Verbod inzake uitlatingen over eisers aangescherpt: reeds verrichte uitlatingen dienen te worden verwijderd. Geen grond voor nieuw inbreukverbod op grond van item dat LXRY TV over gedaagde heeft gemaakt. Gedaagde handelt wel onrechtmatig door dit item te verspreiden: item bevat fragmenten van website eisers, het lag op de weg van gedaagde om de makers hierop te wijzen.

 

IEPT20180124, Rb Den Haag, Tommy Hilfiger v Premium Distribution

Rb voor EU bevoegd als rechter van woonplaats Tommy Hilfiger Europe B.V. tegen Amerikaanse gedaagde (artikel 125(2) UmeV 2017). Rb voor Nederland bevoegd als rechter van plaats van dreigende inbreuk t.a.v. vorderingen van Amerikaanse Tommy Hilfiger Licensing LLC tegen Amerikaanse gedaagde. Rechtbank bevoegd inzake Benelux wegens (voorwaardelijke) forumkeuze, afhankelijk van bevoegdheid rechtbank inzake Uniemerken: Rb hierdoor bevoegd ten aanzien van vorderingen van Tommy Hilfiger Europe. Rb ten aanzien van Tommy Hilfiger Licensing LLC enkel bevoegd ten aanzien van Nederland, maar door verknochtheid vorderingen ook ten aanzien van België en Luxemburg. Provisioneel verbod ten aanzien van gestelde parallelimport afgewezen. Provisioneel verbod ten aanzien van merkgebruik in zakelijke stukken en reclame en verstrekken samples toegewezen. Inzage ex artikel 843a jo 1019a Rv toegewezen: rechtsbetrekking door redelijk vermoeden van (dreigende) inbreuk, verkrijgen van aanvullende bewijsmiddelen om een inbreuk op een IE-recht vast te stellen is rechtmatig belang. Inzage beperkt: inzage die ziet op alle bestanden en documenten van gedaagde “met betrekking tot de betrokkenheid bij de inbreuk” onvoldoende bepaald. Door gedaagde gevorderde inzage afgewezen: geen rechtsbetrekking waarbij gedaagde partij is. Tussenkomst Tommy Hilfiger Licensing B.V. toegewezen.

 

IEPT20180124, Rb Den Haag, WCR v TCC

Geen inbreuk op WCR-Uniemerken door enkele registratie van reeks domeinnamen met element WCR: beschermingsomvang UMVo strekt zich niet uit tot ander gebruik dan voor waren en diensten. Doorlinken van deze domeinnamen naar website TCC levert geen inbreuk sub c op: onvoldoende onderbouwd dat WCR bekend merk is. Wel sprake van inbreuk sub b: domeinnamen gebruikt als onderscheidingsteken, gebruik voor gelijke waren en diensten, domeinnamen en merken stemmen in grote mate overeen, daadwerkelijk verwarring ontstaan. TCC dient domeinnamen over te dragen aan WCR: commercieel belang WCR, geen valide reden om overdracht te weigeren. Zaak verwezen naar schadestaatprocedure: gevorderd bedrag van € 120.000 onvoldoende toegelicht, wel aannemelijk dat schade is geleden.

 

IEPT20180109, Hof Den Haag, Spirits v FKP

Regel van onaantastbaarheid na cassatie geldt ook na verwerping van (tussentijds) cassatieberoep. Geen herziening op grond van bedrog ex artikel 382 Rv: strijd met twee-conclusieregel nu Spirits al voor het indienen van haar grieven op 23 juni 2015 met betrokken feiten bekend was, ten overvloede: niet aan eisen art. 382 Rv voldaan. Geen uitvoerbaarheid bij voorraad van nietigverklaring en doorhaling merken: BBIE gaat niet over tot doorhaling totdat uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Verwarringsgevaar tussen STOLI-merken Spirits en STOLICHNAYA-merk FKP: visuele overeenstemming door voorkomen “STOLI” in STOLICHNAYA-merk, auditieve overeenstemming omdat deel van Benelux publiek bij beide merken klemtoon op 1e lettergreep zal leggen, moderne uitstraling STOLI-merken en dat Spirits zich vooral richt op LHBT-gemeenschap doet hier niet aan af.

 

IEPT20180105, HR, Primagaz

In BGH Shell/Walhout (IEPT19931220) ligt besloten dat gebruik van andermans merkverpakking voor eigen waar op één lijn te stellen is met aanbrengen van andermans merk op eigen waar ex artikel 2.20(2), aanhef en onder a BVIE. Vullen gastank zonder toestemming merkhouder is merkenrechtelijk gebruik in de zin van Shell/Walhout. Arresten Viking/Kosan (IEPT20110714) en Winters/Red Bull (IEPT20111215) maken dat niet anders: in Viking/Kosan besloten dat de hervulling van de gasflessen met gas van een ander dan de merkhouder ‘gebruik’ van het merk oplevert (artikel 5 lid 1 aanheft en onder a en lid 3, aanhef en onder a Mrl.), onderhavige zaak onderscheid zich van Winters/Red Bull, doordat eiseres niet slechts technische diensten heeft verleend, maar tank van Primagaz met eigen, soortgelijke waar heeft gevuld en Winters/Red Bull ziet enkel op artikel 5(1) aanhef en onder b Mrl. Nuancering op Shell/Walhout: merkhouder kan zich alleen verzetten tegen dergelijk gebruik indien dat gebruik afbreuk doet (of kan doen) aan de functies van het merk, gezien het arrest Arsenal/Reed (IEPT20021112). Oordeel hof dat sprake is van afbreuk aan merkfunctie Primagaz niet onjuist en niet onbegrijpelijk: eiseres heeft nagevulde gastank niet voorzien van een eigen etiket waardoor het publiek kan denken dat het in de tank aanwezige gas afkomstig is van Primagaz (herkomstfunctie) terwijl Primagaz noch de kwaliteit noch de veiligheid van dat gas kan waarborgen (kwaliteitsfunctie). Geen uitputting: gastank is eigendom gebleven van Primagaz en vertegenwoordigt geen zelfstandige economische waarde in merkenrechtelijke zin. Ook indien wel sprake zou zijn van uitputting zou Primagaz gegronde reden hebben zich tegen gebruik van merk te verzetten.

 

IEPT20180103, Rb Den Haag, Converse

Inbreuk op merkenrecht Converse door Goeiemode en Van Caem Sports nu beroep op uitputting onvoldoende is onderbouwd: keten facturen eindigt bij SMATT, dat geen toestemming had de schoenen in de EER in het verkeer te brengen, verklaring advocaat SMATT vormt geen bewijs, uitputting gemotiveerd betwist. Van Caem Sports in vrijwaringszaak in gelegenheid gesteld te bewijzen dat hoofdzaak gaat om schoenen die bij EN-S Sports zijn ingekocht: verweer lijkt aan de aandacht te zijn ontsnapt. Indien zij hierin slaagt is EN-S Sports gehouden Van Caem Sports schadeloos te stellen: koopovereenkomst bevat garantie dat schoenen vrij verhandelbaar zijn in EER terwijl hier is geen sprake van is, EN-S Sports kan zich niet verweren met betoog dat Van Caem Sport in hoofdzaak niet de juiste weren heeft gevoerd. Ook SMATT aansprakelijk voor vergoeding schade Van Caem Sports: onrechtmatige daad door onjuiste verklaring omtrent status schoenen. Van Caem op haar beurt gehouden schade Goeiemode te vergoeden: schoenen non-conform.

 

IEPT20180103, Rb Den Haag, Philip Morris v World Freight

Art. 9(4) UmeV mag niet met terugwerkende kracht op in beslag genomen sigaretten worden toegepast: is vóór inwerkingtreding van dat artikel in haven Rotterdam binnengekomen en beslag op gelegd, toepassen met terugwerkende kracht zou in strijd zijn met rechtszekerheid en verbod van terugwerkende kracht. Geen richtlijnconforme interpretatie BVIE door op artikel 10(4) Merkenrichtlijn 2015 te anticiperen: omzettingstermijn nog niet verstreken, dat niet anticiperen doelstelling richtlijn ernstig in gevaar zou brengen niet toegelicht. Onvoldoende toegelicht dat container bestemd is om noodzakelijkerwijs in Unie in handel te worden gebracht: voor vraag of partij noodzakelijkerwijs in Unie wordt ingevoerd niet van belang dat uiteindelijke bestemming goederen niet, of niet direct, is aangegeven. Tussenkomst TTL afgewezen: gepretendeerde eigendomsrecht op sigaretten onvoldoende onderbouwd.