2020 1e half jaar merkenrecht

Print this page

IEPT20200129, HvJEU, Sky v SkyKick

Gemeenschapsmerk of een nationaal merk kan niet geheel of gedeeltelijk nietig worden verklaard als  termen die zijn gebruikt ter aanduiding van de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven, onvoldoende duidelijk en nauwkeurig zijn: onduidelijkheid en onnauwkeurigheid van de termen die worden gebruikt ter specificatie van de waren en diensten maakt geen deel uit van uitputtende lijst van absolute nietigheidsgronden, in IP-Translator-arrest (IEPT20120619) is geen aanvullende nietigheidsgrond erkend, onvoldoende duidelijke en nauwkeurige specificatie valt niet onder vereiste van grafische voorstelling, ontbreken duidelijkheid en nauwkeurigheid niet in strijd met de openbare orde. Merkaanvraag zonder enig voornemen het merk te gebruiken voor de in de inschrijving aangeduide waren en diensten levert pas een handeling te kwader trouw op indien de aanvrager van dat merk de bedoeling had om afbreuk te doen aan de belangen van derden op een wijze die niet strookt met de eerlijke gebruiken, dan wel om – zelfs zonder een derde in het bijzonder op het oog te hebben – een uitsluitend recht te verkrijgen voor andere doeleinden dan die welke vallen onder de functies van een merk: kwade trouw van de aanvrager kan niet worden vermoed louter op basis van de vaststelling dat hij op het moment van indiening van zijn inschrijvingsaanvraag geen economische activiteit uitoefende die overeenstemt met de in die aanvraag aangeduide waren en diensten. Wanneer het voornemen om een merk overeenkomstig de wezenlijke functies ervan te gebruiken enkel ontbreekt voor bepaalde in de merkaanvraag aangeduide waren of diensten, levert die aanvraag enkel voor die waren of diensten een handeling te kwader trouw op.

 

IEPT20200128, Hof Den Haag, H&M v Adidas 

Work Out-kleding van H&M maakt geen als door Adidas omschreven inbreuk op drie-strepenmerk: verbod gevraagd voor ieder gebruik van een motief van twee verticaal en parallel lopende strepen, die op gelijke afstand van elkaar lopen en een gelijke breedte hebben en waarbij de tussenruimte tussen de strepen visueel min of meer gelijk is aan de breedte van de strepen, die zijn aangebracht over de gehele lengte van de zijkant van de schouders, mouwen en/of broekspijpen van een kledingstuk, en die zijn uitgevoerd in een met de basiskleur van het kledingstuk contrasterende kleur, tussenruimte tussen de twee strepen op de Work Out-kleding niet visueel min of meer gelijk aan de breedte van de strepen. Inbreukverbod alsnog afgewezen: geen inbreuk of concrete dreiging van inbreuk, hetgeen overigens niet betekent dat geen enkel twee-strepenteken inbreuk zou maken. Hof overweegt ten overvloede dat de Work Out-kleding ook afgezien van de door Adidas aangebrachte beperking geen inbreuk sub b maakt: zeer geringe overeenstemming tussen merk en teken nu totaalbeeld Adidas-merken wordt bepaald door patroon welke in Work Out-kleding ontbreekt, hierdoor is ook als wordt aangenomen dat Adidas een bekend merk is met een grote beschermingsomvang en dat sprake is van (soort)gelijke waren geen sprake van verwarringsgevaar, marktonderzoeken doen daar niet aan af. Ook geen sprake van inbreuk sub c: onvoldoende onderbouwd gelet op eisen die hier door HvJEU aan worden gesteld.

 

IEPT20200124, HR, Spirits v FKP

In het principale beroep kunnen de klachten niet tot vernietiging van dat arrest leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO). De beoordeling in het incidentele beroep leidt tot vernietiging van de proceskostenveroordeling: complexiteit die deze zaak heeft aangenomen, de omvang van de processtukken in hoger beroep en de door Spirits niet bestreden kostenspecificaties in ogenschouw genomen, moet worden geoordeeld dat het toepasselijke bedrag van de Indicatietarieven 2017 – maximaal € 40.000,-- – in dit geval niet kan worden beschouwd als ‘een significant en passend deel van de redelijke kosten’ die FKP in hoger beroep heeft gemaakt.

 

IEPT20200124, Rb Midden-Nederland, TePe

Voorzieningenrechter rechtbank Midden-Nederland relatief bevoegd om van de op het Uniemerk van het Zweedse TePe gebaseerde vorderingen kennis te nemen: gelet op HvJEU Spin Master (IEPT20191121) inzake Uniemodellenverordening moet artikel 3 van de (niet aan de Uniemerkenverordening aangepaste) Uitvoeringswet inzake het Gemeenschapsmerk, dat bepaalt dat voor alle vorderingen in kort geding uitsluitend de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd is, buiten toepassing blijven. TePe kan zich op grond van haar Uniemerken verzetten tegen ompakken van ragers die door haar in Nederland in de handel zijn gebracht bij verkoop aan tandartspraktijken en door gedaagde in andere aantallen aan de consument worden verkocht nu niet is voldaan aan de voorwaarden uit HvJEU Boehringer (IEPT20070426): het is de vraag of jurisprudentie die ompakken onder bepaalde voorwaarden toestaat van toepassing is op de onderhavige situatie nu het niet gaat om een geval waarbij producten in een andere lidstaat in het verkeer zijn gebracht en omgepakt moeten worden om deze in Nederland te kunnen verhandelen, bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat ompakken noodzakelijk is om de producten te verhandelen, lange tijd is niet vermeld wie het product heeft omgepakt en geproduceerd, TePe is niet van het ompakken op de hoogte gesteld.

 

IEPT20200123, BenGH, Les Castarts v KS Warenhaus

Oppositie tegen depot woord/beeldmerk CASTART op grond van Uniewoordmerk KARSTADT ongegrond: zeer beperkte mate van visuele overeenstemming, auditieve overeenstemming voor groot deel publiek afwezig door fonetische uitspraak als ‘kas-taar’ versus ‘kar-stat’ en voor overige deel publiek beperkt, begripsmatige overeenstemming niet aan de orde, hoge mate van soortgelijkheid tussen de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven en de waren en diensten waarvoor het teken is gedeponeerd, algemene indruk merk en teken ondanks beperkte overeenkomsten zo verschillend dat geen gevaar van (reëel) direct of indirect verwarringsgevaar kan worden aangenomen.

 

IEPT20200117, Rb Den Haag, Jumatech v Asperitas

Asperitas maakt inbreuk op merken Jumatech nu zij door haar ontwikkelde modules met vloeistofkoelingsysteem waarop de merken van Jumatech zijn aangebracht toont in beeldmateriaal nadat de samenwerking is beëindigd: nu merk zichtbaar is in video’s die Asperitas gebruikt om te laten zien wat zij in huis heeft is sprake van gebruik in het economisch verkeer voor waren en diensten, sprake van verwarringsgevaar nu het logo dat in de video’s wordt getoond identiek is aan het logo uit het Uniebeeldmerk van Jumatech en Asperitas waren en diensten aanbiedt die gelijk zijn aan een deel van de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven, voor zover sprake was van toestemming strekt deze zich niet uit tot na beëindiging samenwerking, en tot gebruik voor Asperitas zelf.

 

IEPT20200108, Rb Den Haag, Expert

Logo en teken OUTLETEXPERT maken inbreuk op beeldmerken Expert: gelet op punten van overeenstemming, omstandigheid dat aangeboden waren en diensten identiek zijn en de beeldmerken groot onderscheidend vermogen hebben kan het teken bij het publiek de suggestie van economische verbondenheid wekken. Eveneens sprake van inbreuk op handelsnaam Expert: toevoeging outlet onvoldoende om verwarringsgevaar weg te nemen nu publiek hierdoor juist kan denken dat het gaat om outlet van Expert.

 

IEPT20200107, Rb Den Haag, Café Franklin v The Franklin Group

The Franklin Group maakt met het gebruik van het teken FRANKLIN voor een hotel, brasserie en cocktailbar inbreuk ‘sub a’ op het Beneluxmerk FRANKLIN van een café-restaurant: teken identiek aan merk, diensten exact hetzelfde als die waarvoor het merk is ingeschreven. Inbreuk ‘sub b’ door gebruik teken Sir Franklin: publiek niet meer dan gemiddeld oplettend, sterke visuele en auditieve overeenstemming door dominante en onderscheidende element FRANKLIN. Ook gebruik Sir Franklin in combinatie met voorvoegsel boutiquehotel, brasserie of cocktailbar maakt inbreuk: voorvoegsels beschrijvend voor de diensten waar het om gaat.