Artikel 95 - Parallelle rechtsvorderingen op grond van Uniemodellen en nationale modellenrechten
Print this page
1. Wanneer voor rechtbanken van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen vorderingen wegens inbreuk of dreigende inbreuk worden ingesteld, en de ene rechtbank op grond van een Uniemodel en de andere rechtbank op grond van een nationaal modelrecht dat gelijktijdige bescherming verleent, wordt aangezocht, verwijst de rechtbank waarbij de zaak het laatst is aangebracht, ook ambtshalve, de partijen naar de andere rechtbank. De rechtbank die tot verwijzing zou moeten overgaan kan zijn uitspraak aanhouden, indien de bevoegdheid van de andere rechtbank wordt aangevochten.
2. De rechtbank voor het Uniemodel waarbij op grond van een Uniemodel een vordering wegens inbreuk of dreigende inbreuk is ingesteld, wijst de vordering af, indien tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen een onherroepelijke beslissing over het bodemgeschil is gegeven op grond van een nationaal modelrecht dat gelijktijdige bescherming verleent.
3. De rechterlijke instantie waarbij op grond van een nationaal modelrecht een vordering wegens inbreuk of dreigende inbreuk is ingesteld, wijst de vordering af, indien tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen een onherroepelijke beslissing over het bodemgeschil is gegeven op grond van een Uniemodel dat gelijktijdige bescherming verleent.
4. De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op voorlopige, inclusief beschermende, maatregelen.